Voorzichtig investeren, rigoureus afboeken

De kredietcrisis heeft de financiële sector wereldwijd al meer dan 100 miljard euro gekost. Ook Nederlandse banken en verzekeraars leden schade. Wie zijn de winnaars en de verliezers?

Is de een inderdaad moedig en verstandig, zoals hij zelf zegt? Is de ander juist heel voorzichtig geweest?

Sinds gisteren zijn de cijfers van alle Nederlandse financiële concerns over 2007 bekend. Nu is eindelijk zichtbaar hoe hard zij zijn geraakt door de wereldwijde kredietcrisis. De verschillen zijn enorm en lopen van een mager verlies van 17 miljoen (Aegon) tot 1,9 miljard euro (Fortis).

Alle banken en verzekeraars stellen dat ze gedaan hebben wat nodig is, maar ze delen wel steken onder water uit aan rivalen. „Wij zijn veel verder gegaan dan anderen. Wij hebben gekeken met een zwarte bril op”, zei financieel directeur Bert Bruggink van Rabobank woensdag. „Wij zijn wijs en streng geweest voor onszelf”, zei Fortis-topman Jean-Paul Votron gisteren. ING-bestuursvoorzitter Michel Tilmant stelde dat hij al slim was vóórdat de kredietcrisis uitbrak door weinig te beleggen in de markt voor risicovolle Amerikaanse hypotheken.

De financiële wereld is al bijna een jaar in de ban van de kredietcrisis. Die begon als lokaal probleem in de VS. Amerikanen met een lage kredietwaardigheid kregen jarenlang te gemakkelijk een hypotheek. Huizenkopers werden gelokt met lage rentes die na een paar jaar sterk zouden oplopen. De verwachting was dat deze zogeheten subprime-hypotheek, mede door de steeds verder stijgende huizenprijzen, overgesloten kon worden. Maar de huizenmarkt stagneerde, de rente liep op en de relatief arme huizenbezitter kon niet langer aflossen.

Een lokaal probleem werd al snel een wereldwijd probleem. De laagwaardige hypotheken bleken te zijn herverpakt, samengebundeld en als gloednieuwe financiële effecten overal ter wereld doorverkocht. Tot de crisis een uiterst lucratieve bezigheid. Amerikaanse banken als Citigroup en Merrill Lynch kregen de eerste en de hardste klappen. Maar al snel volgden de Europeanen, met als grootste uitschieter het Zwitserse UBS.

In Nederland liep de kleine zakenbank NIBC zware averij op. Op een investering van een half miljard dollar moest deze bank in de zomer een verlies van 141 miljoen nemen. NIBC was lang de enige Nederlandse bank die figureerde in het rijtje van getroffen instellingen. De grote banken en verzekeraars leken een oase van rust.

Maar nu hebben Rabobank, Fortis en ABN Amro hun afboekingen bekendgemaakt en die misstaan niet in de rij van getroffen Europese banken. ING en Aegon vallen daarnaast op doordat zij maar weinig verlies nemen.

Hoe komt het dat ING ‘maar’ 194 miljoen euro verlies neemt en Fortis 1,9 miljard? De kwaliteit van de beleggingen blijkt nogal te verschillen. Aegon en ING stellen dat een groot deel van hun beleggingen niet in de meest risicovolle subprime zit, maar in segmenten waar de hypotheken nog wel worden afbetaald. Volgens analisten zijn de investeringen in de zogenaamde CDO’s (collateralized debt obligations), waarin pakketten hypotheken zijn samengevoegd en doorverkocht, het grote breekpunt. Met name Fortis heeft veel van deze pakketten.

Een probleem is dat er geen strikte regels zijn voor de mate waarin verlies moet worden genomen. Zoals Bruggink van Rabobank uitlegde, mogen banken zelf bepalen welk deel van de afboeking ze ten laste van de winst laten gaan. Een bank moet een reële inschatting maken van de beleggingen die (deels) verloren zijn. Een probleem: de handel in dit type effecten ligt stil, dus daar kan geen prijs uit worden afgeleid.

De Amerikaanse banken bleken hierin veel strenger dan veel Europeanen. Bruggink zei deze week dat zijn bank door scherp af te boeken schoon schip heeft gemaakt. „Bij Rabobank is er geen kredietcrisis meer.” Topman Votron van Fortis, dat van de Nederlandse instellingen het grootste verlies boekte, vindt ook dat hij het zekere voor het onzekere heeft genomen. „We hebben een agressiever model gekozen dan andere Europese banken. We zijn meer op de Angelsaksische lijn gaan zitten.” Votron denkt dat er nu rust komt. „Ik wil dat men zich bij Fortis bezighoudt met de dagelijkse bedrijfsvoering, niet met de kredietcrisis.”

De uitspraken lijken erop te wijzen dat de twee banken juist hebben gehandeld door een fiks verlies te nemen, waar de anderen lijken te hopen dat die riskante beleggingen hun waarde terugkrijgen. Maar dat moet nog blijken. ING zegt sowieso voorzichtig te zijn geweest, waardoor de problemen mee lijken te vallen. „Wij hebben er destijds niet veel in geïnvesteerd. Wij vonden ze complex en riskant”, zei Tilmant onlangs. ING liep de grote initiële winsten mis, maar ontloopt vooralsnog de harde klappen die de concurrentie krijgt.

ING kan overigens nog een hardere tik krijgen. De bankverzekeraar nam weliswaar een relatief klein verlies, maar het waardeerde ook 751 miljoen af van de balans omdat beleggingen nu minder waard zijn. Dit papieren verlies kan een echt verlies worden als de situatie op de financiële markten verslechtert. Hetzelfde geldt voor Aegon: afschrijving van 487 miljoen.

En dat is het probleem voor alle banken en verzekeraars. Het is namelijk nog niet voorbij. Wat begon als een probleem voor een groep armlastige Amerikanen is uitgegroeid tot een wereldwijd probleem, een sneeuwbal die een lawine is geworden. De Amerikaanse obligatieverzekeraars zijn in grote problemen geraakt door de crisis, waardoor de obligatieleningen (de zogeheten monolines) die zij verzekeren minder waard worden. Europese banken hebben daar nu al op afgeschreven, maar de Nederlandse niet of nauwelijks. Ook al zijn ook zij in ‘monolines’ gestapt.

En er speelt meer. Moesten de banken tot nu toe 118 miljard euro afschrijven en als verlies boeken, dat bedrag zal oplopen tot zeker 391 miljard euro, schreven analisten van UBS gisteren. Dit komt op korte termijn vooral door zogeheten Alt-A-hypotheken. Deze hypotheken worden gegeven aan Amerikanen die wat betreft kredietwaardigheid in de categorie net boven subprime staan. Ook deze groep heeft het nu moeilijk.

Bovendien dreigt de crisis zich uit te breiden naar de bedrijfsobligaties, of liever gezegd de verzekeringen die je afsluit op deze obligaties. Deze zogeheten credit default swaps (CDS) bestonden tot voor kort helemaal niet. Maar het financiële product – waarbij de uitgever van een ‘swap’ de bezitter van een obligatie verzekert tegen de mogelijkheid dat het bedrijf de lening niet kan terugbetalen – maakte de afgelopen jaren een waanzinnige groei door. Volgens de Bank voor Internationale Betalingen was deze markt begin 2007 wel 42,6 miljard dollar groot, ongeveer de omvang van de gehele wereldeconomie. Als de crisis zich vol in deze markt vertakt, en als de Amerikaanse economie in een recessie komt waardoor bedrijven failliet zullen gaan, zijn de gevolgen voor de financiële sector nog veel groter dan de impact van de subprime-problemen.

Of, en hoeveel Nederlandse instellingen geld hebben geïnvesteerd in de CDS-markt is niet bekend. Sommige Europese banken zijn voorzichtig begonnen ook op deze zogeheten leveraged finance-leningen af te boeken, maar de Nederlandse instelleningen hebben daarvan nog geen tekenen vertoond. Wel houden topmannen een grote slag om de arm wanneer hun wordt gevraagd naar mogelijke toekomstige verliezen en afboekingen. „God weet wat de toekomst brengt”, verzuchtte Fortis-topman Votron gisteren.

    • Daan van Lent
    • Heleen de Graaf