VN-orgaan wil kauwen coca verbieden: Peru, Bolivia boos

Peru en Bolivia zijn boos over de oproep van een belangrijk VN-antidrugsorgaan om het kauwen van het cocablad te verbieden. In een deze week vrijgegeven rapport stelt de International Narcotics Control Board (INCB) dat „het kauwen van het cocablad 25 jaar geleden al afgeschaft had moeten worden”. Peru en Bolivia vinden dat het INCB-rapport „gebrek aan respect” toont.

De inheemse bevolking van de Andes kauwt het blad sinds eeuwen als middel tegen vermoeidheid, hoogteziekte en honger. Ook wordt het gebruikt in religieuze ceremonies. Pas de laatste eeuw maken westerlingen er door toevoeging van chemicaliën er de drug cocaïne van.

Het onbewerkte cocablad bevat slechts een fractie van de hoeveelheid van de werkzame stof (alkaloïden) die in cocaïne zit. Desalniettemin staat behalve cocaïne ook coca sinds 1961 op de VN-opiumlijst. In Bolivia en Peru echter wordt coca overal inde Andes openlijk verkocht; veel restaurants schenken er cocathee. Evengoed is het volgens de letter van de wet verboden ook maar een blaadje coca bijvoorbeeld Nederland in te voeren – ook al zou je er tienduizenden nodig hebben om één gram cocaïne te produceren.

Vooralsnog lieten de VN het traditionele en medicinale gebruik in de Andes ongemoeid. Maar dit lijkt te veranderen nu de in 2006 aangetreden linkse president Evo Morales van Bolivia zich actief is gaan inzetten voor legalisering van de plant. De Aymara-indiaan Morales is een voormalige voorman van de vakbond van cocaboeren. De nieuwe grondwet die hij wil invoeren noemt coca een „waardevolle natuurbron”.

In zijn toespraak voor de VN in 2006 noemde Morales coca „een symbool van hoop voor ons volk” terwijl hij in zijn hand met een cocablaadje zwaaide. Hij pleit er voor coca te verwerken in producten als thee, tandpasta of shampoo. Om die vervolgens te exporteren zou wel het internationale cocaverbod opgeheven moeten worden.

Komende maandag praat de INCB tijdens een vergadering in Wenen verder over de kwestie.