Van graffitikunst tot doorzichtig kant

Musea in Enschedé, Münster, Osnabrück hebben zich verenigd in Musemo. Zo willen ze de kunstcollecties in de grensregio onder de aandacht brengen.

De glooiende weilanden, de daken van de boerderijen en de bladeren aan de struiken zijn witberijpt. De Dinkel baant zich meanderend een weg door het zand, een specht klopt in de verte, na even zoeken is hij in de kale bomen snel gevonden. Zo mooi is het Lutterzand, een natuurgebied op de grens met Duitsland, dicht bij de route van het Musemo-arrangement.

Musemo, grenzeloze kunst, een samentrekking van Museum en de eerste letters van de plaatsnamen Enschedé, Münster, Osnabrück is een onlangs gestart project waarmee de musea in de grensregio hun kunstcollecties onder de aandacht willen brengen.

De gebieden liggen in de periferie van zowel Duitsland als Nederland, maar samen bieden ze een breed scala aan kunst, cultuur en landschap. De Europese Unie steunt dit soort grensoverschrijdende initiatieven met een eenmalige subsidie.

Rijksmuseum Twenthe in Enschedé is de eerste halte van de rondreis. Het museum toont oude en moderne kunst uit de eigen collectie. Op dit moment is tot en met 5 mei ook de tentoonstelling Joseph Benoît Suvée en het neoclassicisme te zien.

De enorme doeken van Suvée hangen imponerend aan de dieppaarse wanden in het museum. Er zijn levensgrote portretten van vooraanstaande heren in officieel kostuum, maar ook historische taferelen zoals bijvoorbeeld De ontdekking van de tekenkunst , een bijna tot aan het plafond reikend doek met twee mensen die hun eigen schaduw op de muur lijken te tekenen. De dames die Suvée heeft geportretteerd dragen opgestoken krulletjes en hebben hun armen soms zedig bedekt, maar dan wel met een zeer transparante witte stof. In de tuin van het museum, kunstig ontworpen door landschapsarchitect Lodewijk Baljon, is onlangs een tentoonstelling geopend met beelden van Pjotr Müller die tot en met eind juni zijn te bekijken.

De reis wordt voortgezet richting Osnabrück. Het landschap van Twente met zijn markante boerderijen en glooiende heuvels, maakt vlakbij de grens plaats voor rotsen en vakwerkhuizen.

Ten behoeve van de reportage worden de beschikbare arrangementen door elkaar gehusseld en verleggen we de aandacht van de klassieke kunst in een moeite door naar de moderne tijd. In Kunsthalle Dominikanerkirche Osnabrück is tot en met 30 maart de tentoonstelling Fresh Air Smells Funny te bekijken, met rauwe onvervalste straatkunst. De kerk is groot, hoog en licht en de zandstenen muren bieden een rustige entourage voor de indringende en krachtige street art. Er hangt, staat en ligt werk van, zoals het museum het verwoordt: „graffitispuiters, radicale jonge amateurkunstenaars die de politie niet vrezen en die soms halsbrekende toeren uithalen om hun werk illegaal in de publieke ruimte aan te brengen en hun boodschap te verkondigen.”

Er worden videofilmpjes vertoond waarop te zien is hoe iemand stoeptegels verwijderd en deze in een bepaald patroon herplaatst. Een deur van de kloostergang is opgeofferd aan een kunstwerk dat er dwars doorheen steekt en dat bestaat uit bezems, pilonnen en ander wegwerkersmateriaal. Behalve werk van graffitispuiters zijn er in de kerk sculpturen en installaties tentoongesteld van bekende kunstenaars zoals van de Braziliaan Herbert Baglione, schilderingen met diepe kleuren en zich herhalende, goudkleurige patronen. Van Marc Jenkins zijn de bekende poppen te zien. In donkere capuchontruien gehulde mannenfiguren die op onverwachte plaatsen opduiken waardoor je even denkt dat het echte mensen zijn.

Het volgende museum in Osnabrück toont kunst uit een duistere periode in de recente geschiedenis. In de uitbreiding van het Felix Nussbaum Haus, het Museum Ohne Ausgang van de architect Daniel Libeskind is een grote collectie schilderijen van de joods/Duitse kunstenaar Felix Nussbaum (1904-1944) tentoongesteld. Het gebouw bestaat uit smalle langgerekte sluizen, met zware deuren die automatisch achter de bezoekers dichtvallen, wat een beklemmend gevoel geeft. Beklemmender nog is het werk van de in Osnabrück geboren Nussbaum zelf, dat op een paar werken na de jodenvervolging, de oorlog en de angst voor de dood tot onderwerp heeft: skeletten, broodmagere mensen met jodensterren op hun jas, verbrande gebouwen, droevige gezichten.

In het museum hangen ook enkele werken van Nussbaums vrouw Felka Platek met wie hij in in 1940 onderdook in Brussel. In juni 1944 werden beiden verraden, opgepakt door de nazi’s en op het allerlaatste transport vanuit België naar Auschwitz gezet en vergast.

De stad Münster, die op ongeveer een uur rijden van Osnabrück ligt, heeft twee belangrijke musea die bij Musemo zijn aangesloten: het Picassomuseum dat een grafiekcollectie van Pablo Picasso toont en de Kunsthalle am Hafen met hedendaagse en experimentele kunst.

De drie steden die bij het project zijn betrokken bieden naast de musea meer dan genoeg bezienswaardigheden om vier dagen te vullen. Osnabrück en Enschedé zijn ongeveer even groot met 160.000 inwoners, Münster is met 280.000 inwoners aanzienlijk groter. Enschedé is interessant door de herontwikkeling van de wijk Roombeek, onlangs beloond met een Gouden Piramide. De stad ontwikkelt een zogeheten ‘Cultuurlint’, een route waarlangs enkele musea liggen en die eindigt bij het nieuwe, in aanbouw zijnde Muziekcentrum.

De twee Duitse steden zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd door de geallieerden, maar deels weer in historische stijl herbouwd en gerestaureerd. De monumenten en paleizen zijn imponerend, zeker vergeleken met de Nederlandse kleinschaligheid.

Het passe partout wordt overal zonder morren geaccepteerd. Maar zo grenzeloos als de kunst met het Musemo project is geworden – nog niet alle grenzen zijn geslecht in de landen van de Europese Unie. In de winkel van een klein tankstation net over de grens met Nederland staan de koffiepakken opgetast tot aan het plafond. Daar schijnen ontelbaar veel Duitsers op af te komen, want een pak koffie is bij hen één euro duurder.