Van buik naar hart

Driekwart van de hartinfarcten ontstaat door disfunctioneel buikvet.

Vanuit medisch perspectief gaat het er bij overgewicht natuurlijk niet om of een bepaald gewicht mooi of niet mooi is. Het gaat om de gevolgen en risico’s voor de gezondheid van individuele mensen. Die kunnen groot zijn, zoals het risico op het ontstaan van diabetes, hart- en vaatziekten en mogelijk sommige vormen van kanker. De medische inzichten over overgewicht zijn de afgelopen jaren sterk aan het veranderen. De kwantitatieve kijk op vet verschuift naar een meer kwalitatieve kijk. Het gaat dus niet zo zeer om de hoeveelheid vet. Niet iedereen met overgewicht, krijgt daar vroeg of laat last van. Ook blijft niet iedereen zonder overgewicht gevrijwaard van aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten die worden vereenzelvigd met overgewicht. Het gaat om de functie van het vetweefsel. Overgewicht is de belangrijkste veroorzaker van vetdisfunctie maar zeker niet de enige.

Vetweefsel is niet een inert opslagdepot voor vrije vetzuren, maar een heel actief orgaan dat in staat is om allerlei hormonen en ontstekingsstoffen te produceren. Deze zijn in staat om elders in het lichaam ziekteprocessen te starten of te versnellen. Hart- en vaatziekten zijn daar belangrijke voorbeelden van. Zij blijven een van de belangrijkste oorzaken van overlijden en ziekenhuisopnames in Nederland.

Hoe komt het dat disfunctioneel buikvet leidt tot bijvoorbeeld een hartinfarct? Aan de binnenkant van slagaders ontstaan bij de meeste mensen in de loop van vele jaren vettige afzettingen, ook wel plaques genoemd. In zekere zin kan dit als een normaal verouderingsproces worden gezien. Door bekende risicofactoren als hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte, roken en diabetes ontstaan dit soort plaques sneller en al op jongere leeftijd. Een aantal van deze risicofactoren wordt veroorzaakt door disfunctioneel buikvet en clusteren in het metaboolsyndroom. Maar stoffen die door buikvet worden geproduceerd kunnen ook direct het ontstaan en groeien van plaques versnellen. Als die plaques stevig zijn, met een bindweefsel laagje bedekt zijn, kunnen ze niet veel kwaad. Maar onder invloed van bijvoorbeeld ontstekingsfactoren die door buikvet worden gemaakt, kunnen die plaques instabiel worden en losscheuren van de vaatwand. Als dat gebeurt, kan binnen enkele seconden een stolsel ontstaan op dat losgescheurde stukje vaatwand. Hierdoor wordt het bloedvat acuut afgesloten en ontstaat een hartinfarct als dit in een kransslagader gebeurt. Ongeveer 75 procent van alle hartinfarcten heeft zijn oorsprong in dit proces. Op deze manier levert disfunctioneel buikvet een belangrijke bijdrage aan het ontstaan van hart- en vaatziekten.

Wetenschappelijk onderzoek richt zich nu op die stofjes die vetweefsel kunnen produceren en die leiden tot vaatziekten. In Utrecht, maar ook elders, zijn we in staat om vetcellen in het laboratorium te laten groeien, waardoor we de functie nog veel beter kunnen bestuderen. We kunnen zo disfunctie van vetcellen nabootsen en bestuderen wat die vetcellen allemaal produceren. Dit gaat komende jaren, naar verwachting, heel veel nieuwe inzichten opleveren. Ook met klinisch onderzoek bij grote groepen patiënten zijn we in staat om de rol van vetweefsel bij het ontstaan van hart- en vaatziekten beter te begrijpen. Dit moet het mogelijk maken voor artsen om in de toekomst mensen die een verhoogd risico hebben op het ontstaan van hart- en vaatziekten door disfunctioneel vetweefsel in een vroeg stadium op te sporen. In de tussentijd is het verstandig om overgewicht zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

Volgende week het verslag van een diner met Maarten ’t Hart.

Het weblog (met de vorige afleveringen): nrc.nl/visseren

    • Frank Visseren