Slechte Seks Prijs

Beschrijvingen van seks, en zeker van plasseks, wekken vaak spotlust op. Dat is niet per se terecht.

In de aanloop naar de uitreiking op 29 maart van de Gouden Uil, de Vlaamse evenknie van onze AKO en Libris Literatuurprijzen, klinkt in de pers in Vlaanderen enig gemurmureer. Alle vijf de genomineerden zijn Nederlanders. Dat is wel heel kras, volgens sommige critici. Was geen enkel boek van een Vlaming het nomineren waard?

Misschien troost het de ontevreden Vlamingen dat voor de Slechte Seks Prijs 2008, een initiatief van Vrij Nederland én het Vlaamse weekblad Humo, óók uitsluitend Nederlanders waren genomineerd. Die Slechte Seks Prijs is een uitlachprijs voor een erotisch bedoeld romanfragment dat onbedoeld hilarisch en dus niet erotisch maar eerst en vooral bespottelijk is.

Met het oog op de nominaties voor 2009 vrees ik het ergste voor Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers. Koetsier Herfst mag dan overwegend lof hebben geoogst in de literaire kritiek, de muze van de hoofdfiguur Maurice Maillot, de achtentwintigjarige Do, is onmiskenbaar een eigenzinnig tiepje dat er een rare hobby op na houdt, te weten plasseks. Do wil zich graag door Maurice laten beplassen. Dat kan. Soms doet Maurice dat. En dat kan ook. Do kan aan zijn urine proeven wat Maurice die dag heeft gedronken: bier, wijn, of champagne, tot aan het merk aan toe. Do is een echte connaisseur. Dat gaat dan zo: „Ik knielde over haar hoofd, pakte het van achteren vast en richtte. Bij de eerste druppels gilde ze het al uit: ‘Champagne!” (..) Ik richtte op haar wijdopen mond. Het ging nu voorbeeldig, een rechte en gelijkmatige straal en ik morste nauwelijks. Toch kwam ze nu niet klaar.” Zo eindigt het: „Do pakte een handdoek om de vloer te dweilen.”

Met een schrijver die een roman publiceert waarin het doen van een plasje veel geluk en genot brengt, kun je makkelijk de spot drijven. In, waar anders, HP/ De Tijd gebeurde dit ook prompt. De roddelrubriek van het weekblad meldde: „We zagen een glimp van de golden shower-romancière Charlotte Mutsaers en haar koetsier. Zij dronken een glas, deden een plas en verlieten de zaak zoals ie was.”

Ja, da’s lachen.

Do is in Koetsier Herfst overduidelijk een excentriek figuur, en haar plasgewoontes vormen een facet van die excentriciteit. Losgewrikt uit de context mag de hier geciteerde scène misschien een beetje een malle indruk maken, maar het bijzondere van Koetsier Herfst is dat die plas-scènes in de roman een en ondeelbaar zijn met alle andere eigenzinnige activiteiten van Maurice en Do. Afgezien van mogelijke impulsen van aversie bij de lezer, is het belangrijkste dat je in Do gelóóft als ze aangeeft dat ze er erg veel plezier beleeft als ze wordt besprenkeld en beplast.

Een niveau hoger bevindt zich de schrijver die het klaarspeelt om een ‘natte scène’ niet alleen geloofwaardig, maar ook hartroerend te maken. In Rabbitt is Rich (1981) van John Updike wordt de getrouwde maar trouweloze Republikeinse kleinburger Harry ‘Rabbitt’ Angström verleid door de al even getrouwde Thelma, die al jaren in het geheim een oogje op Harry blijkt te hebben. „Dronken van vermoeidheid” dringt Harry er bij Thelma op aan dat zij iets doet wat ze nog nooit bij een andere man heeft gedaan. Thelma denkt na. Dan beplassen ze elkaar, eerst verlegen, daarna uitbundig, en: „als haar straal komt, loopt die naar de zijkant weg; vrouwen kunnen niet richten, ziet hij.” Waarna de twee in een gedeelde slaap vallen die zo overrompelend weldadig is dat het bij het ontwaken is alsof ze niet alleen maar wat gestolen uren maar een „volledig huwelijksleven tot in gesanctioneerde intimiteit” hebben gedeeld. Een sensatie die mede is te danken aan het diep onschuldige plassen. Dankzij hun seksuele en morele ‘overtredingen’ herwonnen ze een voorgoed verloren gewaande onschuld.

In Sabbath’s Theatre (1995) van Philip Roth krijgt de furieuze en maniakale ex-poppenspeler Mickey Sabbath een relatie met de Joegoslavische Drenka, op afstand de geilste en avontuurlijkste van alle vrouwen uit zijn leven. Maar tegen het einde van de roman, nadat Roth alle liederlijkheid van de twee uitputtend heeft geschetst, komt het tot een intieme finale. Op haar doodsbed praat Drenka met Mickey over hun voorbije liefdesleven. Ze haalt liefdevolle herinneringen op aan de keren dat Mickey over haar heen plaste. Dat wilde ze altijd zo graag. Drenka: „En ik kon het drinken en ik wou het nog meer en ik wou het in mijn gezicht. Ik wou een heleboel ervan in mijn gezicht (..) het was zó warm. (..) Wij maken dit samen mee, en wij kunnen samen alles doen.” Drenka zegt nog veel meer over dat geweldige bepissen van elkaar. Totdat ze er, verzwakt, even het zwijgen toedoet. Roth schrijft dan zonder franje: „Beiden nu in tranen.”

Nou, ‘beiden’. Sommige lezers ook, vermoed ik. Want een béétje lezer was al lang gaan houden van die twee liederlijke viespeuken.

De passages uit Sabbath’s Theatre, Rabbitt Is Rich en Koetsier Herfst kun je naar believen isoleren, kantelen en kortwieken, en op ‘slechte seks’ beluste juryleden van uitlachprijzen houden dan vast en zeker iets over waar je met vertrokken gezicht om kunt huiveren en meesmuilen. En voor lolbroeken als in HP/De Tijd is er altijd wel iets te sprokkelen uit andermans boeken waar je dan makkelijk de draak mee kan steken. Natúúrlijk bestaat er zoiets als ‘slechte seks’, óók in boeken, maar zodra er ten behoeve van leedvermaak allerlei lekker vieze passages uit andermans boeken worden gelicht, ben ik geneigd het op te nemen voor al die zogenaamd ‘slechte seks’ die dan met een soort aanzeggersmentaliteit wordt opgespoord door beroepsuitlachers. Tegen die types zou ik willen zeggen: slechte seks bestaat niet. Er bestaan alleen slechte lezers.

    • Joost Zwagerman