‘Servië mag niet wegzakken’

Om stabiliteit in heel Europa te bereiken moet de EU verder uitgebreid worden, zegt de Carl Bildt. ‘Het gewicht van Europa in de wereld zal toenemen.’

Carl Bildt Foto Bloomberg News Carl Bildt, Sweden's foreign minister pauses before a meeting of EU foreign ministers in Brussels, Belgium, on Monday, Nov. 19, 2007. European Union foreign ministers warned Kosovo's future government against a unilateral break with Serbia, fearing a chain reaction of separatist claims that might plunge the Balkans into turmoil. Photographer: Paul O'Driscoll/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

Je ziet het niet vaak, iemand die eerst premier is en zich jaren later nog eens met overgave stort op een ministerschap. Maar Carl Bildt, veteraan in de Zweedse én de Europese politiek, is een geval apart. Met zijn grote ervaring geldt de minister van Buitenlandse Zaken van Zweden (58) als een politieke zwaargewicht met uitgesproken ideeën. Voor diverse topfuncties bij de Europese Unie wordt de oud-premier (1991-1994) getipt.

„We hebben iets bijzonders gedaan”, zegt Bildt, een dag nadat zijn land en Nederland tegelijk Kosovo erkenden als onafhankelijke staat. Bildt was woensdag in Den Haag, onder meer om zijn collega Maxime Verhagen te spreken.

„Met Kosovo hebben we een hele nieuwe staat in Europa gecreëerd – zonder resolutie van de Veiligheidsraad, zonder vredesakkoord, zonder enige verankering. Dat is een probleem, maar het geeft ons als EU ook een bijzondere verantwoordelijkheid. Het is de vraag of Kosovo een levensvatbare staat is. Maar Europa heeft op zich genomen er een levensvatbare staat van de maken.”

En dat zal op den duur alleen maar kunnen, zegt Bildt in een gesprek in de Zweedse ambassade in Den Haag, als Kosovo lid wordt van de Europese Unie, net zoals Servië en de andere landen van de westelijke Balkan zich volgens hem ook bij de EU moeten kunnen aansluiten.

Maar hoe legt hij dat uit aan Europeanen die vinden dat de Unie wel érg snel is uitgebreid, en dat het nu maar eens een tijdje afgelopen moet zijn met het opnemen van nieuwe landen?

„Tot 1989 hadden we in Europa een orde gebaseerd op de tegenstelling tussen twee blokken. Dat gaf een generatie lang stabiliteit – maar de prijs die werd betaald was de onderdrukking van half Europa. Die orde is ingestort met de val van de Muur. Toen zijn we begonnen een nieuwe orde van vrede en stabiliteit op te bouwen, gebaseerd op politieke en economische integratie. Pas als dat proces voltooid is, en dat kan nog wel vijftien tot twintig jaar duren, kunnen we in heel Europa stabiliteit hebben.

„We onderhandelen ook met Turkije over toetreding, wat voor de Unie duidelijk een enorm strategisch belang heeft. Op lange termijn heeft ook Oekraïne Europees perspectief. Nu al zijn we het grootste handelsblok ter wereld, met een bevolking van een half miljard. Door verdere uitbreiding zal het gewicht van de EU in de wereld alleen nog maar groeien.

Waarom is dat belangrijk?

„Om de grote kwesties in de wereld te kunnen aanpakken, van het broeikaseffect tot besmettelijke ziektes, terrorisme en het Midden-Oosten. Als Europa met één stem spreekt, en er daarnaast een goede samenwerking is met Amerika, dan heb je tenminste de káns om iets aan die problemen te doen.”

Maar zal de EU, die vaak zo verdeeld is, het ooit eens kunnen worden over een gemeenschappelijke buitenlandse politiek?

„We zijn er nog lang niet, maar vergeleken met vijftien jaar geleden is er veel vooruitgang geboekt. Nu we de interne organisatie van de EU hebben geregeld in het Hervormingsverdrag, kunnen we ons gaan richten op gemeenschappelijk beleid. Buiten Europa merk ik dat er ook een grote behoefte bestaat aan één Europese stem.”

Maar is het realistisch te verwachten dat landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hun buitenlandse politiek zullen inruilen voor een compromis van 27 lidstaten?

„Tot op zekere hoogte doen ze dat al. Natuurlijk zullen er altijd nationale belangen zijn waar landen voor opkomen. Maar de ministers van Buitenlandse Zaken stemmen voortdurend van alles met elkaar af, we zijn continu met elkaar in gesprek. Ik schat dat een premier een derde van zijn tijd bezig is met coördinatie binnen de EU, een minister van Buitenlandse Zaken de helft van zijn tijd. En de meeste lidstaten nemen in de buitenlandse politiek geen belangrijke posities in zonder met andere landen te overleggen.

„Als minister van Buitenlandse Zaken heb je nu eigenlijk twee functies: je behartigt de belangen van je land, én je maakt deel uit van het team van 27 collega’s dat zoekt naar een gemeenschappelijke Europese benadering.”

Over de erkenning van Kosovo bleek één EU-standpunt niet haalbaar.

„Nee, maar over een paar hele belangrijke aspecten werden we het wél eens, zoals het sturen van een Europese missie naar Kosovo.”

Waarom sloot Zweden zich vorige maand niet aan bij het verzet van Nederland en België tegen toenadering tot Servië via een stabilisatie en associatieverdrag? Den Haag en Brussel vonden dat Belgrado eerst generaal Mladic, verdacht van oorlogsmisdaden, aan het Joegoslavië-tribunaal moest overdragen.

„Wij vinden óók dat Servië met het tribunaal moet samenwerken, maar dat kost tijd. En Servië heeft al veel gedaan: drie presidenten overgedragen, één premier is vermoord terwijl hij bezig was mensen naar Den Haag te sturen...”

Nu zegt de Servische premier dat zijn land de banden met de EU moet bevriezen. Moeten we op onze knieën smeken dat ze lid worden?

„Als Servië wegzakt in isolement en nationalisme, zal dat problemen veroorzaken op de Balkan. Niet alleen wordt het dan moeilijker de kwestie-Kosovo op te lossen, ook in Bosnië kan het spanningen opleveren.”

En wat zou dat betekenen voor de burgers van Zweden en Nederland?

„Hopelijk niet veel. Maar er wonen 20 miljoen Europeanen in dat gebied, en het zou een grote tegenslag zijn voor hun kansen op vrede en economische ontwikkeling.”

Het Westen staat weer steeds vaker tegenover Rusland. Dreigt er een nieuwe Koude Oorlog?

„Dat denk ik niet. Er is ook samenwerking, zoals bij het opvoeren van de diplomatieke druk op Iran. We moeten de banden met Rusland blijven aanhalen, het is een belangrijke speler inzake de veiligheid van Europa. De autoritaire lijn van het Kremlin is verontrustend, maar levert ze niet veel op.

„Iedere keer dat ze een land intimideren, is het effect averechts. Hun invloed in de regio is sinds het aantreden van Poetin alleen maar afgenomen: Oekraïne is van Rusland afgedreven, Georgië ook. De Russen hebben van deze aanpak meer te vrezen dan wij.”

Uw naam wordt genoemd voor verschillende hoge posten bij de Europese Unie als straks het Hervormingsverdrag van kracht is. Voelt u er voor een rol in Brussel te spelen?

„Dat doe ik al – in mijn huidige functie. Op het moment heb ik daar mijn handen vol aan.”

    • Juurd Eijsvoogel