Saturnusmaan Rhea heeft wellicht een eigen ring

Rhea, de op een na grootste maan van Saturnus, gefotografeerd op 26 november 2005 door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini. Foto NASA/JPL/SSI NASA

Saturnus is bekend om zijn imposante ring, maar nu hebben astronomen ontdekt dat ook een van zijn manen waarschijnlijk een eigen, kleiner systeem van ringen heeft (Science, 7 maart). Het gaat om Rhea, de op één na grootste maan van Saturnus en bijna half zo groot als onze maan. Hij draait in ruim vier dagen om Saturnus en ontmoet tijdens zijn omloopbeweging voortdurend de snelle elektronen en ionen die in de magnetosfeer van Saturnus gevangen zitten. En met deze elektronen blijkt iets merkwaardigs aan de hand.

Cassini scheerde in november 2005 op een afstand van slechts 500 kilometer langs Rhea, iets ten zuiden van diens equatorvlak. Tijdens deze passage detecteerde de ruimtesonde een ‘tekort’ aan elektronen in een gebied tot op ongeveer acht maal de straal van Rhea, iets wat men niet had verwacht. Tijdens een latere voorbijvlucht op grotere afstand, in augustus 2007, werd eveneens zo’n elektronentekort gevonden. Zulke plaatselijke afwijkingen waren eerder niet gevonden bij Dione en Tethys, twee kleinere manen die op wat kortere afstand rond Saturnus cirkelen.

De waarnemingen van Cassini wijzen er op dat in de buurt van Rhea elektronen uit de magnetosfeer van Saturnus worden ‘opgeveegd’. Geraint Jones en zijn collega’s denken dat het hier gaat om een – vooralsnog onzichtbare – ring van vaste deeltjes rond Rhea. Binnen deze ring zouden zich enkele afzonderlijke ringetjes of (onvolledige) ringbogen met een grotere dichtheid bevinden. Daarop wordt gewezen door enkele afnamen in de elektronendichtheid die slechts enkele seconden duurden. Die vondst verraadt de aanwezigheid van extra veel materiaal op 1.610, 1.800 en 2.020 kilometer van Rhea.

Al eerder hadden astronomen ontdekt dat Rhea is gehuld in wolk van stofdeeltjes. Deze deeltjes worden door inslagen van micrometeorieten uit het oppervlak van Rhea vrijgemaakt. De deeltjes zijn microscopisch klein, maar in het materiaal van de ring rond Rhea zouden zich volgens de recente analyses ook veel grotere deeltjes moeten bevinden, tot aan brokstukken van vele decimeters groot. Die zouden afkomstig kunnen zijn van een klein hemellichaam dat zich in het verleden te dicht bij Rhea waagde en door getijdenkrachten uiteen werd getrokken. George Beekman