Reuze nuttig, zo’n agressietraining

Wie staat er voor de rechter en waarom? Een leerstraf is een echte straf. Arthur doet zijn agressietraining dolgraag nog een keer. „Ik vind het oké hoor.”

Door Rinskje Koelewijn

Hij is groot en vierkant, een zonnebril op zijn kale hoofd, een klein ringetje door zijn neus. In zijn blik gloort iets waardoor je vanzelf op het idee komt even ergens anders te gaan zitten.

Maar Arthur (41) blijkt een lam in het lichaam van een geweldenaar. Dat is ooit anders geweest. Anders zou hij zijn grote lijf nu niet om het verdachtenbankje heen hoeven te klappen.

De aanklacht is dat hij op oudejaarsavond 2005 zijn vriendin heeft mishandeld, en haar telefonisch heeft bedreigd. Nog voor de rechter de details van het molest heeft kunnen noemen, erkent Arthur ruiterlijk zijn fouten. Geschopt tegen haar rechterarm? Ja, ja, dat kan wel. De ruiten van haar woning ingekegeld. Ja, correct. Eén ruit was het, misschien twee. En de bedreigingen? Ja, maar daar zat wel een dingetje aan. Daar was namelijk heel wat aan vooraf gegaan, zegt Arthur. Hij was na de schermutseling afgedropen naar zijn eigen huis, en bij thuiskomst had ze zijn antwoordapparaat vol gescholden. En dan ga ik geen bloemetje sturen, zegt Arthur. Dan bel ik haar even terug.

Voor het hele akkefietje, de schop, de ruiten, en het telefoontje had Arthur al straf gekregen: 26 uur leerstraf. Hij moest op agressietraining. Maar Arthur is twee keer niet verschenen op de cursus, en toen heeft de reclassering zijn zaak teruggestuurd naar de officier van justitie. Die kan dan de uren niet gevolgde leerstraf omzetten in een gevangenisstraf. Twee uur cursus staat gelijk aan een dag zitten. Er staan nog 14 uur open, dat is dus een week cel die hem nu boven het hoofd hangt.

Maar zo ver is het nog niet. De rechter trekt bij voorbaat een begripvol gezicht en zegt, alsof ze het antwoord wel weet: „U vond het niks, die agressietraining?” Nou, zegt Arthur, totaal onverwacht: ik vond het reuze nuttig. En als het even kan, zou hij die cursus graag opnieuw willen volgen.

Dus u vond het niet erg? probeert de rechter nog eens. Zelfs als u de uren die u al heeft gevolgd, nog een keer moet doen? Integendeel, zegt Arthur. In de paar uur dat hij er wel geweest is, heeft hij veel geleerd wat hij nog niet wist. Twee dames hebben hem uitgelegd hoe dat werkt, agressie. Het videogesprek had hij al gehad, het scènegesprek heeft hij helaas gemist. Hij had nog drie lessen tegoed. Maar toen wilden ze hem niet meer hebben. Hij doet het met liefde over. En die extra uren? Hij vindt het oké hoor.

Op zo veel welwillendheid had de officier van justitie niet gerekend. Ze wrijft het hem nog even in: een leerstraf is een echte straf. Eén keer mag u ongeoorloofd afwezig zijn, de tweede keer is het over en uit. En of Arthur kan vertellen waarom hij dan twee keer verzuimd heeft? De bel bij de cursusruimte was stuk, hij had geen telefoonnummer, of het verkeerde. Elke middelbare scholier heeft een beter repertoire aan smoezen. Maar gek genoeg maakt de knulligheid van Arthurs verweer juist wel een geloofwaardige indruk. De officier moet het maar zeggen, hij hoort het wel, hij vindt alles best.

Het is een beetje gek, zegt de officier, om met een verdachte te onderhandelen over de straf. Maar heeft meneer wel eens geprobeerd ergens anders een dergelijke cursus te volgen? Want haar probleem is dat ze hem niet nog een keer voor deze cursus kan opgeven. „De reclassering stelt dat niet op prijs.” En daar zit ze een beetje mee. Arthur helpt: Er zaten anders genoeg jongens die het voor de derde keer deden.

De rechter brengt verlossing. Ze informeert eerst nog naar de relatie met het slachtoffer van destijds. Of hij die nog ziet. Ja, zegt Arthur, het is een knipperlichtrelatie. Af en toe haalt hij de jongen bij haar op.

De rechter excuseert zich voor haar bemoeizucht, maar vraagt toch naar Arthurs drankverslaving. In alle eerlijkheid, hij drinkt nog wel, sporadisch, maar niet meer zoals in de jaren negentig, toen hij nog elk weekeinde naar Ajax ging. En hij woont nu in Almere en niet meer in Amsterdam, dat scheelt.

De rechter komt tot haar oordeel. Het is allemaal zo lang geleden, van haar hoeft Arthur de resterende 14 uur niet te zitten en ook niet te leren. Die zijn voorwaardelijk. Vriendelijk bedankt, zegt Arthur. Doei.

    • Rinskje Koelewijn