Nog vroeger apart

Op voorscholen krijgen peuters extra taalles, maar dat werkt wel segregatie in de hand. Anja Vink

Speelgroep voor jonge peuters op het Javaplantsoen in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg. Ouders staan voor het dilemma of zij hun kinderen straks naar de voorschool moeten sturen. Foto Maurice Boyer Peuters en ouders in Kruipclub in Amsterdam-Oost Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080306 Boyer, Maurice

In de speelgroep voor peuters op het Javaplantsoen in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg zitten twee moeders van Marokkaanse afkomst. Hun nog geen twee jaar oude kinderen spelen op de grond. De vrouwen wonen sinds hun huwelijk in Nederland en spreken gebroken Nederlands. Ze zitten met een dilemma: ze willen hun kinderen graag op scholen met niet alleen maar kinderen van Turkse of Marokkaanse afkomst, maar ook Nederlandse. Moeder Aisha: “Maar ik wil ook dat mijn kind naar de voorschool gaat waar het beter leert Nederlands praten. Maar daar zitten alleen Marokkaanse en Turkse kinderen.”

taaloefeningen

Dat is nu precies het probleem met de voorschool. In veel grote steden in Nederland is de zogeheten Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gesegregeerd. Op voorscholen leren peuters van niet-Nederlandse afkomst – doelgroepkinderen, zoals ze in het voorschooljargon heten – in vier jaar beter Nederlands praten. Speciaal getrainde peuterleidsters doen vier dagdelen allerlei taaloefeningen met de kinderen. Ze lezen voor, ze wijzen aan, ze laten de kinderen herhalen. In de praktijk zijn de voorscholen dus voor kinderen van laag opgeleide allochtone ouders, en kinderdagverblijven voor de kinderen van hoog opgeleide witte ouders.

basisschool

En dat verschil zet zich voort op de basisschool. Ouders die hun kind naar een voorschool sturen, wordt gevraagd om het op de basisschool te doen die aan de voorschool vast zit. Dat is niet verplicht, maar het gebeurt wel vaak. Gevolg: ook de basisschool segregeert. In Rotterdam werd die segregerende werking van de voorschool vier jaar geleden al geconstateerd. Alle peuterspeelzalen werden toen tot voorschool omgedoopt. Dat hielp niets. Guido Walraven, initiatiefnemer van het kenniscentrum Gemengde Scholen, komt het vaak tegen: “Een zwarte school met een voorschool verwitten is moeilijk, want er is vaste instroom van allochtone leerlingen. Het is het klassieke voorbeeld van een goedbedoelde maatregel met onbedoelde gevolgen.”

In het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg zijn vier jaar geleden twee gemengde peuterspeelzalen gesloten. Daar kwamen twee voorscholen voor in de plaats, bij de Flevoparkschool, toen nog een gemengde school. Peuterspeelzalen zitten in feite tussen voorschool en kinderdagverblijf in. Ouders uit een buurt kunnen hun 2-jarige peuter ernaartoe sturen; in een gemengde buurt is de peuterspeelzaal ook gemengd.

Maar nu staat het stadsdeel Zeeburg op het punt om ook de laatste twee gemengde peuterspeelzalen om te zetten in een voorschool. Diverse ouders met kinderen in die peuterspeelzalen en op de Flevoparkschool tekenden afgelopen voorjaar bezwaar aan. Een moeder die niet met haar naam in de krant wil, zegt dat haar peuter naar de voorschool bij de gemengde basisschool de Pool gaat, over de grens van stadsdeel Zeeburg, net in het stadsdeel Centrum. “Want wat moet mijn kind, dat prima Nederlands spreekt, met een programma dat gericht is op taalachterstand?” De Pool heeft een ontwikkelingsprogramma gericht op alle peuters, niet alleen allochtone.

Dat kan natuurlijk ook. Het Tweede Kamerlid Hamer (PvdA) stelde vorig jaar zelfs voor om alle voorschoolse voorzieningen bijeen te voegen tot een voorziening voor alle kinderen. Maar zover is het nog niet. Het huidige kabinet stopt 110 miljoen euro in de eerste twee jaar van de voorschool. Daarnaast is er voor de kleuterperiode van de voorschool ook extra geld uitgetrokken: 70 miljoen. Met gevolg dat de voorscholen als paddenstoelen uit de grond schieten. Tegelijkertijd trekt deze regering onder het motto ‘samen spelen, samen leren’ ook geld uit om de segregatie tegen te gaan, maar dat is ‘slechts’ 8 miljoen euro. Volgens een woordvoeder van het Ministerie van Onderwijs moeten de gemeenten letten op het segregerende effect van de voorschool.

Volgens interim-directeur Cor Oskam van de Flevoparkschool heeft de voorschool wel een gunstig effect op de taalontwikkeling. “Kinderen die naar de voorschool gaan zijn beter voorbereid op de basisschool. De helft van de leerlingen in groep 1 heeft geen voorschool gehad. Die komen vaak met een speen in de mond in de buggy binnen en spreken geen woord Nederlands. “Maar wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de voorschool levert wisselende resultaten op. Zo constateerde het ITS van de Radboud Universiteit te Nijmegen vijf jaar geleden dat er in hogere groepen van de basisscholen geen merkbaar verschil was tussen kinderen die wel en niet van de voorschool komen.

pilot

Het Amsterdamse SCO - Kohnstamm Instituut vond in 2005 wel verschillen in de prestaties tussen de voorscholen. Bij kinderen die minimaal vier dagen per week trouw naar goed functionerende voorscholen gaan, waar voortdurend twee Nederlands sprekende leidsters voor de groep staan, en die consequent het programma uitvoeren, zijn wel in latere jaren van de basisschool nog merkbare voorsprongen te vinden. Maar in de praktijk is er nauwelijks toezicht of voorscholen wel aan deze eisen voldoen. De Onderwijsinspectie heeft net voor het eerst een pilot afgerond in de vier grote steden naar de kwaliteit van de voorschoolprogramma’s in groep 1 en 2. In april wordt de conclusie gepresenteerd.

De ouders van de speelgroep aan het Javaplantsoen in Amsterdam-Oost hebben daar nog niets aan. Mohammed, de echtgenoot van Aisha, verwoordt zijn problemen in vlekkeloos Nederlands: “Ik heb zelf als kind in deze buurt op een school met Nederlandse kinderen gezeten. Ik heb daardoor goed Nederlands geleerd. Mijn oudste kind leert dat op een ‘zwarte’ school niet. Zijn Nederlands gaat achteruit en ik moet hem na school bijspijkeren. Ik wil mijn kinderen naar een school sturen waar ook Nederlandse kinderen zijn maar dat lukt in deze buurt niet meer. En daar voel ik me machteloos onder.”