Najaarsmode uit Parijs

Dolce & Gabbana Het lange, mouwloze vest. De kuitlange rok. Een pet. Een hooggesloten blouse. En stevige laarzen. Vijf trends in één outfit. Stigter, Jeroen

Ligt het aan de recessie? Aan de overload van snelle, goedkoop geproduceerde kleding uit China? De druk van de marketingafdeling? Of heeft het te maken met het feit dat vrouwen het nu echt beu zijn steeds maar weer als barbiepoppen te worden aangekleed? De mode-ontwerpers in Parijs, die altijd een intelligent antwoord hebben op wat er in de (mode)wereld speelt, zijn dit keer verdeeld. De najaarscollecties die afgelopen week in de Franse hoofdstad werden geshowd vertellen elk hun eigen verhaal. Met één gemeenschappelijke ondertoon: streng doch onzeker.

Inkopers, modepers en stylisten gaan doorgaans naar Parijs voor een creatief en intellectueel commentaar op wat er in de maatschappij aan de hand is. Wat in Milaan op een commercieel presenteerblaadje wordt aangeboden, wordt in Parijs vaak verder geduid en uitvergroot. Maar dit seizoen niet. Dit seizoen bewogen de collecties zich tussen veilig en commercieel, fantasierijk, slechte smaak en koele, afstandelijke supervrouwen.

Enkele seizoenen terug haalden sommige collecties nog wel eens de voorpagina’s van de kranten. Viktor & Rolf lukte dat bijvoorbeeld regelmatig. Nu was hun show niet meer dan een zwakke protestkreet tegen de snelle, goedkope stroom mode die ons dagelijks overspoelt. Met de collectie zelf is helemaal niets mis: mooie, sobere jassen, heerlijke soepel vallende jurken, comfortabele broekpakken en glamoureuze avondjurken met dito schoenen en tassen. Met teksten als No en Dream On verwerkt in de kleding en met nietjes aan elkaar gezette creaties – wat een prachtig effect gaf – protesteerde het duo tegen de fast fashion die geen ruimte meer laat voor geduldige vakmanschap en kwaliteit. Ze hebben helemaal gelijk, maar het protest had rauwer en subtieler gekund in plaats van zo Hollands recht voor z’n raap. Het overschaduwde de collectie in plaats van te ondersteunen.

In zekere zin was de collectie van Dries van Noten ook een (stil) protest tegen de snelle mode. Elk ontwerp uit zijn intense, kleurrijke doch sobere collectie was een verwijzing naar een bepaalde productietechniek, van draperen tot borduren, plisseren, verven, breien of haken. Opvallend waren de kettingen van tientallen geregen armbanden. Niet geheel toevallig nu juwelen en sieraden hard op weg zijn de handtas te vervangen als hét accessoire.

Zo’n beetje elk modehuis liet beeldbepalende sieraden zien. Coco Chanel heeft dat bij leven uitgevonden en Lagerfeld zet de accessoires nog elk seizoen met succes in. Dit keer vormden ze onderdeel van een levensgrote draaimolen – een metafoor voor de almaar door- en doldraaiende modebusiness. En Chanel ís big business, met een collectie waarin altijd voor elk wat wils zit – dit keer lange rokken, ruime, bloezende jassen en een Chanelpakje met versleten en rafelige plekken. Nee, dan de stil makende collectie van Balenciaga, waar Nicolas Ghesquiere op fascinerende wijze high tech mixt met klassieke couturetechnieken. Zijn 3-D silhouetten zijn volgend najaar in veel andere collecties terug te vinden, maar niemand doet het zo goed als hij. De sfeer doet bijna buitenaards aan, maar het beeld is vrouwelijk, elegant en modern – met simpele overslagrokjes, strenge aansluitende jurkjes en gedrapeerde tops.

Als er al een rode draad door de najaarscollecties loopt dan is het die van een sober, streng en vaak gebeeldhouwd silhouet in donkere tinten. Bij sommige ontwerpers pakt dat goed uit, zoals bij Junya Watanabe, maar bij de meesten doet het erg geforceerd en afwerend aan. Zitten vrouwen hierop te wachten? Willen ze met hun kleding zo’n afstand scheppen dat ze onbenaderbaar worden? Het is heerlijk om je achter zo’n hoge kraag en in een dikke, viltige jas te verbergen, dat blijkt wel uit de huidige wintermode – maar deze had nog iets zachts en ronds en daar is niets mis mee.

De voorkeur voor het nieuwe silhouet legt ook genadeloos de talenten van een ontwerper en atelier bloot. Zo verfijnd en stil als Raf Simons het bij Jil Sander in Milaan liet zien (hij gebruikte de talenten van Italiaanse meesterkleermakers), zo grof oogt het bij Louis Vuitton en zelfs Yves St. Laurent. Vertaal het naar maat 42/44 en een vrouw ziet eruit als een tank. Nee, dan de soepel vallende jersey jurken van Watanabe en de stugge jasjes op fladderige jurken bij Nina Ricci – rock ’n roll stoer maar toch sensueel.

Wat volwassen vrouwen zelf dagelijks dragen is doorgaans een goede graadmeter voor hun behoefte. Maar naar welke vrouw te kijken? Die in Singapore, Bombay, Tokyo, Moskou, Parijs of Amsterdam? Het is onmogelijk een eenduidig vrouwbeeld te schetsen, al was het maar omdat emancipatie en maatschappelijke vooruitgang niet overal even snel gaan en statussymbolen van land tot land verschillen. Maar één ding hebben al die vrouwen toch wel gemeen: ze willen in hun waarde gelaten worden met kleren die iets voor hen doen. Met mode die elegant is, vrouwelijk, volwassen, serieus, zacht en soms ook stoer. Geef haar een goede jas waarin ze zich veilig voelt en kan verbergen. Een jurk die iets voor haar figuur doet, een krachtig kostuum en iets ongelofelijk glamoureus voor die ene gelegenheid.