Minder Islam

In de zendtijd voor politieke partijen zag ik Geert Wilders afgelopen donderdag een poging doen om zijn politieke programma breedte te geven. De islam was ineens nog maar een aarzelende voetnoot in de gebruikelijke, apocalyptische opsomming van Hollandse ressentimenten. Er was ook ineens geen sprake meer van een manmoedige strijd tegen de fascistische Koran en de baardmannen met hun bebloede kromzwaarden - staande aan de Hollandse kustlijn opperde hij bijna bedeesd dat er in Nederland „minder islam” moest komen. Dat was het.

Minder islam? Dat klinkt al verdacht veel als de klacht van de gepikeerde burger die zegt niks tegen homo’s te hebben, maar waarom moet het altijd zo opzichtig? Als orthodoxe moslims gewoon hun baarden een stukje korter zouden knippen, de minaretten van hun moskees zouden halveren en vier in plaats van vijf keer per dag richting Mekka zouden buigen, dan zou dat al een hoop schelen. Zoiets? Voeg dit vage „minder islam” bij Wilders herhaalde verzekeringen van de afgelopen week dat hij met zijn islamfilm ruimschoots binnen de grenzen van de wet zal blijven en de verdenking van koudwatervrees dringt zich op. Of ligt het subtieler? Is het geen kwestie van angst maar van relativering? Is Wilders ten prooi gevallen aan het proces van rechtse ontnuchtering dat hij zelf in gang heeft gezet? Dat zit zo: door de kwaadaardige karikatuur die Wilders van de islam heeft gemaakt en zijn onverbloemd racistische benadering van het integratievraagstuk zijn veel Hollandse neoconservatieven plotseling ruw ontwaakt uit hun dromen over superieure westerse waarden. Er wordt op rechts plotseling weldadig veel gerelativeerd. De VVD is gedwongen om te markeren waar Wilders te ver gaat, Elsevier hoont in een hoofdredactioneel de idiotie van het boerkaverbod. En terwijl linkse intelligentsia zich wentelde in zelfhaat omdat Franse intellectuelen Hirsi Ali tot boegbeeld van de nieuwe Verlichting verklaarden, schamperde datzelfde blad over de holle retoriek van BHL. In HP/de Tijd van deze week hoont zelfbenoemde burgertrut Fleur Jurgens de Wilderiaanse notie dat de islam het in Nederland het voor het zeggen zal krijgen wanneer niet tijdig wordt ingegrepen. Die dreiging bestaat volgens haar niet; ‘de’ moslim trouwens ook niet. In het Parool verkondigt de Vriend van Theo, Theodor Holman, nu de nuchtere standpunten die ik vier jaar geleden huldigde - toen je er iets meer lef voor nodig had.

Het is een opwekkende ontwikkeling. Jammer dat die aan de linkerkant niet wordt opgemerkt. Daar gaat de stroom namelijk precies de andere kant op. Terwijl op rechts het integratiedebat nu ontnuchterd wordt gevoerd, vecht de PvdA nog tegen de spoken van haar eigen verleden. Vorige week verspeelde Wouter Bos zijn laatste krediet door te pleiten voor meer polarisatie in het debat. Is dat zijn antwoord op Geert Wilders? Terwijl die laatste bijna voorzichtig zijn kiezers „minder islam” belooft, roept de vicepremier op tot polarisatie. Misschien bedoelde hij confrontatie? Ik begrijp dat hij geen zin heeft in de zalvende multiculti taal waarmee vroeger in zijn partij het altijd dreigende kwaad van het racisme werd bestreden, maar je kunt moeilijk volhouden dat die taal nu de boventoon voert.

Je kunt Wilders met scherpe argumenten tegemoettreden, zoals Pechtold met succes doet. Bos zegt niets over Wilders. Wel schiet de top van de PvdA spontaan in een kramp wanneer de burgemeester van Amsterdam het waagt om relativerend te doen over een paar islamitische straatcoaches, die na een ongetwijfeld ruig leven Allah hebben gevonden en van hem geen vrouw meer mogen aanraken en daar van te voren ook nog keurig even over bellen.

Ik zou zeggen, zolang mensen in Nederland, moslims en niet-moslims, elkaar bij de kennismaking niet direct in het gezicht spugen, valt er met een paar smetvrezende moslims goed te leven, net als met die nog geen honderd vrouwen in een boerka. Die islamitische mode, want een mode is het, waait over. Maar links is bang, bang voor haar eigen misvattingen uit het verleden, murw van het jarenlange geschamper over de ‘linkse kerk’, bang voor de boosheid en de haatmail. Terwijl denkend rechts door Wilders gedwongen wordt zichzelf te nuanceren, zie je aan de linkerkant een pijnlijke neiging om flink gedrag te vertonen.

Een schrijnend voorbeeld was afgelopen week te zien in Editie NL, waar de man die een paar mislukte verkiezingscampagnes van de PvdA op zijn naam heeft staan, Jacques Monasch, commentaar mocht leveren op de actie van Rita Verdonk. Die laatste hoopte, gevolgd door een cameraploeg, een graantje mee te pikken van de volkse verontwaardiging over de taakstraf van Germaine C., de vrouw die de dief van haar tasje doodreed. De krolse gretigheid waarmee Monasch, die zich de afgelopen jaren van reclameman tot partij-ideoloog heeft ontpopt, zich aansloot bij het doorzichtige opportunisme van Verdonk, bracht de diepe geloofscrisis van de PvdA schitterend in beeld. Het protest van D66 tegen de actie van Verdonk, verklaarde Monasch, dat was zielige oude politiek. Rita verstond immers de tijdgeest en D66 had bijna geen aanhang meer. Oude politiek - in de geest van mannetjes als Monasch kan alles wat niet meteen heult met sensatie en sentiment worden afgedaan als oude politiek. Het hele democratische bestel is eigenlijk oude politiek. Daarom, speciaal voor Monasch, even wat nieuwe journalistiek: je bent een opportunistische rat, Jacques! Zodra ik je adres te pakken heb, druk ik het af - dan kunnen de lezers je zelf komen zeggen hoe ze over mensen als jij denken. En ik weet waar je kinderen naar school gaan.

Alles in naam van de directe democratie, natuurlijk. Wat zich aandient als de nieuwe flinkheid binnen de PvdA, is niet anders dan een wanhopig heulen met de tijdgeest. De uitdaging van Wilders vraagt niet om een oproep tot meer polarisatie. En trouwens ook niet om het gesus van Femke Halsema, die de haat denkt te kunnen weerspreken op de toon van een schampere kleuterleidster. Hoe paradoxaal het ook klinkt, het serieuze antwoord op Wilders zal van rechts moeten komen. Wie weet komt het van Wilders zelf.

    • Bas Heijne