Illegale buitenpost krijgt permanent karakter

De joodse nederzettingen en illegale buitenposten op de Westelijke Jordaanoever gelden als groot obstakel voor vrede. ‘Natuurlijk is het oneerlijk’, erkent een ‘Inca-jood’ die er woont.

Twee joodse kolonisten in de illegale buitenpost Esh Kodesh, op de Westelijke Jordaanoever. Op de heuvel ligt een andere illegale buitenpost, Achiya. Foto AFP Israeli settlers walk in the illegal outpost of Esh Kodesh located near the West Bank village of Tormusayya, on March 5, 2008. On the left the construction of a new settler?s house. On top of the hill the Achiya outpost. The United States, whose Secretary of State Condoleeza Rice is visiting the region, regularly call upon Israel to dismantle all the illegal outposts in the West Bank. AFP PHOTO/MENAHEM KAHANA AFP

De illegale buitenpost Givat Hahish ziet er mistroostig uit. Zo’n 30 caravans staan rommelig opgesteld op een heuvel op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Lager is Alon Shvut te zien, een joodse nederzetting tussen de Palestijnse steden Bethlehem en Hebron.

Yeshawahu Sanchez (58) zit in zijn caravan garen te spinnen voor joodse gebedshemden. Zes jaar geleden vertrok hij uit Peru op uitnodiging van het Joods Agentschap. Met vrouw en vier kinderen werd hij in deze buitenpost ten zuiden van Jeruzalem gehuisvest. Dat deze heuvel in het gebied ligt dat volgens alle zogeheten vredesplannen ooit de Palestijnse staat moet worden, is voor hem geen probleem: „Arabieren hebben geen recht op dit land.”

Sanchez sprak toen hij hier kwam amper Hebreeuws. „Maar ik ben joods, daarom is dit land van ons.” Zijn garen wordt wekelijks opgekocht door een rabbijn uit Alon Shvut. Daarmee en met sporadisch werk als dagloner komt hij wel rond, veel kosten maakt hij niet. Hij betaalt de gemeenteraad van de naburige nederzetting maar 100 dollar per maand voor caravan, water en licht.

De nederzettingen (illegaal volgens internationaal recht) en de buitenposten (ook volgens Israëlisch recht illegaal) worden beschouwd als een van de belangrijkste obstakels voor duurzame vrede tussen Israël en de Palestijnen. In totaal zijn er meer dan 220 nederzettingen en buitenposten op de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem. Er hebben zich zo’n 282.000 joden gevestigd. De internationale Routekaart naar vrede van 2003 roept Israël op buitenposten die na maart 2001 zijn ontstaan onmiddellijk te ontmantelen en de bouw in nederzettingen te bevriezen.

In werkelijkheid dijen de nederzettingen steeds verder uit en krijgen buitenposten een permanent karakter, zegt Hagit Ofran van de organisatie Vrede Nu. Keer op keer belooft Israël ze te ontmantelen, maar daar komt weinig van terecht. Eerder dit jaar noemde premier Olmert de aanwezigheid van illegale buitenposten een schande. Maar het ontbreekt aan wil om de confrontatie aan te gaan met de fundamentalistische zionisten, want dat zou politieke zelfmoord zijn, aldus Ofran.

In augustus werd een buitenpost bij Hebron ontmanteld. Meer dan 3.000 soldaten en politieagenten moesten eraan te pas komen om twee gezinnen en opgetrommelde actievoerders te ontruimen. Dertig agenten en 26 activisten werden gewond. „De kolonisten maken er zo’n groot mogelijk spektakel van”, zegt Ofran. „Elke Israëliër zal met hen sympathiseren als de tv toont hoe ze met stokken worden verdreven.”

De notie dat de nederzettingen en buitenposten voor Israël behouden moeten blijven, wordt op alle mogelijke manieren gepropageerd. Typerend is een recente controverse over het weerbericht, waarbij de nederzettingen niet worden vermeld. Toen de ombudsman verklaarde dat Judea en Samaria – de Westelijke Jordaanoever – geen deel uitmaken van de Israëlische staat, bood de omroepdirecteur snel excuses aan.

Sanchez’ buurman Nahshon (43) komt ook uit Peru. Hij werkt bij het benzinestation onder aan de heuvel en praat wel eens over politiek met zijn Arabische collega’s. „Ze zeggen dat het oneerlijk is dat hun land wordt afgepakt, terwijl wij hier naartoe worden gehaald. Natuurlijk is dat niet eerlijk. Maar ik kan daar niets aan veranderen. Ik ben geen Jezus.”

Ook hij is er heilig van overtuigd dat de Westelijke Jordaanoever aan de joden toebehoort. „Het staat letterlijk in de Bijbel.” Nahshon zegt dat zijn joodse voorvaderen eeuwen geleden uit Spanje vertrokken om zich in Peru te vestigen. Hij maakt in werkelijkheid deel uit van de ‘Inca-joden’, een groep Peruanen die zich begin jaren negentig op aanmoediging van een Israëlische rabbijn tot het jodendom bekeerde en emigreerde naar het beloofde land.

Onder internationale druk gelastte de Israëlische regering in 2004 een onderzoek naar de nederzettingen en buitenposten. De conclusie was dat veel buitenposten met medeweten van, of zelfs in samenwerking met de overheid zijn opgericht.

Neem Givat Hatamar. In een van de omgebouwde containers voedt Dikla Khalili (28) haar eenjarige kind een banaan. Ze werkt als onderwijzeres in een nabijgelegen nederzetting en woont hier ruim twee jaar. Waarom? „Omdat het goedkoop is, en een warme gemeenschap van jonge mensen.” Toen de gemeenteraad jonge gezinnen uitnodigde zich op de heuvel te vestigen, gaven zij en haar man zich op. „Men beloofde dat op den duur de containers worden vervangen door stenen huizen.”

„Zo gaat het altijd”, zegt Hagit Ofran van Vrede Nu. „Ze bouwen de nederzettingen steeds verder uit. Eerst is er veel protest van Palestijnen en de vredesbeweging, maar na een tijdje wordt de aandacht afgeleid door andere kwesties. Op den duur worden de caravans vervangen door stenen huizen en is het een voldongen feit. Aan het einde van de rit, is er geen land meer over voor de Palestijnen. Zo wordt elke kans op vrede vernietigd.”

Buiten op de onlangs geasfalteerde straat lopen Elad en Itamar, twee 18-jarige studenten uit Jeruzalem. Ze logeren twee weken in de buitenpost om religieus onderwijs te krijgen voor ze hun dienstplicht gaan vervullen. Wat denken zij van de nederzettingen en buitenposten? „Dit is Israël, het land van de joden. Palestijnen hebben hier niets te vertellen. Als het hun niet bevalt mogen ze vertrekken.”

    • Alexander Weissink