Huisarrest zonder proces

De VN zet van terrorisme verdachte personen op een zwarte lijst. De reden wordt betrokkenen niet verteld, verdedigen kunnen ze zich niet. „Het leven van deze verdachten wordt geruïneerd.”

Klanten voor een Al-Bakaraat winkel in Mogadishu, Somalië. Het bedrijf staat op de VN-lijst Foto AP Customers wait at a counter of an Al-Barakaat store in Mogadishu, Somalia, Thursday, Nov. 8, 2001. Al-Barakaat, which is one of Somalia's biggest companies, was included on a list released Wednesday by U.S. President Bush's administration of names and entities suspected of having links to terrorist groups. (AP Photo/Osman Hassan) Associated Press

Dat de wereld van Youssef Nada is ingestort, zou je op het eerste gezicht niet zeggen. Met een druk op de knop laat hij het zware ijzeren hek naar zijn villa openrollen. Op de stoep verwelkomt hij zijn bezoek in een driedelig krijtstreeppak. Het huis is immens en gedecoreerd in de typische Louis Farouk-stijl van de Arabische upper-class: kostbare tapijten, stoelen met gekrulde gouden poten, tafels vol ivoor en koranteksten aan de muur. Van het magistrale uitzicht over het meer van Lugano heeft menig staatshoofd, minister, oppositieleider en zakenman uit het Midden-Oosten genoten.

Maar die mensen komen niet meer. Of zelden. Nada, een 77-jarige Egyptische bankier en zakenman met Italiaans paspoort, is een paria geworden. Sinds november 2001 staat hij op de zogeheten zwarte lijst van de VN (ofwel de ‘UN Al Qaeda and Taliban Sanctions Committee Designation List’, die de fondsenwerving van beide organisaties af moet snijden) omdat hij ervan wordt verdacht dat hij gelden inzamelde, beheerde en distribueerde voor Osama bin Laden. Nada’s bank, Al-Taqwa, is geliquideerd. Al zijn zaken, die hij naar eigen zeggen in 25 landen deed, zijn opgeschort. Zijn rekeningen zijn geblokkeerd. Hij mag het land niet uit. Omdat hij in een piepkleine Italiaanse enclave in Zwitserland woont, Campione (1,6 vierkante kilometer bergrug met villa’s en een enorm casino), heeft hij feitelijk al zeven jaar huisarrest in deze gouden kooi. Maar de kok, de chauffeur en de dienstmeisjes zijn voor hun diensten bedankt. Nada’s Syrische echtgenote Amal vervult nu, waarschijnlijk voor het eerst van haar leven, al deze rollen tegelijk. Als het donker wordt, gaan de lichten in Villa Nada spaarzaam aan. En het is koud, want de verwarming is uit. Dat Nada’s vier kinderen de deur uit zijn en in hun eigen onderhoud voorzien, is een geluk bij een ongeluk.

Er is met geen mogelijkheid uit te maken of Youssef Nada de dingen heeft gedaan waarvan hij wordt verdacht. Concrete, precieze aantijgingen tegen hem zijn er niet. Die zijn er ook nooit geweest. Geen van de 370 personen en 112 bedrijven die momenteel op de zwarte lijst van de VN staan, krijgt die onder ogen. Je belandt op die lijst op grond van belastende informatie die geheime diensten aanleveren. Maar die geheime diensten willen de informatie die ze de VN aanleveren, niet openbaar maken. Ze zijn bang dat er iets naar buiten komt over hun bronnen. Ook willen de geheime diensten niet dat anderen erachter komen welke methodes ze gebruikt hebben om aan informatie te komen – methodes zoals infiltratie en marteling. Maar zonder bewijsmateriaal kunnen er geen processen worden gevoerd tegen de mensen op de zwarte lijst. Zij zeggen ook dat het daardoor extreem moeilijk is om zich te verdedigen. Steeds meer van hen beginnen daarover te klagen. „De Verenigde Naties mogen zeggen dat het om ‘preventieve’ maatregelen gaat en niet om straf”, zegt Ben Hayes van Statewatch in Londen, de enige mensenrechtenorganisatie die zich echt druk maakt over mensen als Nada. „Maar feit is, het leven van deze mensen wordt compleet geruïneerd. Ik zeg niet dat ze allemaal onschuldig zijn. Het probleem is juist dat we dat na jaren nóg niet kunnen beoordelen. Geef ze een normaal proces!”

Ook tegen Nada is nooit een proces gevoerd. Hij houdt zelf vol dat hij onschuldig is. Maar vrijwel niemand kan dat beoordelen. Het enige dat zeker is, is dat de Zwitserse en Italiaanse politie op de ochtend van 7 november 2001 – amper twee maanden na 9/11 – invallen deed bij hem en medewerkers thuis en in zijn kantoren. Deze operatie ‘Lago’ vond plaats op last van de Zwitserse justitie. De Amerikaanse president Bush zei die dag op tv dat Nada de „kassa” van Bin Laden was. Maar Zwitserland is een legalistisch land. Het spoort anderen aan om zich aan de wet te houden en wil zelf het goede voorbeeld geven. Als de Amerikanen bewijs hadden dat Nada terroristen hielp, redeneerde men in Bern, moest hij te berechten zijn. Later zou de Zwitsers pijnlijk duidelijk worden dat de Amerikanen hier in de War on Terror anders over dachten.

Nada werd vele malen ondervraagd, eerst door de FBI en mensen van het ministerie van Financiën in Washington, later vooral door Claude Nicati, de Zwitserse adjunct-procureur-generaal. Nicati wilde uitleg over bankafschriften, vroeg hoe vaak hij in Koeweit was geweest, en of die-en-die Libanese VIP een bankrekening bij Al-Taqwa had gehad. Soms wilde hij ook Nada’s mening over een website waarop werd gepleit voor een Jihad in Europa. Volgens Nada’s Zwitserse advocaat Jürg Wernli waren daarbij meer dan eens „Amerikaanse klerenkasten met zonnebrillen” aanwezig, die strak voor zich uitkeken en hun mond niet opendeden. Nada’s administratie, die tijdens Operatie Lago in vier minibusjes was afgevoerd, werd binnenstebuiten gekeerd.

Maar na 3,5 jaar was er nóg geen concrete aanklacht geformuleerd. Daarom gelastte het Federale Hof in Bern Nicati in mei 2005 om het onderzoek te stoppen. De beschuldigingen tegen Nada waren, aldus het Hof, nog „compleet rudimentair”. En in al die jaren was er „geen enkele verdachte transactie gevonden”. Zwitserland moest al Nada’s advocatenkosten betalen. Maar daarmee was de voormalige bankier niet van de problemen af. Het is hem nu, bijna drie jaar later, nog altijd niet gelukt om van de zwarte lijst af te komen.

Net als enige andere Europeanen die zeggen dat ze ten onrechte op deze lijst staan, heeft Nada na jaren vruchteloos procederen nog één laatste strohalm: het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Dat buigt zich nu over zijn zaak en die van enige anderen – zoals de Saoedische zakenman Sjeik Yassin Abdullah Kadi en het Zweedse geldwisselkantoor Al-Barakaat, dat Somaliërs gebruiken om geld naar huis te sturen omdat Somalische banken niet functioneren. De rechters spreken zich niet inhoudelijk uit over Nada’s zaak, maar wel over de principevraag of de Verenigde Naties iemands recht op een eerlijk proces – en andere fundamentele burgerrechten waarop Europese rechtsstaten gefundeerd zijn, zoals het recht om te weten waarvan je beschuldigd wordt – zomaar terzijde mogen schuiven. Nada hoopt dat de rechters Zwitserland zullen dwingen om de sancties die de VN over hem hebben afgeroepen (en waar Zwitserland steeds meer mee omhoog zit), niet toe te passen.

De kans dat dit gebeurt, is niet denkbeeldig. Een van de onafhankelijke advocaten-generaal in Luxemburg oordeelde eind januari in een voorlopige ‘opinie’ over de zaak-Kadi dat het Hof de plicht heeft fundamentele rechten van burgers te beschermen. Het is niet zeker of de rechters, die binnenkort uitspraak doen, die opinie overnemen. Zo’n beslissing zou politiek en internationaal-rechtelijk dynamiet zijn: ze zou de macht van de VN-Veiligheidsraad aantasten.

De Veiligheidsraad beslist wie er op de zwarte VN-lijst staan en wie eraf mogen. Alle lidstaten hebben de plicht de bijbehorende sancties toe te passen: resoluties van de Veiligheidsraad prevaleren boven nationaal en internationaal recht. Leuk of niet, zo zit de wereld in elkaar. „Als Zwitserland de zwarte VN-lijst openlijk aan zijn laars lapt”, zegt een diplomaat bij de VN, „kan het vervolgens niet tegen Soedan zeggen: ‘Houd jullie aan de resoluties van de Veiligheidsraad’. Dit is een delicaat evenwicht dat je niet zomaar kunt verstoren.”

Nada, een tengere, gesoigneerde man met aristocratisch gezicht, heeft de strijd jarenlang in de marge gevoerd. Alleen wat professoren en mensenrechtenactivisten hadden belangstelling. En enkele types die op websites schreven dat Nada onder het dekmantel van liefdadigheid terroristen had gesponsord, of groot-mufti Hadj Amin El-Husseini van Jeruzalem in 1945 uit Duitsland naar Palestina had helpen ontsnappen (in 1945 was Nada veertien). Maar nu drijft zijn zaak langzaam naar het oog van een storm.

Anekdotes over de manier waarop hij de afgelopen jaren is behandeld, heeft Nada te over. Zo stuurde hij jaren geleden 30.000 dollar naar een schoolvriend uit zijn geboorteplaats Alexandrië, om beenoperaties voor diens vrouw te betalen. Deze vriend, die in de zeventig loopt, heet Mohammed Darwish. En laat de Amerikanen sinds een paar jaar net op zoek zijn naar een jonge Italiaanse moslimstrijder met dezelfde naam. Over dit soort naamsverwarringen wordt vaker gerapporteerd, in de War on Terror (een bekend Palestijns dichter heet ook Mohammed Darwish). Nada vertelt dat hij adjunct-procureur Nicati uitlegde dat zíjn Darwish te seculier was en te oud voor de jihad. En dat die 30.000 dollar dus echt naar de beenoperatie was gegaan. „Ik vond het nogal komisch. Maar mijn uitleg is niet in het dossier opgenomen.”

Youssef Nada woont al in Campione sinds begin jaren zeventig, vertelt hij met zijn rug naar de roestende gietijzeren stoeltjes en de lange terrastafel waarop in betere tijden banketten geserveerd werden. „Ik heb nooit enig probleem gehad. De kinderen gingen hier naar school, wij leidden een normaal leven. We hebben hier veel vrienden gemaakt, ook Zwitserse. Ik heb in Egypte om politieke redenen in de gevangenis gezeten: ik ben sinds 1948 een Moslimbroeder. President Gamal Abdel-Nasser, die een marxist was, had weinig op met Moslimbroeders, net zo min als zijn opvolgers trouwens. In Europa heb ik er nooit problemen mee gehad. Ik ben er altijd open over geweest. Ik ben zeer vroom. Maar ik heb geen sympathie voor het gedachtengoed of de methodes van mensen als Osama bin Laden.”

De Broederschap, die in 1928 werd opgericht om het verzet tegen de Britse kolonisator te organiseren en motiveren, is intussen dé oppositiebeweging tegen het Egyptische regime. Half Egypte is er bij wijze van spreken lid van. De beweging is er nu verboden; in Europa is geen verbod. Nada’s Egyptische bezittingen zijn onteigend. Binnenkort moet hij in een van de beruchte groepsprocessen terechtstaan omdat hij de laatste jaren terroristen zou hebben gefinancierd. „Interessant”, zegt Nada cynisch. „Ik kan al zeven jaar niet bij mijn geld. En toch zou ik terroristen financieren? Zelfs mijn advocaat is daar door de staat aangewezen. In Europa kon je tenminste een eerlijk proces krijgen. Hier was je onschuldig tot het tegendeel was bewezen. Maar nu zet de War on Terror ook hier alles op zijn kop. De bewijslast wordt omgedraaid. Nu ben je schuldig, tenzij je bewijst dat je ónschuldig bent. Maar hoe kan ik dat bewijzen, als ik niet weet welke concrete feiten mij ten laste worden gelegd?”

Adjunct-procureur Nicati kende die feiten evenmin. Dat blijkt uit documenten uit het dossier dat hij over Nada aanlegde. Zo klaagt Nicati in een brief van 23 februari 2002 aan raadsman George B. Wolfe van het Amerikaanse ministerie van Financiën: „Toen ik op 26 november 2001 in Washington was, kreeg ik de garantie (…) om alle informatie te krijgen die u heeft over Nada / Al Taqwa. Ik was meer dan teleurgesteld toen ik uw brief ontving. Daar staan niet méér gegevens in dan ik al heb en de enige uitleg die ik heb ontvangen is zo algemeen en zonder details, dat ik die niet kan gebruiken om mijn onderzoek voort te zetten.”

Zo had Washington Nicati verteld dat „de Palestijnse beweging Hamas jaarlijks 60 miljoen dollar op een rekening bij al Taqwa zette”. Maar Nicati kon niets met deze beweringen – hij moest bewijs hebben. Dus vroeg hij Wolfe: „Wat betekent dit? Van wie heeft u die informatie? Is het geheim? Heeft u bewijs van deze informatie? Om welke bankrekening gaat het? En welke datum? Van wie? Voor wie was het bestemd? Heeft u het bewijs dat dit geld is gebruikt om terreurdaden te financieren?” Ook over een clandestiene rekening die Bin Laden bij Nada’s bank zou hebben en geld dat vanuit Koeweit zou „binnenstromen”, wilde Nicati bewijs hebben van de Amerikanen. Hij herinnerde Wolfe eraan dat deze „zal begrijpen dat het heel belangrijk is voor de strijd tegen het terrorisme dat ik antwoord op al deze vragen krijg om tot vervolging te kunnen overgaan”. Nicati heeft deze details nooit gekregen.

Vanuit Europese optiek is dit ontluisterend. Maar Victor Comras is niet onder de indruk. Comras, een Amerikaan, werkte begin jaren negentig bij het VN-Sancties Comité in New York. Tegenwoordig zit hij in het lezingencircuit in Washington. „De meeste informatie die mensen op de zwarte lijst doet belanden”, zegt hij telefonisch, „komt van veiligheidsdiensten. Die moet geheim blijven. Als je het aan een rechtbank geeft, ligt het op straat. Trouwens, al zóu je gegevens openbaren over bankrekeningen en -transfers – dan nog is het zinloos. Terroristen schuiven hun geld constant heen en weer, zodat we ze niet kunnen traceren.”

Niet alleen de VS hebben geweigerd om Zwitserland rechtshulp te verlenen in deze zaak. Ook landen als Saoedi-Arabië, Oostenrijk en Groot-Brittannië deden dat. Toch zegt Comras: „Nada moet op de zwarte lijst blijven.” Waar baseert hij die zekerheid op? „Die vraag mag ik niet beantwoorden”, zegt hij na een korte stilte. „Maar ik kan u dit zeggen: Al-Taqwa Bank was een van de vlaggeschepen van Al-Qaeda. Toen wij achter hem aanzaten, reed Nada gewoon in zijn Rolls Royce naar Liechtenstein om de naam van de bank te veranderen.”

Het klopt dat de bank deels in Liechtenstein en deels op de Bahama’s was geregistreerd – in belastingparadijzen. Vóór 9/11 was Nada daarmee al in de problemen gekomen. Volgens Zwitserse speurders, die onder Amerikaanse en Europese druk steeds harder jagen op fiscale fraudeurs, waren de holdings die hij in Vaduz en Nassau had geregistreerd lege hulzen. Toen Nada op de zwarte lijst belandde, was hij druk bezig om Al-Taqwa te liquideren. „Maar”, vraagt Wernli, zijn advocaat in Bern, „maakt dit Nada tot een terrorist?”

Achter de schermen oefenen diverse landen, aangevoerd door Zwitserland, in New York druk uit op de Veiligheidsraad om het proces van ‘listing & de-listing’ democratischer te maken. De Europese zwarte lijst en sommige nationale zwarte lijsten in Europa werken tegenwoordig met juristenpanels die geheim bewijsmateriaal mogen inzien, en enige zeggenschap hebben over de vraag of iemand op de lijst moet blijven. Die concessies zijn door rechtbanken afgedwongen. Maar over besluiten van de Veiligheidsraad heeft geen enkele rechtbank jurisdictie. Het enige wat de Veiligheidsraad tot nog toe heeft gedaan is een meldpunt instellen voor mensen die van de lijst af willen. „Nada”, zegt Comras, „had dat meldpunt bewijsmateriaal kunnen sturen dat hij onschuldig is. Of een verklaring dat hij tegen terrorisme is. Dat heeft hij niet gedaan. Sorry, Nada heeft dit aan zichzelf te wijten.”

Maar Nada heeft in april 2007 weldegelijk een gratieverzoek naar het Sancties Comité gestuurd, van één A4’tje. Daarin beschrijft hij zichzelf als een ,,islamist’’ (diep-religieus persoon) die gewelddadigheid afwijst en de methodes en denkwereld van terreurgroepen veroordeelt. Het antwoord van het Sancties Comité in New York, zes maanden later, was nee.

Dat hij geen bewijsmateriaal zou hebben aangedragen, noemt Nada bespottelijk. „Ik heb Nicati constant materiaal gegeven! Hij is een brave man, maar van bankzaken heeft hij geen verstand. Dan liet hij me een bankafschrift zien van een van mijn bedrijven, van 50.000 dollar: ‘Waarom heeft u dit bedrag van de bank gehaald?’ Dan moest ik hem uitleggen dat ik twéé soorten bankrekeningen had: in dollars en in Zwitserse franken. Als ik mijn personeel in Lugano moest betalen, liet ik geld overmaken van de dollarrekening naar de frankenrekening. Dus vroeg ik Nicati: waar is het bijschrift van de frankenrekening, dan kunt u zien dat die 50.000 dollar daar in franken terugkeert. Die had hij dan niet. Dus vroeg ik het zelf op bij de bank en toonde het aan Nicati.”

Het klantenbestand van Al-Taqwa oogde als een ‘who is who’ van de Arabische wereld. Zakentycoons in dat deel van de wereld zijn politiek vaak grote meneren. Nada had overal ingangen: bij staatshoofden, oppositieleiders (meestal islamitisch, in de praktijk) en al wie er verder te kennen viel. Hij gebruikte die ingangen om te bemiddelen in conflicten in de regio. Dat deed hij naar eigen zeggen tussen Jemen en Saoedi-Arabië om grensdisputen op te lossen, en tussen de huidige Egyptische president en de Moslimbroederschap. Ook probeerde hij (vergeefs) Saddam over te halen om zich uit Koeweit terug te trekken – wat veel andere Arabische VIPs óók hebben gedaan. Nada zegt dat hij dat namens de Moslimbroederschap deed. Voor hen was hij decennialang een „internationaal bemiddelaar”. Zo zat hij begin jaren negentig een nacht in een Algerijnse cel om een akkoord te smeden tussen de regerende generaals en gevangen oppositieleiders van het FIS.

„Ik had met iedereen contact”, zegt hij, „en las alles wat los en vast zat. Ik moest weten waar iedereen stond, wat iedereen dacht.” Toen de politie in Campione binnenviel, vonden ze thuisnummers van de ayatollahs Khomeiny (die in 1989 was overleden) en Khamenei, van de Turkse premier, een Amerikaanse senator en, aldus een memo van de Zwitserse Bundeskriminalpolizei, „grote persoonlijkheden uit de islamitische wereld”. Verder krantjes van Syrische moslimbroeders, politieke boeken over het voormalig Joegoslavië en westerse krantenknipsels over islamitisch terrorisme. „N.B.” staat eronder in telegramstijl, „de gastenlijst van de trouwerij van zijn dochter in 1991, de zoon van Hassan el Banna”. Al-Banna was de oprichter van de Egyptische Moslimbroederschap.

De politie vond ook foto’s. Nada met de Italiaanse minister van Arbeid. Met VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar. Met de Indonesische president Habibie. Hij werd uitgenodigd voor vredescongressen overal ter wereld – zelfs eentje met vader Bush, in 1997. Het zijn ontspannen kiekjes. Soms kreeg hij een oorkonde uitgereikt, wegens zijn rol in de „bevordering van de wereldvrede”. Er is ook een foto met Saddam. „Daar ben ik lang over ondervraagd”, zegt hij. „U weet wie er nog meer met Saddam op de foto is gegaan? Donald Rumsfeld.”

Onlangs schreef de Zwitserse liberale parlementariër Dick Marty in een rapport voor de Raad van Europa dat de behandeling van mensen als Nada symptomatisch is voor de „gevaarlijke, voortgaande erosie van burgerrechten en vrijheden” die er sinds 11 september 2001 in Europa gaande is. „Wat Nada overkomt, is puur Kafka”, zegt Marty, een voormalig openbaar aanklager die eerder na minutieus onderzoek aantoonde dat de CIA illegaal gevangenen door Europees luchtruim had getransporteerd. In zijn rapport schrijft Marty: „Een gerespecteerd zakenman die meer dan dertig jaar probleemloos in Campione heeft gewoond, wordt gestraft terwijl hij is vrijgesproken. Het choqueert mij dat een internationale organisatie die zichzelf tot doel stelt om vrede, tolerantie en rechtvaardigheid uit te dragen, zelf methodes gebruikt die de fundamentele principes schenden die de beperking van individuele vrijheid in welk beschaafd land dan ook omkaderen: het recht om gehoord te worden, het recht om naar een onafhankelijke rechtbank te stappen, en het recht op een eerlijk proces.”

In de week dat Marty’s rapport werd aangenomen, publiceerde de advocaat-generaal van het Europese Hof zijn opinie over Kadi en Al-Barakaat. Eind februari schreven prominente Britse politici een opinie-artikel in de New York Times waarin ze de VS verweten dat ze mensen na 9/11 „te gemakkelijk als terrorist brandmerken”. Ook Louise Arbour, hoge VN-commissaris voor de mensenrechten, heeft kritiek geuit op de zwarte lijsten. Na jaren van stilte rond de zwarte lijsten lijkt er nu, althans in Europa, een debat op gang te komen. Niet omdat mensen als Nada gelijk of ongelijk zouden hebben, maar omdat er niemand is die dit kan beoordelen.

„Het kan niet zo zijn dat geheim agenten als een soort rechters optreden”, vindt Bill Bowring, advocaat en hoogleraar internationaal recht aan Birkbeck College, van de Universiteit van Londen. Hij was lange tijd een van de weinigen die zich zorgen maakten over mensen als Nada en Kadi. Dat tij, denkt ook hij, begint te keren. „Zoals eerder met de Europese en Britse terroristenlijsten gebeurde, beginnen rechters te beseffen dat er bij de samenstelling van de VN-lijst mensenrechten terzijde worden geschoven die Europa anders zo hoog in het vaandel heeft staan. Daardoor worden ook politici en burgers eindelijk wakker.”

Bowring hoopt vurig dat Kadi, Al-Barakaat en Nada hun zaken winnen. Christine Schraner, ambassadeur en anti-terrorismecoördinator op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Bern, is ambivalenter. Ze geeft toe: Zwitserland zit omhoog met zaken als die van Nada. Een land dat anderen kapittelt over mensenrechtenschendingen, maar zelf iemand sancties oplegt die „naar Zwitserse begrippen onschuldig is” – wat voor voorbeeldfunctie is dat? „Maar als we de sancties níet toepassen, houden we ons óók niet aan de internationale regels. Als wij die aan onze laars lappen, doen anderen dat misschien ook. Dan implodeert het sanctie-systeem. Dat willen we niet. Zwitserland gelooft in dat systeem.”

Het zou ideaal zijn, zegt Schraner, als je de implosie kunt voorkomen door het systeem te verbeteren. Dat moet dan wel snel – liefst vóór de uitspraak van het Europese Hof, dat landen misschien gaat dwingen om de sancties van de VN niet toe te passen. Vandaar dat Zwitserland er, samen met Zweden, Denemarken en Liechtenstein, bij de Veiligheidsraad op aandringt om een comité van onafhankelijke experts te benoemen om bewijsmateriaal van mensen op de zwarte lijst op hun merites te beoordelen. En om die mensen zelf te horen. „Voor een second opinion”, zegt Schraner. „Zodat we zeker weten dat ze terecht op de lijst staan.”

Tot nog toe voelden de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad – de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, China, Rusland – niets voor dit idee. Volgens Victor Comras „hebben zij uit principe nooit vrijwillig iets van hun macht afgestaan”. Waarom zouden ze ook: de kans dat keurige landen als Zwitserland of Zweden Veiligheidsraadsresoluties niet zouden uitvoeren, is ongeveer nul. Maar als Zwitserland of Zweden daartoe gedwongen worden door het hoogste hof van Europa, wordt het misschien anders. Schraner heeft het diplomatieke offensief in New York opgeschroefd, want volgens haar voelt de Veiligheidsraad de hete adem van de Luxemburgse rechters in de nek. Beter het sanctie-systeem nu eerlijker maken dan afwachten tot het om zeep wordt geholpen. „Ze zijn zich bewust van dat gevaar.”

Het doet Nada goed dat er eindelijk iets te gebeuren staat – wat het ook is. Maar voor hem is opnieuw beginnen te laat. „Als ik mijn zaak in Luxemburg win of als zo’n panel er komt, lig ik al half in het graf”, zegt hij. Het is leuk dat Christie’s in Londen na zes jaar eindelijk het geld van een Perzisch tapijt dat hij daar eind 2001 veilde, naar hem zou kunnen overboeken. „Maar verder hoef ik mijn geld of mijn business niet terug. Ik wil alleen mijn naam zuiveren. Zodat mijn kinderen niet eeuwig hoeven horen: ‘Nada. Ah. Ben jij de zoon of dochter van?’”

    • Caroline de Gruyter