Groeistuipen van het zwarte circuit

In de Verenigde Staten publiceert de federale overheid periodiek ramingen hoeveel dollars de Amerikaanse schatkist misloopt als gevolg van belastingfraude. Begrijpelijkerwijs waagt ons ministerie van Financiën zich niet aan publicatie van zulke cijfers. De bedragen die zijn gemoeid met niet opgespoorde wetsontduiking zijn immers per definitie aan het zicht van de belastingambtenaren onttrokken. Dit gebrek aan betrouwbare gegevens heeft sommige economen er uiteraard niet van weerhouden schattingen te maken van de omvang van het zwarte circuit. In The Shadow Economy taxeren Schneider en Enste dat het bij voor de fiscus verzwegen transacties zou gaan om 6 à 7 procent (Noorwegen, Oostenrijk) tot meer dan 20 procent (Italië) van de witte productie. Voor Nederland komen zij uit op 12 tot 14 procent van de waarde van de geregistreerde binnenlandse productie.

Zo omvangrijk is het zwarte waarschijnlijk niet, omdat grote groepen niet of nauwelijks in staat zijn om de fiscus te bedotten. Veronderstel daarom dat de Nederlandse fiscus bij slechts 5 procent van alle economische transacties achter het net vist. De binnenlandse productie bedraagt dit jaar 580 miljard euro. Dus zou in het zwarte circuit jaarlijks bijna 30 miljard euro omgaan. Zou over alle frauduleus verzwegen transacties naar behoren belasting worden betaald – btw, sociale premies en inkomstenbelasting – dan zou minister Bos dit jaar zo’n 10 à 12 miljard euro extra ontvangen. Die meeropbrengst is voldoende om het tarief van de inkomensheffing over de hele linie met vijf punten te verlagen. Het tarief van de eerste schijf zou kunnen dalen tot 28,6 procent en het door sommigen gehate toptarief van 52 tot 47 procent.

Een doeltreffende aanpak van belastingfraude is nog om een andere reden gewenst. Wanneer eenmaal de gedachte wortel schiet dat velen de belastingen straffeloos weten te ontduiken, dan brokkelt de steun voor het belastingstelsel onder de bevolking af. Burgers betalen uit fatsoen en plichtsbesef, uit angst voor strafsancties (belastingfraude is een misdrijf) en reputatieschade, of omdat ze niet anders kunnen. De grote meerderheid van de salaristrekkers beschikt over weinig mogelijkheden om de fiscus te tillen. Een beetje rommelen met de onbelaste onkostenvergoeding en eventueel sjoemelen met het privégebruik van de lease-auto, dat is het wel ongeveer.

Mogelijke tariefverlaging en behoud van het maatschappelijke draagvlak voor het belastingstelsel vragen om effectieve fraudebestrijding. Maar de fiscale zwendel neemt hoogstwaarschijnlijk juist toe. Het vertrouwen dat de burgers stellen in gekozen politici en het functioneren van het overheidsapparaat staat al jaren onder oplopende druk. Daarmee vermindert de bereidheid een steentje bij te dragen aan de financiering van collectief georganiseerde voorzieningen. Verder neemt de neiging tot frauderen toe wanneer heffingen als oneerlijk worden ervaren. Twijfel over de ‘fairness’ van het stelsel wordt gevoed door recente gebeurtenissen. Zoals door berichten in deze krant dat grote spelers, waaronder sommige ondernemingen met aan de AEX genoteerde aandelen, geen of in verhouding weinig belasting betalen. Betalen lijkt nog altijd voor de dommen te zijn. Een bedrijf dat meer dan 10 procent betaalt, moet betere adviseurs kiezen, zo heet het. Let wel, het gaat hier niet om fraude, maar om het gebruik van legale mazen in het net. Daarnaast tart onze draagkrachtheffing bij uitstek, de inkomstenbelasting, het rechtsgevoel van veel belastingbetalers. In ‘box 3’ moeten zij betalen over een verondersteld rendement op hun vermogen van 4 procent. Het afgelopen half jaar hebben veel vermogensbezitters echter een gering of negatief rendement behaald. Wie voor twee euroton had belegd in een representatief mandje aandelen en obligaties boerde er door koersverliezen zeker zo’n 10 procent op achteruit. Toch moet hij 2.400 euro belasting betalen, omdat hij wordt geacht met zijn effecten 8.000 euro rendement te hebben gemaakt.

Ten slotte is voor de belastingmoraal van belang hoe de fiscus zijn ‘klanten’ behandelt. Bij een voorkómende bejegening voelt de doorsnee belastingplichtige zich eerder bezwaard om te frauderen dan wanneer hij door overheidsinstanties wordt geschoffeerd. Het afgelopen jaar heeft de fiscus nogal wat steken laten vallen. Het laatste incident: driekwart miljoen mensen – die ruim voor de deadline van 1 april hun aangifte over 2007 hebben ingediend – moeten opnieuw aangifte doen. De kans dat iemand fraudeert hangt uiteraard ook af van het te behalen voordeel, de waargenomen pakkans (hoe groot is de kans dat de fraude wordt ontdekt), en de sanctie (welke straf pleegt te worden opgelegd). Het wordt ook drukker op het zwarte circuit, omdat belastingplichtigen denken dat de pakkans afneemt. Zij hebben gelijk. Opeenvolgende reorganisaties hebben de slagkracht van de Belastingdienst ernstig aangetast.

Door alle genoemde oorzaken – minder vertrouwen in de overheid, groeiende twijfel aan de ‘fairness’ van het stelsel en blunders van de fiscus – groeit hoogstwaarschijnlijk de omvang van de fiscale fraude. Misschien is het maar goed dat ons ministerie van Financiën – anders dan in de VS – geen schattingen publiceert van door fraude gederfde belastingontvangsten. Zouden officiële cijfers de groei van het zwarte circuit bevestigen, dan werkt dit slechts als olie op het vuur.

    • Flip de Kam