‘Er is nooit gezegd dat het geen pijn zou doen’

Marktwerking – frase uit de wereld van de managers? Of voor de consument wel degelijk een heilzaam middel? Twee voorstanders geven antwoord.

Dr. Barbara Baarsma (rechts) en prof. dr. Jules Theeuwes: dankzij marktwerking gaat de prijs omlaag en de kwaliteit omhoog. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 28-02-2008 Prof. dr. Jules Theeuwes, directeur van SEO Economisch onderzoek. dr. Barbara Baarsma, Hoofd medediniging en regulering van de Stichting voor Economisch Onderzoek der Universiteit van Amsterdam. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Waarom is marktwerking goed voor de consument? Dat is voor de Amsterdamse economen Barbara Baarsma en Jules Theeuwes geen vraag. „Dankzij marktwerking kan de consument kiezen”, zeggen zij eensgezind, „en dat levert lagere prijzen op, goede kwaliteit en vernieuwing van producten.” Daarom zijn zij voorstanders van marktwerking in de publieke sector.

Waarom klagen veel consumenten dan over de dienstverlening?

Baarsma: „Dat komt doordat die nieuwe markten nog niet goed werken.”

Theeuwes: „Er is geen of nog te weinig concurrentie, vooral op markten in de publieke sector waar de overheid voorheen alles voor het zeggen had’’.

Maar alle fouten die bij de invoering van de marktwerking worden gemaakt zijn volgens hen geen redenen om er maar mee te stoppen. Een pas verschenen rapport van het ministerie van Economische Zaken meldt naast fouten ook vooruitgang (zie: Is de consument er beter van geworden?).

Baarsma en Theeuwes, respectievelijk adjunct-directeur en directeur van SEO Economisch Onderzoek in Amsterdam, zijn specialisten op het gebied van marktwerking en kennen de valkuilen en de missers die met de introductie van marktwerking gepaard gaan. Beide economen zijn mede-auteurs van het vorig jaar verschenen Dynamische marktwerking, een boek over marktwerking in een aantal sectoren zoals de zorg, elektriciteit, post, spoor en luchtvaart.

„In het politieke debat krijgt de markt overal de schuld van”, zegt Baarsma, ,,zelfverrijking onder bestuurders, banen die op de tocht komen te staan, pyjamadagen in verzorgingshuizen – het wordt allemaal met marktwerking geassocieerd.”

Zo ontbrandt volgens haar dan een discussie vóór of tégen de markt. Maar die discussie is op die manier zinloos. Marktwerking is geen doel, maar een instrument om meer welvaart te verkrijgen. Dat kun je bereiken doordat de overheid zaken loslaat, zegt zij.

Er gaat anders het nodige mis, zo blijkt ook uit het rapport van het ministerie.

Theeuwes: „Toen het paarse kabinet in de jaren negentig voortvarend begon met het loslaten van staatsbedrijven zijn er hoge verwachtingen gewekt. Er is teveel beloofd. Politici verzuimden van te voren essentiële vragen te stellen. Per sector moet bekeken worden wat de markt wel en niet aan kan. Waar moet de overheid een rol blijven spelen? Die vragen moet je van tevoren beantwoorden, anders kom je voor nare verrassingen te staan. Dan blijkt bij voorbeeld dat producten te duur blijven omdat niemand ontslagen mag worden. Dat heeft niet met marktwerking, maar met arbeidsmarktpolitiek te maken. Het uitgangspunt moet zijn, dat de consument er beter van wordt.”

Baarsma: „Neem het openbaar vervoer in de steden. Het publieke belang is goed vervoer tegen betaalbare tarieven en een klantvriendelijke houding. Uit het rapport van Economische Zaken blijkt dat op dit terrein vooruitgang wordt geboekt. In gebieden waar aanbesteed wordt en een vorm van concurrentie is ingevoerd, waarderen klanten de kwaliteit van het vervoer hoger dan in gebieden waar niet is aanbesteed. Ook blijkt dat het streekvervoer voor meer mensen toegankelijk is geworden. Het aanbod van openbaar vervoer is na aanbesteding uitgebreid en meer mensen maken daar gebruik van, terwijl het aanbod van openbaar vervoer in gebieden waar niet is aanbesteed is afgenomen.”

Toch voerden chauffeurs in Brabant anderhalf jaar geleden actie, omdat ze in onveilige bussen rondreden als gevolg van gebrekkig onderhoud.

Baarsma: „Er moeten natuurlijk wel goede kwaliteitseisen gesteld worden. Het busbedrijf Arriva beriep zich erop dat er na de aanbestedingsprocedure te weinig tijd was om het wagenpark te testen. Daar hoort de provincie als verantwoordelijke voor de aanbesteding natuurlijk scherp op toe te zien. Als er iets mis gaat wordt de markt al snel als boosdoener aangewezen. De bonden hebben diverse bezuinigingen aangegrepen om zich tegen de marktwerking in het openbaar vervoer te keren. Maar de vakbeweging is er dan ook niet voor consumenten, maar voor de werknemers, die ze aan het werk wil houden. Om misvattingen over marktwerking te voorkomen is het essentieel een analyse te maken van de werkelijke oorzaken van problemen, die ontstaan nadat marktprikkels zijn ingevoerd.”

Theeuwes: „Er is nooit gezegd dat marktwerking geen pijn kan doen. Moeten er bij KPN 4.000 man uit of wil busbedrijf Connexxion mensen kwijt, is dat zuur voor de betrokkenen. Maar als je de KPN’ers om sociale redenen aan het werk houdt, wordt de telefoonrekening hoger en voer je eigenlijk sociaal beleid via de telefoontikken. Beter is het arbeidsmarktpolitiek te voeren waar het thuishoort en ervoor te zorgen dat er alternatieven zijn voor de werklozen. Help ze snel aan ander werk. Hetzelfde geldt voor de post. Als je overtollige oudere postbodes in dienst houdt omdat ze elders moeilijk aan de slag komen, voer je sociaal beleid op de verkeerde plaats en blijft het product te duur.

„Zodra vroegere overheidsbedrijven met concurrentie geconfronteerd worden, zoals KPN of de luchtvaart, gaan ze efficiënter werken. Door marktprikkels worden ondernemingen creatiever en ontwikkelen nieuwe producten zoals mobiele telefoons. Ook prijsvechters in de luchtvaart die met internetboekingen begonnen, zijn hier een voorbeeld van. De prijs van een vliegticket is door de concurrentie alleen maar lager geworden. Hetzelfde geldt voor de telefoontikken. In deze sectoren is de marktwerking een onbetwist succes.”

In de thuiszorg is het publieke belang kwalitatief goede zorg. Dat blijkt lastiger te realiseren.

Baarsma: „In de thuiszorg zijn beginnersfouten gemaakt. Op zichzelf is het uitgangspunt goed om de budgetten te decentraliseren en gemeentes verantwoordelijk te maken. Het probleem zit bij de uitvoering, bij de verdeling van het geld dat zij van de overheid krijgen. Gemeenten moeten door de centrale overheid wel gestimuleerd worden om voldoende kwalitatief goede zorg te garanderen en marktwerking niet te gebruiken voor verkapte bezuinigingen, omdat ze liever geld aan een mooi stadspark besteden dan aan thuiszorg. Daarover heeft de overheid ook afspraken gemaakt met de gemeenten. Als deze zich hier niet aan houden, moet de staatssecretaris van Volksgezondheid bijsturen om het publieke belang te garanderen en te zorgen, dat er voldoende geld gestoken wordt in kwalitatief goed personeel.”

Op de markt kan de consument kiezen. In de zorg ontbreekt het de patiënt aan informatie. Heeft marktwerking wel zin in de zorg?

Theeuwes: „In principe kan gereguleerde concurrentie een belangrijke bijdrage leveren aan beheersing van de uitgaven. Dat is hard nodig want er is berekend dat anders de zorguitgaven groeien van zo’n 8 procent van het bruto binnenlands product in 2001 tot ruim 13 procent in 2040. Maar in de zorg zijn bij het invoeren van marktwerking veel beren op de weg. Van een markt is nog heel beperkt sprake. De behandelingen in ziekenhuizen waarvoor vrije prijsvorming geldt, zoals knie- en heupoperaties, zijn dit jaar voorzichtig opgevoerd van 8 naar 20 procent. Ook is met de opkomst van zelfstandige behandelcentra (zbc’s), die medische en specialistische zorg verlenen behorend tot het basispakket, een zekere marktwerking ontstaan. Daar worden lagere prijzen berekend dan in ziekenhuizen.”

Invoering van marktwerking heeft tot een forse stijging van behandelingen geleid en kennelijk ook van de kosten, blijkt uit nieuw onderzoek dat deze krant publiceerde.

Baarsma: „Op een vrije markt kàn de vraag sterk stijgen en kunnen de overheidsuitgaven alsnog oplopen. Maar dan kun je niet concluderen dat de marktwerking in de zorg is mislukt. Burgers kunnen juist hun zorgbehoeften bevredigen aangezien artsen meer behandelingen aanbieden in plaats dat hun vraag kunstmatig wordt ingeperkt.”

Theeuwes: „Uit het rapport van het ministerie blijkt dat de prijsontwikkeling in het deel van de ziekenhuiszorg, dat in 2005 is geliberaliseerd gemiddeld 2,8 procent lager is dan de prijsontwikkeling voor andere ziekenhuiszorg. Ook wordt geconstateerd dat de zelfstandige behandelcentra een belangrijke oorzaak zijn voor lagere prijzen. De veranderingen zijn nog maar relatief kort geleden begonnen. Er is genoeg reden om door te gaan met marktwerking. Maar er is nog lang niet voldaan aan de voorwaarden om er een succes van te maken. Het ontbreekt aan onafhankelijke goede consumenteninformatie zodat er ook iets te kiezen valt. Zorgverzekeraars concurreren alleen op prijs en er is nog altijd te weinig concurrentie tussen zorgaanbieders zoals ziekenhuizen.”

De afgelopen twintig jaar is in de publieke sector veel verbouwd en lijkt er weinig verbeterd.

Baarsma: „Uit het rapport van Economische Zaken kun je die conclusie niet trekken. In de meeste van de elf onderzochte sectoren wordt doelmatiger gewerkt – zoals in de energiesector, de zorg, luchtvaart, en telecom. Er worden tegen zo laag mogelijke kosten diensten aangeboden en er zijn efficiëntere productiemethoden ontwikkeld. Ook is de toegankelijkheid van de diensten hetzelfde gebleven. Dit publieke belang wordt door de overheid via wetgeving gegarandeerd zoals bij de post, in de zorg en het vervoer. In de luchtvaart en de telecom is de consument er flink op vooruitgegaan. Het is aan de overheid om lessen te trekken uit de gemaakte fouten. Dat is bijvoorbeeld in de taxibranche gebeurd waar het misliep omdat geen kwaliteitseisen werden gesteld. Dat is inmiddels bijgesteld. De taxistandplaats bij het station in Amsterdam is alleen nog toegankelijk voor chauffeurs die een landelijk keurmerk hebben en een gemeentelijke vergunning.”

Sterke marktprikkels kunnen ook ten koste gaan van de kwaliteit, constateert u in uw eigen boek.

Theeuwes: „Als de kwaliteit niet goed valt af te dwingen of niet doorzichtig is voor de consument, kan de overheid kwaliteitseisen opleggen zoals ze dat nu ook al doet, bijvoorbeeld via consumentenwetgeving. In veel sectoren is de marktwerking nog maar net begonnen en kan nog winst worden behaald. Het zou doodzonde zijn om de marktwerking bij de zorg of de post stil te leggen. Er zijn ook verschillende witte vlekken waar grote vooruitgang te behalen valt, denk aan de woningmarkt en het onderwijs. In de VS zie je dat private universiteiten goed met elkaar kunnen concurreren.”

Baarsma: „De regering heeft nadenken over marktwerking in deze sectoren taboe verklaard. In plaats van ‘privatiseren tenzij’ hanteert het kabinet nu ‘publiek tenzij’. Dat is jammer. De consument kan juist baat hebben bij het liberaliseren van de woningmarkt die helemaal dicht zit. Het is zelfs te overwegen corporaties helemaal los te laten en te privatiseren. Marktwerking en polderen gaan echter moeilijk samen. Marktwerking schopt tegen de belangen van zittende partijen aan en die zitten weer met de politiek aan tafel.”

    • Michèle de Waard