Een taal voor de hele wereld

Hij was de man achter de isotypes. Hij wilde bewoners betrekken bij de bouw van hun huizen. Een tentoonstelling en een boek belichten het werk van Otto Neurath.

Isotypes zijn in de mode. De ‘icoontjes’ voor arbeiders, boeren, indianen, chinezen enzovoorts duiken de laatste jaren overal op in tijdschriften over vormgeving. Toch zijn ze al oud: isotypes werden in de jaren twintig van de vorige eeuw ontwikkeld door het Museum voor Maatschappij en Economie in Wenen om beeldstatistieken over van alles en nog wat mee te maken.

Isotypes speelden ook een belangrijke rol op Manifest, de vorige maand afgesloten biënnale over ‘Social Design’ in Utrecht. Lovely Language, een van de twee hoofdtentoonstellingen van Manifest in het Centraal Museum in Utrecht, liet zien hoe isotypes de basis hebben gevormd voor hedendaagse pictogrammen en iconen. Op de expositie was ook veel aandacht voor de bijdrage van de Duits-Nederlandse kunstenaar Gerd Arntz aan de ontwikkeling van isotypes. (zie inzet)

De isotypes in de tijdschriften trokken de aandacht van Nader Vossoughian, assistent-hoogleraar architectuur aan het New York Institute of Technology. Ze leidden hem naar de Oostenrijkse socioloog Otto Neurath (1882-1945), die als directeur van het Museum van Maatschappij en Economie de drijvende kracht was achter de isotypes. De afgelopen jaren deed Vossoughian onderzoek naar het werk van Neurath, die van 1934 tot 1940 woonde en werkte in Den Haag. Zijn onderzoek resulteerde in het boek Otto Neurath. The Language of the Global Polis en in de tentoonstelling After Neurath: The Global Polis in Stroom, het Haagse centrum voor kunst en architectuur.

After Neurath is een merkwaardige tentoonstelling. Een groot deel van de tentoonstelling bestaat uit vellen met beeldstatistieken over bijvoorbeeld het aantal runderen op verschillende continenten. Veel ervan hangen zo hoog dat het onmogelijk is om te bepalen waar ze over gaan. Heel erg is dat overigens niet: ook als de precieze inhoud onbekend is, vormen de vele isotypes in slagorde mooie, Nieuw-Zakelijke composities.

Vossoughian wil met zijn boek en tentoonstelling bewijzen dat Otto Neurath een ‘gigant’ van de moderne beweging is die ten onrechte is vergeten. Hiervoor laat hij zien hoe Neurath na de Eerste Wereldoorlog betrokken raakte bij de volkshuisvesting in Wenen. Onder de indruk van de zelfbouw van arme Weners, zocht Neurath naar een manier om de bewoners te betrekken bij de bouw van hun woningen. Alleen zo zou in de kapitalistische wereld zoiets als een ‘Gemeinschaft’, een gemeenschap, kunnen ontstaan, dacht hij. Neuraths inspanningen om de Weners bij de volkswoningbouw te betrekken waren vrijwel vergeefs.

In Stroom en in zijn boek gaat Vossoughian ook uitgebreid in op Neuraths betrokkenheid bij de Congrès Internationaux d’ Architecture Moderne (CIAM), de internationale beweging van modernistische architectuur. Ook hier had hij weinig succes. Met verschillende CIAM-prominenten, zoals de Amsterdamse stedenbouwer Van Eesteren, kreeg hij ruzie. Waar die nu precies over ging, weet Voussoghian niet duidelijk te maken. Maar je krijgt stellig de indruk dat het paternalisme en de technocratische benadering van stedenbouw van de CIAM-architecten weerzin opriep bij Neurath die altijd bleef geloven in ‘organisatie van onderaf’. Over Le Corbusier, een van de drijvende krachten achter CIAM, schreef Neurath bijvoorbeeld: „Corbusier was altijd zo onsympathiek. Hij lag me helemaal niet, en zijn huizen ook niet.” Le Corbusiers appartementengebouw in Genève had bijvoorbeeld onmogelijke glazen gevels waar vrouwen gordijnen moesten ophangen om zich te beschermen tegen ongewenste blikken, schreef Neurath. En de badkamer was een donker, klein hol.

Eigenlijk had Neurath alleen succes met zijn beeldstatistiek en zijn isotypes. Zijn geloof dat beelden sneller en beter informatie konden geven dan teksten, maakte internationaal school. In verschillende landen, waaronder Nederland en de Sovjetunie, ontstonden instituten voor beeldstatistiek. Sommige beeldstatistieken in Stroom laten zien dat Neuraths geloof was gebaseerd op harde bewijzen. Zo hangt er een statistiek over de aantallen doden en overlevenden van verschillende oorlogen, die in één oogopslag duidelijk maakt dat de Russische veldtocht van Napoleon voor soldaten vele malen dodelijker was dan de Eerste Wereldoorlog.

Zijn heilige geloof in de kracht van de isotypes en beeldstatistiek als internationale, voor iedereen begrijpelijke taal maakte van Neurath een pionier van het informatietijdperk. Terwijl de modernisten van het CIAM nog leefden in het machinetijdperk en Le Corbusier ‘woonmachines’ ontwierp, was Neurath al bezig met het ontwerpen van efficiënte informatie-overdracht. Maar uiteindelijk werd ook dit een mislukking. Van Neuraths verwachting dat gedeelde kennis over van alles en nog wat zou leiden tot één grote wereldgemeenschap, is tenslotte ook weer niets uitgekomen. Dat ondervond hij aan den lijve. In 1934 moest hij Oostenrijk wegens de opkomst van de nazi’s verlaten. Zes jaar later, toen de nazi’s Nederland binnenvielen, ontvluchtte hij Den Haag en vestigde zich in Londen waar hij in 1945 overleed.

Nader Vossoughian: Otto Neurath. The Language of the Global Polis. Uitg. Nai uitgevers, 174 blz. Prijs 39,50 Tentoonstelling: After Neurath: The Global Polis. T/m 6 april in Stroom Den Haag, Hogewal 1-9 Den Haag. Geopend: wo t/m zo 12-17 u.
    • Bernard Hulsman