Duel met knuppels

De conservatieven in Spanje hopen morgen de verkiezingszege te behalen die hun vier jaar geleden is ‘ontstolen’. „Het discours werd: u bent erger dan ik.”

Tv-debat tussen de socialistische premier Luis Rodríguez Zapatero (l) en de conservatieve partijleider Mariano Rajoy, Madrid, 3 maart 2008 Foto AP Opposition Popular Party candidate Mariano Rajoy (R) shakes hands with Spanish Prime Minister Jose Luis Rodriguez Zapatero for the second televised debate in Madrid on March 3, 2008. The last opinion polls before Sunday's election gave Zapatero's ruling Socialist Party a lead of about four percentage points over Mariano Rajoy's opposition Popular Party. AFP PHOTO/JAVIER SORIANO AFP

Plotseling was hij er weer, José María Aznar. De man die acht jaar lang Spanje leidde, was naar de achtergrond verdwenen nadat zijn partij vier jaar geleden onverwachts de verkiezingen verloor. Soms dook hij op, meestal als voorzitter van Spanje’s conservatieve denktank Faes, en hij gaf lezingen in binnen- en buitenland. Aznar fulmineerde dan tegen de socialistische regering-Zapatero die het land naar de ondergang leidde.

José María Aznar heeft grote invloed binnen zijn conservatieve partij behouden. Volgens sommigen trekt hij nog altijd aan de touwtjes. Niettemin was Aznar opmerkelijk afwezig in de verkiezingscampagne.

Tot hij zondag tijdens een grote bijeenkomst in León onaangekondigd opdook naast de conservatieve lijsttrekker Mariano Rajoy, met de parafernalia waaraan je in Spanje een goed conservatief herkent: een roze trui met V-hals, veelkleurige geluksarmbandjes rond zijn pols en lang haar in zijn nek. „We sturen Zapatero naar huis”, vuurde de voormalige premier zijn gehoor aan. Weg met het sektarische, radicale links dat het land naar de donder helpt, was zijn betoog.

„Neem ze te grazen, olé”, klonk het antwoord uit de arena voor stierenvechten, gevolgd door een donderend applaus. Balsem op de conservatieve ziel, een einde aan de grote vernedering. De Partido Popular moet terug op de plaats die vier jaar geleden van hen werd gestolen, zeggen de conservatieven.

Morgen kiest Spanje een nieuw parlement en het belooft een nek-aan-nekrace te worden. Volgens de peilingen ligt de socialistische partij van premier Zapatero op voorsprong. Maar de marges zijn krap. Veel hangt af van de opkomst. De linkse achterban staat bekend als minder gedisciplineerd dan die van rechts. Een hoge verkiezingsopkomst betekent meer steun voor links.

Wie niet beter wist zou zeggen: Spanje doet zijn verkiezingen van vier jaar geleden nog eens dunnetjes over. De conservatieve partij wordt, net als toen, aangevoerd door Mariano Rajoy, de man die door Aznar werd aangewezen als zijn opvolger. Zijn adjudanten zijn, net als toen, Ángel Acebes en Eduardo Zaplana, twee ex-ministers onder Aznar. De ex-premier werd ook toen op het laatste moment als electorale stemmentrekker uit de kast gehaald. De tegenstander is ook dezelfde: José Luis Rodríguez Zapatero, socialistisch lijsttrekker.

Spanje hoopt met de verkiezingen een einde te maken aan een politiek trauma dat vier jaar heeft geduurd. Het ontstond op 11-M, de afkorting van de elfde maart 2004. Toen, drie dagen voor de verkiezingen, lag de Partido Popular in de meeste peilingen op een voorsprong. In de ochtendspits van 11-M werd Madrid opgeschrokken door vier zware bommen die kort na elkaar ontploften in forensentreinen. Tassen gevuld met explosieven en ijzeren schroeven en moeren werden tot ontploffing gebracht in de overvolle treinwagons. Er vielen 192 slachtoffers, duizenden raakten gewond. Het was de grootste terreuraanslag uit de Spaanse geschiedenis. Maar de verkiezingen gingen door.

De conservatieve bewindslieden van de toenmalige regering van premier Aznar, de ministers Zaplana en Acebes, zouden twee dagen lang volhouden dat het politieonderzoek zich richtte op de Baskische terreurbeweging ETA. Pas op de zaterdag voor de verkiezingen, nadat de politie arrestaties verrichtte onder Marokkaanse migranten, bleken de zaken anders te liggen. Het onderzoek richtte zich helemaal niet op de ETA, maar op een radicaal-islamitische groep. De regering had het publiek de dagen ervoor onjuist voorgelicht.

Of bewust voorgelogen, zoals onmiddellijk de conclusie luidde in linkse kring. Want electoraal zou een grote aanslag door de ETA onmiskenbaar in het voordeel van de conservatieve partij hebben gewerkt. Voor een aanslag door een islamitische groep daarentegen gold precies het omgekeerde.

In Madrid trokken betogers de straat op om te protesteren tegen de demissionaire regering. Toen Aznar samen met zijn vrouw wilde gaan stemmen, moest de scheidende premier onder politiebescherming zijn auto uit stappen. Een menigte omstanders jouwde hem uit voor leugenaar en moordenaar.

Veel linkse kiezers die weinig zagen in Zapatero en eigenlijk thuis hadden willen blijven, brachten alsnog hun stem uit op de socialisten. Die avond verloor de Partido Popular de verkiezingen.

„De Partido Popular heeft zijn verkiezingsnederlaag vier jaar geleden nooit willen accepteren”, zegt politicoloog Antonio Elorza. In de relatief jonge Spaanse democratie is dat vaker voorgekomen en niet alleen bij rechts. Maar de Partido Popular is volgens Elorza een partij die hecht verankerd is binnen een conservatieve klasse waar de macht vanouds als een natuurlijk recht wordt gezien. Het verlies werd een traumatische gebeurtenis. „Ze hebben met vals spel onze gerechtvaardigde overwinning gestolen”, zo vertaalt hij de onvervalste haat en woede in conservatieve kring.

Voor ex-premier Aznar was het bovendien een persoonlijke vernedering: hij zag zijn politieke erfenis in een klap verdampen. Zijn opvolger vertegenwoordigde alles waar hij een grote hekel aan had. Sociaal zat Zapatero in het andere kamp van Spanje. De grootvader van Aznar was de lievelingsjournalist van de vroegere dictator Franco, de grootvader van Zapatero was als militair trouw aan de Republiek en werd gefusilleerd door de Franco-troepen.

Onmiddellijk na zijn aantreden maakte Zapatero een einde aan de Spaanse troepenbijdrage in Irak. In zijn regeringsperiode nam hij een reeks vooruitstrevende sociale maatregelen die in conservatieve kringen verkeerd vielen, zoals de wettelijke regeling van het homohuwelijk.

Zapatero ging opnieuw onderhanden met de Baskische afscheidingsbeweging ETA over een stopzetting van de terreur. Aznar had juist een keiharde aanpak van de ETA beloofd, nadat zijn eigen onderhandelingen met de ETA waren mislukt. Zapatero voerde op een chaotische manier een nieuw statuut met meer bevoegdheden voor de Catalaanse regio in, terwijl rechts juist een punt maakte van een sterkere centrale regeringsmacht.

Maar het meest onverdraaglijke voor de Partido Popular was dat de socialisten überhaupt in de regering zaten. „Het drama van 11-M heeft lang doorgewerkt”, erkent adjunct-hoofdredacteur Ramón Pérez-Maura van Spanje’s conservatieve krant ABC. Dat was volgens hem ook onvermijdelijk: eerst was er de parlementaire enquête rond de treinaanslagen en vervolgens de strafzaak. Die werd pas eind oktober vorig jaar afgerond.

De frustratie van rechts kreeg Latijns-Amerikaanse trekjes. In hechte samenwerking met een aantal media begon de Partido Popular al snel het gerucht te verspreiden van een complot. De treinaanslagen zouden het werk zijn geweest van de socialisten in samenwerking met de islamitische terroristen, de ETA en de geheime dienst van Marokko. In de video Na de Slachting, jarenlang op de eerste pagina van de website van Aznars conservatieve denktank, zei Aznar het met zoveel woorden: „Op de elfde maart kregen de socialisten de kans het theaterstuk op te voeren dat ze al maanden hadden gerepeteerd.”

Aznar zelf, tijdens de in 2005 gehouden parlementaire hoorzitting: „De bedenkers van de aanslagen van de elfde maart bevinden zich niet in verre bergen of afgelegen woestijnen.” Het brein had geen baard en heette niet Osama bin Laden, maar zat volgens hem nu grijnzend op het pluche in het Spaanse regeringspaleis Moncloa.

Behalve door Aznar, werd de complottheorie vooral aangewakkerd door de voormalige ministers Acebes en Zaplana, dezelfde politici die verantwoordelijk waren geweest voor het debacle van 11-M. Het dagblad El Mundo en de radiozender van de bisschoppen Cope wakkerde het vuurtje verder aan door dagelijks ‘nieuwtjes’ te brengen die de samenzweringstheorie verder moesten ondersteunen. Vooral de scheldcommentaren van Federico Jiménez Losantos, presentator van het populaire ochtendprogramma van de Cope, werden berucht. Losantos voor de radio: „We staan voor een enorme samenzwering die alle bewijzen van 11-M manipuleert, nieuwe bewijzen creëert en de waarheid wegpoetst.”

De strategie werd bekend als crispación: het opvoeren van een ondraaglijke politieke spanning die de positie van de regering onhoudbaar moest maken. Nieuwe wetgeving van het kabinet, zoals het Statuut voor Catalonië en het homohuwelijk, werden door de oppositie aangevochten bij het Constitutionele Hof, met alle rechtonzekerheid van dien. Het Hof zelf raakte verlamd door politieke ruzies over rechtersbenoemingen.

Zelfs het spook van een legeropstand dook even op. De opperbevelhebber van de landmacht, generaal Mena, dreigde dat het nieuwe Catalaanse statuut „ernstige consequenties” zou kunnen hebben. De regering Zapatero zette de generaal prompt uit zijn functie, maar oppositieleider Rajoy weigerde de militaire inmenging te veroordelen en gaf de regering de schuld van de onrust in het leger.

ABC adjunct-hoofdredacteur Pérez-Maura, geen grote vriend van de socialisten: „Het grootste succes van Zapatero is dat zijn regering deze vier jaar politiek heeft overleefd nadat hij in zulke traumatische omstandigheden aan de macht kwam.”

Twee Spanjes verwikkeld in een broederstrijd op leven en dood. Geen schilderij waar Spanjaarden zich zo in herkennen als ‘Het knuppelduel’. De Spaanse meester Francisco Goya schilderde hierin het schrille beeld van twee boeren, die in een verder leeg landschap elkaar te lijf gaan met hun stokken. Het trauma van de elfde maart zorgde ervoor dat Spanje werd gegijzeld door een vergelijkbare tweestrijd en een leegte in het politieke debat, aldus filosoof Fernando Savater.

„De politieke atmosfeer werd verstikkend. De exclusieve inhoud van het discours tussen twee partijen werd: u bent erger dan ik. Ondertussen leidt de polarisatie ertoe dat de werkelijke problemen worden verhuld”, aldus Savater.

Savater, bekend van zijn jarenlange strijd tegen het Baskische nationalisme, is een van de initiatiefnemers van een nieuwe partij, de Unión Progreso y Democracia (UPyD). Lijsttrekker van de partij is de voormalige Baskische Europarlementariër Rosa Díez, die de socialistische partij vorig jaar verliet uit onvrede over de onderhandelingen met de ETA. Savater en Díez behoren tot de socialistische garde uit Baskenland die menen dat Zapatero politieke concessies heeft gedaan aan de nationalistische terroristen in de onderhandelingen over het neerleggen van de wapens.

De Spaanse democratie is in feite een tweepartijenstelsel geworden, aldus Savater. De ruzie van de afgelopen jaren leidt volgens hem de aandacht af van een systeemfout in het kiesstelsel, die de grote partijen bevoordeelt, maar het land in steeds grotere problemen brengt. Zowel links als rechts zijn – als ze geen absolute meerderheid behalen – voor een parlementaire meerderheid afhankelijk van de steun van nationalistische partijen in de regio’s, met name in Baskenland en Catalonië.

Dat komt door het kiesstelsel van Spanje: een provinciaal districtensysteem met afgevaardigden naar het parlement. Het betekent niet noodzakelijkerwijs dat de winnaar van de meeste parlementszetels ook in absolute termen de meeste stemmen kreeg.

Het werkt volgens Savater enerzijds de politieke tweedeling in de hand: kleinere partijen komen er niet tussen. Maar in districten met meer afgevaardigden zorgt het er juist voor dat relatief kleine lokale partijen meer zetels in het parlement kunnen behalen, dan partijen die op landelijk niveau veel meer stemmen trekken. Vooral de nationalistische partijen in Baskenland en Catalonië, die steeds openlijker streven naar afscheiding van Spanje, profiteren hiervan. „De politieke paradox van Spanje is dat de regeerbaarheid van het land daarmee afhangt van partijen die niet in de centrale staat geloven”, aldus Savater.

Het is een plaag die volgens de filosoof alleen maar verder voortwoekert, ook in Spaanse regio’s waar tot dusver helemaal geen nationalisme bestond. Savater: „Alle regio’s willen nu voordeel halen uit hun onafhankelijk positie ten opzichte van de centrale staat. Ze apen elkaar na met verhalen over het verdedigen van lo nuestro, typisch iets eigens van ons.”

Balkanisering ligt op de loer. Spanje weigerde als een van de weinige landen Kosovo te erkennen uit angst voor een precedentwerking bij het ontstaan van nieuwe ministaatjes in Europa. Maar de socialistische regering heeft niets ondernomen om de gevaren van mogelijke regionale afsplitsing te voorkomen, zegt Savater. En de conservatieve partij heeft op dit punt wel kritiek, maar komt evenmin met duidelijke plannen. Onderwijl heeft in Baskenland de nationalistische regioregering voor oktober van dit jaar een referendum aangekondigd over een afscheiding van de regio. In Catalonië lopen nationalisten met soortgelijke plannen rond.

Er is volgens de filosoof maar een remedie. „Het electorale systeem moet op de helling.” Naast een herziening met een meer proportionele vertegenwoordiging zou het vastleggen van een eindmodel van de staat de oplossing moeten bieden. „Duidelijk de bevoegdheden tussen staat en politiek vastleggen. En desnoods bepaalde beleidsterreinen zoals onderwijs en belastingheffing weer terug brengen onder de centrale bevoegdheden.”

„Pervers”, mokt Gaspar Llamazares, de bebaarde lijsttrekker van de partijfederatie Izquierda Unida, in de luwte van een campagne-etentje met journalisten. Veel herrie en weinig inhoud, dát is het gepolariseerde politieke klimaat in Spanje, klaagt de leider van het Spaanse Groen Links. Hij kan zich met recht de meest benadeelde noemen van het kiesstelsel en de tweedeling. De andere twee lijsttrekkers willen niet met hem in debat. Op partijbijeenkomsten trad hij daarom op tussen manshoge foto’s van zijn tegenstanders.

Izquierda Unida was bij de vorige verkiezingen met 1,2 miljoen stemmen de derde politieke stroming met 5 procent van de stemmen. Maar door het systeem van afgevaardigden kreeg de partij maar vijf van de 350 zetels. De Catalaans nationalistische CiU (ruim 800.000 stemmen) kreeg twee maal zoveel parlementariërs, de Baskisch nationalistische PNV (ruim 400.000 stemmen) had zeven zetels en zelfs het radicale Catalaanse-Republikeinse partijtje ERC kreeg acht zetels, terwijl ze maar de helft van de stemmen van IU binnen haalden. „Iedereen beklaagt zich over de invloed van de nationalisten”, aldus Llamazares. „Maar niemand doet er wat aan.”

De twee grote partijen hebben er volgens hem dan ook geen enkel belang bij om de situatie te herzien. De sterke polarisatie van de afgelopen jaren houdt de aandacht op hen gericht. De media in Spanje, met hun nauwe banden met de grote partijen, houden de deur dicht. De grote televisiedebatten gaan tussen de twee kandidaten van links en rechts, de lange kranteninterviews eveneens. De andere partijen komen er nauwelijks tussen. „Het is alsof Spanje presidentsverkiezingen houdt als in de Verenigde Staten.”

Maandagavond aan de rand van het uitgestrekte Ifema-congreshallencomplex aan de oostelijke rand van Madrid. Twee limousines draaien kort na elkaar de centrale verbindingsweg op: eerst die van Mariano Rajoy, vervolgens die van zijn rivaal José Luis Rodríguez Zapatero. Hier wordt het televisiedebat gehouden in een speciaal voor de gelegenheid omgebouwde vergaderzaal van het congrescentrum.

De ontmoeting is tot in de kleinste details geregeld, tot en met de basketballscheidsrechters die zijn ingehuurd om met chronometers de spreektijd van de kandidaten te klokken. Niet voorzien is de groep met aanhangers van de UpyD die komen protesteren. „Weg met het verplichte tweepartijenstelsel”, roepen de demonstranten. Even dreigt een handgemeen als de politie lijsttrekker Rosa Díez weg duwt van de ingang. Díez wordt kwaad, maar het blijft bij wat duw en trekwerk.

Binnen strijden de twee kandidaten hun anderhalf uur debat, gevolgd door 13 miljoen kijkers, meer dan bij een voetbalwedstrijd. De beschuldigingen vliegen door de lucht, de stemming tijdens het debat is gespannen. Na afloop wordt Zapatero als winnaar uitgeroepen. Over het kiesstelsel heeft geen van beide kandidaten iets gezegd.

    • Steven Adolf