Deeltijdprinsessen

‘Vrouwen moeten aan het werk’ . Onder deze titel hield feministe Heleen Mees deze week de Aletta Jacobs Lezing in Groningen. Ze heeft groot gelijk. Wie die mening bestrijdt, moet eens duiken in de recente studie Is parttime employment here to stay? van het centraal planbureau.

Daaruit blijkt dat Nederlandse vrouwen, ondanks belastingvoordelen, gesubsidieerde kinderopvang en hoge opleidingskansen, met geen stok voor extra werkuren zijn te porren. Drie dagen per week is de norm, net als vijftien jaar geleden. De nieuwe generatie moeders lijkt zelfs nog afkeriger dan de huidige van een (bijna) fulltime baan. Dit in tegenstelling tot mannen. Die werken sinds mensenheugenis (meer dan) de hele week.

En dus wacht dag in dag uit een leger hoog opgeleide moeders op schoolpleinen tot hun kroost naar buiten komt, bereiden tienduizenden vrouwelijke academici dagelijks middageten voor hun minigezin en escorteren hordes doctoranda’s hun kleintjes eindeloos naar sportclubjes en muziekles.

Zo’n hectisch, maar onbetaald bestaan is onnodig en dwaas. Hoge subsidies maken kinderopvang betaalbaar voor iedereen. Zelfs je moeder mag je (zwaar) gesubsidieerd als oppas inhuren. Parttime prinsessen bouwen bovendien niet aan werkervaring en een eigen pensioen. Bij echtscheiding treft dat ook hun ex. Als loon voor de ondersteuning van zijn carrière krijgt zij een flink brok pensioenopbouw, vermogen en vaak alimentatie mee. Daarmee moddert ze voort. Haar carrièrekansen zijn toch verkeken. Deze onverstandige levenshouding herhaalt zich in de volgende generatie: deeltijdmoeders baren deeltijddochters.

Toch is allebei fulltime werken ook niet ideaal. Je verdient samen een boel, maar gaat, dat laten statistieken zien, vaak vanzelf meer uitgeven aan wonen, opknapbeurten voor het huis, de kinderen, onroerend goed belasting, pensioenopbouw, sociale premies en allerlei belastingen.

Gaan beide inkomens daaraan compleet op, zoals bij veel Amerikaanse gezinnen, dan ben je kwetsbaar. Als één partner arbeidsongeschikt raakt, overlijdt of een ziek kind moet verzorgen, kan de ander niets extra’s verdienen, want die zwoegt al fulltime.

Over dit verschijnsel, dat wijd verbreid is in de Verenigde Staten, gaat de bestseller The two income trap van Elisabeth Warren & Amelia Warren Tyagi. De veelzeggende ondertitel luidt: Why middle-class parents are going broke.

Dit kan hier ook gebeuren. We staan 26 miljard euro in het krijt voor consumptie, onze totale hypotheekschuld is opgelopen tot een record van zo’n 550 miljard euro en de woningprijzen blijven maar stijgen.

Beide partners die fulltime werken is prima, maar zorg dat je desnoods kunt terugvallen op één salaris of een tijdje kunt teren op eigen geld. Ook kinderloos blijven helpt. Warren en Tyagi becijferden dat een Amerikaanse die geen kinderen krijgt haar kans op een persoonlijk faillissement verkleint met 66 procent.

Een veilige oplossing ligt in het midden: meneer een dagje minder werken en mevrouw een dagje meer. Fiscaal kan dat zelfs voordelig zijn, vooral als mevrouw nu weinig of niets verdient. Het inkomenseffect is te berekenen via de werkverdeler op www.nibud.nl (zoek op ‘werkverdeler’).

Daarbij is financieel broodnodig dat de dames eindelijk eens hun eigen naam blijven gebruiken. 85 procent is dat niet van plan, toont een recente peiling onder Tilburgse studentes.

Dat gaat ze heel veel geld kosten, valt af te leiden uit onderzoek van het Tilburg institute for behavioral economics (TIBER). Vrouwen die zich tooien met de naam van hun man worden door anderen beoordeeld als afhankelijker, minder ambitieus en minder intelligent. Proefpersonen schatten in dat ze daardoor maandelijks 861,21 euro salaris minder waard zijn. Op een heel werkzaam leven scheelt dat tonnen.