De Mosquito is effectief, maar in strijd met de wet

Overlast gevende jongeren met zoemtonen wegjagen schendt de lichamelijke integriteit.

J.G. Brouwer

Hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen met een bijzondere belangstelling voor vraagstukken betreffende de openbare orde.

Rotterdam ging voorop, maar de Mosquito is inmiddels al in dertig gemeenten een feit. Het apparaatje dat een buitengewoon hinderlijke zoemtoon verspreidt. Men verjaagt er overlastgevende jongeren mee van hangplaatsen. De frequentiehoogte van de toon is zo ingesteld dat zij alleen wordt waargenomen door oren die niet ouder zijn dan 30 jaar.

Het apparaatje werkt in de praktijk uiterst efficiënt en voorziet in een sterke behoefte van de samenleving. Jongeren verlaten bij het aanzetten van het apparaat onmiddellijk de plek waar de Mosquito bereik heeft.

Met de hinderlijke zoemtoon wordt inbreuk gemaakt op het in de Grondwet gegarandeerde recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Dat mag de overheid uitsluitend doen als een wet afkomstig van regering en Staten-Generaal hiervoor toestemming geeft. De uitvinder van het apparaat – Rhine Consulting Group – en met haar vele gemeentebesturen stelt zich echter tot nu toe op het standpunt dat dit niet geldt voor zo’n onschuldig iets als een zoemtoon. De Mosquito doet geen pijn en is niet schadelijk, volgens het bedrijf. Echter, het afnemen van een minuscule hoeveelheid speeksel voor een DNA-proef doet ook geen pijn en is evenmin schadelijk. Toch vond de wetgever het wel degelijk noodzakelijk om hiervoor een wettelijke basis te creëren.

De nu 300 in omloop zijnde Mosquito’s worden geplaatst en beheerd door gemeenteambtenaren in opdracht van de burgemeester. Die is immers verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde. Maar in geen enkele wet staat dat het aan de burgemeester is toegestaan inbreuk te maken op de lichamelijke integriteit, zoals beschermd in de Grondwet. Deze constructie is derhalve rechtens niet toegelaten.

Kan de burgemeester ze dan niet plaatsen en het beheer aan de politie overlaten? De politie hoeft de grondrechten niet altijd volledig te respecteren bij het handhaven van de openbare orde. De politie maakt bijvoorbeeld bij het observeren van een persoon inbreuk op het in de Grondwet beschermde recht op privacy. Zolang het observeren echter niet stelselmatig plaatsvindt, is het toegelaten onder deze algemene noemer volgens de geldende rechtspraak.

In het geval van de Mosquito blijft de inbreuk niet beperkt tot licht. De hinderlijke zoemtoon valt onder de wettelijke definitie van geweld: elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken. Met de Mosquito wordt een persoon gedwongen het toneel te verlaten. De toepassing ervan kan de politie daarom niet onder algemene verantwoordelijkheid voor de openbare orde uitoefenen. Destijds is voor het gebruik van het waterkanon en traangas een wettelijke basis gecreëerd. Dat zou ook voor de Mosquito moeten gebeuren. In een rechtsstaat moet de overheid zich aan de door haar zelf ontworpen spelregels houden, ook als een oplossing van een maatschappelijk probleem dringend gewenst is. Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst moet derhalve de Ambtsinstructie aanpassen en gemeenten niet met een handhavingsprobleem opzadelen.

    • J.G. Brouwer