De blunder is niet wat hij was

Carlsen - Topalov, Linares, 12de ronde

Gisteren is de laatste ronde gespeeld van het toernooi in Linares. Ik schrijf dit terwijl de voorlaatste ronde nog aan de gang is, dus ik weet niet hoe het is afgelopen, maar ik weet al wel dat het een geweldig toernooi was met veel spectaculaire partijen en weinig remises.

Dat het mooi was, daar is iedereen het over eens, maar aan de andere kant hoor je overal dat er ongewoon vaak geblunderd is. Zelfs Henrik Carlsen, de vader van Magnus, schrijft dat in zijn blog. Hij wordt natuurlijk zeer deskundig voorgelicht, maar ik moet toch zeggen dat ik het niet zie, al die blunders.

In het verleden was er bijna geen tweekamp om het wereldkampioenschap waarvan niet werd gezegd dat die op ongewoon laag peil stond. Kon het echt zo zijn dat de beste schakers door de jaren heen voortdurend aan het knoeien sloegen als ze om het wereldkampioenschap speelden?

De reden van het zogenaamde lage peil was natuurlijk dat ze elkaar zeer ingewikkelde problemen konden stellen, die vervolgens door de hele schaakwereld werden onderzocht, zodat bijna iedere fout aan het licht kwam.

Nu heb je de computers, die binnen een paar seconden een tactische fout aanwijzen. Soms hebben ze ongelijk, maar meestal klopt het. Wie met zijn computer in de aanslag de partijen van een toptoernooi volgt, krijgt de valse indruk dat schaken makkelijk is en kraait over blunders.

Sommige topspelers doen er trouwens ook zelf aan mee en zeggen dat ze een blunder hebben begaan als ze gewoon een fout hebben gemaakt. Het woord heeft een geheel andere betekenis gekregen dan vroeger. Toen stond het voor een onnodige en absurde fout waarvan je onmiddellijk, zonder nader onderzoek, in kon zien dat het mis was. Nu staat het voor iets waarvan de computer meteen ziet dat het mis is.

Uit de eerste twaalf ronden van het toernooi in Morelia en Linares heb ik de blunders geteld. Het blijft natuurlijk een subjectieve zaak of je iets een blunder noemt of een gewone fout die nu eenmaal bij mensenwerk hoort, maar volgens mijn maatstaven waren er maar drie echte blunders: Ivantsjoek gaf tegen Aronian een stuk weg in een gewonnen stelling en Shirov liet tegen Carlsen zomaar een pion tot dame promoveren.

De derde blunder was van Topalov, die zich tegen Carlsen in een remisestelling mat liet zetten. Het was inderdaad een gelukje voor Carlsen, maar hij had wel bijgedragen aan zijn geluk door in een bedenkelijke stelling geweldig inventief de strijd gaande te houden.

Carlsen - Topalov, Linares, 12de ronde

1. c4 e5 2. Pc3 Pf6 3. Pf3 Pc6 4. d3 d5 5. cxd5 Pxd5 6. e4 Pb6 7. Le2 Le7 8. 0-0 0-0 9. a4 Le6 10. Le3 Pd7 11. d4 exd4 12. Pxd4 Pxd4 13. Dxd4 c6 14. a5 Pc5 15. De5 Wit heeft een bescheiden opening gekozen en geen voordeel bereikt, maar wel een interessante stelling. 15...Pb3 16. Ta4 Ld6 17. Dh5 g6 18. Dh6 Le5 Zwart moet oppassen, want na 18...Pxa5 19. e5 heeft wit een winnende aanval: 19...Lxe5 20. Th4 of 19...Le7 20. Pe4 Pb3 21. Lb6 axb6 22. Txa8 Dxa8 23. Pf6+ en zwart gaat mat. Vooral die laatste variant is mooi. 19. Lg5 Dit noemde Magnus na afloop nogal overdreven een blunder. 19...Dc7 20. Le3 Bewonderenswaardige flexibiliteit. Hij neemt zijn vorige zet gewoon terug. De oorspronkelijke bedoeling moet 20. f4 zijn geweest, en hij zag er waarschijnlijk van af wegens 20...Pc5 21. Taa1 Lxc3 22. bxc3 Pxe4 23. Lh6 Dd8. 20...Pxa5 21. f4 Lg7 22. Dh4 Lb3 Wit is een pion kwijtgeraakt voor vage compensatie. In het vervolg weet hij Topalov toch bij iedere zet voor problemen te stellen. 23. Td4 Het begint met een kwaliteitsoffer. Zwart kan het offer aannemen, want het is de vraag of wit er genoeg aanval voor krijgt. Maar Topalov houdt daar niet van. Bijna altijd is hij zelf de man die materiaal offert voor de aanval. 23...Tad8 24. e5 Txd4 25. Lxd4 c5 26. Le3 f6 27. Pb5 Dd8 28. f5 Weer een harde actie. Het kalmere 28. e6 was ook speelbaar. 28...fxe5 29. Lg5 Db6 30. f6 c4+ Carlsen had 30...Lh8 verwacht, maar ook dan is wit volop in de strijd. 31. Kh1 Dxb5 32. fxg7 Txf1+ 33. Lxf1 Kxg7 Het is begrijpelijk dat zwart deze monsterpion verwijdert, maar hierna heeft wit minstens remise. Met 33...De8 kon zwart nog op winst spelen, hoewel de zaak na bijvoorbeeld 34. Lh6 Pc6 35. Le2 onduidelijk blijft. 34. Ld8

Dit had snel tot remise moeten leiden. Objectief gevaarlijker voor zwart was 34. Lh6+ Kf7 35. Dd8 geweest. 34...Pc6 Maar na deze zet, die je inderdaad een blunder kunt noemen, wordt zwart mat gezet. Na 34...Dd5 of 34...Kg8 35. De7 Dd5 had wit niet meer dan eeuwig schaak. 35. Df6+ Kg8 36. De6+ Kf8 37. Lg5 Zwart gaf op.

    • Hans Ree