De biologieles bijgeschoold

René Westra wil het belang van ecologie overdragen. “Economen en juristen mogen best meer kennis hebben van ecologie bij al die beslissingen die ze nemen over de natuur.” maurice boyer Rene Westra biologie leraar Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080222 Boyer, Maurice

René Westra studeerde in 1974 af als ecoloog en begon direct als leraar biologie aan het Petrus Canisius College in Alkmaar. “Ik dacht dat ik in het onderwijs het belang van ecologie zou kunnen overdragen”, zegt hij. Niet dus. Dertig jaar lang zag hij met lede ogen aan hoe vreselijk ouderwets de lesboeken waren en bleven. Bij het Freudenthal Instituut in Utrecht ontwikkelde hij een lesaanpak die wel recht deed aan de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Vorige maand promoveerde hij daarop.

Was het schoolvak biologie niet juist enorm met zijn tijd meegegaan?

“Dat klopt wel voor bijvoorbeeld moleculaire biologie. Maar het deelvak ecologie is blijven steken op het niveau van 1960. Een ecosysteem is een groep van organismen van verschillende soorten én hun niet levende omgeving – een vijver bijvoorbeeld, of een stuk bos. Biologieboeken stellen zo’n systeem voor als iets statisch; leerlingen leren dat alles elkaar beïnvloedt totdat er een evenwicht is bereikt. Maar de moderne wetenschap weet: een ecosysteem blijft altijd dynamisch, chaotisch zelfs.”

Waarom is het erg als leerlingen dat niet leren?

“De samenleving neemt voortdurend ecologische beslissingen. Over visquota, het afschieten van wilde zwijnen of het uitzetten van grote grazers. Kennis van de ecologie is nodig om daar een weloverwogen standpunt in te kunnen innemen. Ik vind dat jongeren dat moeten leren. Ik noem het ecologische geletterdheid.”

Wat heeft u precies ontwikkeld?

“Ik heb een lessenserie gemaakt waarbij leerlingen de positie van onderzoekers aannemen. Ze krijgen opdrachten uit de praktijk, zoals het optimaal maken van een mosselkweek, of de beheersing van een konijnenpopulatie in een duingebied. Daarbij gebruiken ze computermodellen en informatie van het NIOO [Nederlands Instituut voor Ecologie, voorheen Oecologisch Onderzoek – red.]. Het gaat er vooral om dat ze gereedschap krijgen om zelf keuzes te kunnen maken bij het oplossen van ecologische problemen.”

U heeft de lessenserie uitgetest. Konden leerlingen inderdaad oplossingen bedenken?

“Ja en nee. Ecologen werken veel met wiskundige modellen. Leerlingen konden daar goed gebruik van maken. Geef ze de vraag ‘stel, je schiet konijnen af, wat gebeurt er dan in het systeem?’ en het gaat prima. Maar wat je eigenlijk zou willen is dat ze ook zelf modellen kunnen ontwerpen of uitbreiden. Bijvoorbeeld: ‘zet er een stel vossen bij, wat betekent dat voor de konijnenpopulatie?’ Dat bleek een brug te ver. Jammer, want het zelf bouwen aan een model geeft veel meer inzicht in de relaties tussen organismen in een gebied. Misschien krijg je zoiets wel voor elkaar als er meer vakkenintegratie is, bijvoorbeeld met wiskunde.”

Zou dat niet goed kunnen in het nieuwe integratievak Natuur Leven en Technologie (NLT)?

“Ja dat kan, maar liever nog in Algemene Natuur Wetenschappen, want dat is ook voor alfa’s. De samenleving wordt al zo geregeerd door economen en juristen. Die zouden best wat meer kennis mogen hebben van ecologie bij al die beslissingen die ze nemen over de ruimte en de natuur.”

U laat de leerlingen zelf kennis construeren. Bent u een aanhanger van het nieuwe leren?

“Nee, nee, beslist niet. Ik ga juist heel erg uit van de vakkennis van de docent. Het is leren door te doen, door te experimenteren, leren in een context. Dat is inderdaad anders dan alleen feiten leren. Dat heeft in dit geval ook niet zoveel zin, want er zijn geen feiten die in alle situaties waar zijn. Maar ik laat mijn leerlingen niet aan hun lot over, ik breek steeds in, ik stuur, geef richting.”

Moet het biologie-examen ook anders?

“Ja. Ik zie het als een drieslag. Leerlingen krijgen twee keer een voorbeeld uit de praktijk, waarbij ze de tweede keer de kennis die ze de eerste keer hebben opgedaan, gebruiken. Op het examen volgt dan het derde praktijkvoorbeeld. In mijn lessenopzet is dat een ecosysteem in Zuid-Afrika. Dit soort verandering is trouwens ook in de maak voor andere onderdelen van het vak biologie, daar werkt de Commissie Vernieuwing Biologie-Onderwijs aan.”

    • Marlies Hagers