Dappere dromen en heimwee

In De Italiaanse droom kunnen vier stellen een bed & breakfast winnen. Emigratie-programma’s op tv zijn succesvol.

Scène uit ‘De Italiaanse Droom’, een nieuw emigratie-programma van de KRO Foto KRO De Italiaanse Droom FOTO: KRO KRO

De KRO schuwt het cliché niet. Het begint al bij de titel van het programma: De Italiaanse droom. Dertien afleveringen lang zien we fraaie totaalshots van een glooiend landschap en close-ups van schuim op de cappuccino. Al na een minuut of tien horen we in de eerste aflevering voor het eerst de klanken van Time to say goodbye van Andrea Boccelli en Sarah Brightman. De oer-sentimentele soundtrack van de film Il Postino wordt daarna zo ongeveer grijs gedraaid.

Een voice-over, de warme stem van Frits Spits, zegt: „Vier stellen geven alles op om hun grote droom na te jagen: een eigen bed & breakfast in Italië. Weg van de files, de regen en de drukte.”

In werkelijkheid geven ze helemaal niets op. Voor drie maanden verlaten ze huis en haard om met de andere koppels een pand in het ‘pittoreske’ Italiaanse dorpje Piticchio te verbouwen tot bed & breakfast. Een jury, bestaande uit de plaatselijke taaljuf, de aannemer en de kooklerares, beoordelen welk stel zich het beste aanpast aan de Italiaanse cultuur. Dat stel krijgt de gelegenheid om het bed & breakfast een half jaar lang te runnen. Hypotheekvrij. Daarna kunnen ze het pand kopen.

De deelnemers weten echter niet dat er een geheime schaduwjury is: de consiglio. De stem van deze groep locals weegt veel zwaarder dan die van de officiële juryleden. Wie verzuimt om zich de Italiaanse taal machtig te maken, of de tagliatelle te lang kookt, staat er niet goed op bij de consiglio.

De afgelopen jaren is er een innige band ontstaan tussen emigratie en televisie. De Italiaanse droom is de laatste in een lange reeks van ‘vertrekprogramma’s’ (zie kader). De formats lijken sterk op elkaar: stellen vertrekken naar het buitenland, meestal om een eigen onderneming te beginnen in de toeristische sector, en worden voor enige tijd gevolgd door een televisieploeg. Vrijwel zonder uitzondering halen deze programma’s hoge kijkcijfers.

Wat verklaart de populariteit van het genre? René Grünfeld is hoofdredacteur van Ajuus, magazine ‘voor de onbegrensde Nederlander’. „De afgelopen jaren is de emigratie sterk gestegen, met name voor autochtone Nederlanders is de stijging spectaculair. De televisie speelt in op die trend. Door die programma’s is de trend nog eens extra versterkt, want ze brengen potentiële emigranten op een idee.”

Wat veel emigranten volgens Grünfeld drijft, is het aanlokkelijke vooruitzicht van rust, ruimte, natuur én een ondernemersvriendelijk klimaat. „En natuurlijk het avontuur. In Nederland is alles wel zo’n beetje uitgekristalliseerd, onder meer in een eindeloze hoeveelheid regels.”

Jan Latten, hoogleraar sociale geografie aan de universiteit van Amsterdam, kijkt regelmatig naar vertrekprogramma’s op televisie. „Die programma’s hebben zeker invloed gehad op de stijging van de emigratie. Mensen zien het en denken: o, dat ga ik ook doen. Ze zitten in een midlifecrisis, zetten de televisie aan en dan zien ze een stel dat zijn dromen najaagt. Het kan ook vrij makkelijk, anno 2008. De wereld is veel kleiner geworden. Maar het blijft dapper om de stap te zetten.”

Grünfeld vindt dat vertrekprogramma’s een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. „Er moet drama zijn, anders heb je geen leuke televisie. En als dat er niet is, dan maken omroepen het wel dramatisch in de montage.”

Hij noemt het voorbeeld van het Groningse stel Jaap en Alie Goelema. Zij vertrokken naar Zweden om daar een camping te beginnen en werden gevolgd door het EO-programma Geen weg terug. „Zij schrokken zich rot toen ze het programma terugzagen. Je hoorde hen voortdurend klagen. Het ging alleen maar over hun stress en heimwee terwijl er ook een andere kant was.”

Pieter van Eekelen van Eyeworks, de producent van De Italiaanse Droom, vindt het logisch dat programma’s laten zien hoe weerbarstig de praktijk is. „Mensen hebben een droombeeld, maar in de praktijk blijkt dat vaak tegen te vallen. Ook die kant moet je laten zien.”

Van Eekelen vindt dat De Italiaanse droom een nieuwe, verfrissende draai aan het genre geeft. Hij vindt dat de kwalificatie ‘vertrekprogramma’ geen recht doet aan het format.

„Tot nu toe lopen de cameramannen achter de emigranten aan. Ze volgen het avontuur vanuit het perspectief van het vertrekkende stel. Ons perspectief is dat van de Italiaanse bewoners van Piticchio. We staan daar klaar als de deelnemers arriveren. Hoe kijken zij aan tegen een groep Hollanders die opeens in hun dorp komt wonen? Doordat de deelnemers niet weten dat de dorpsbewoners eigenlijk de jury vormen, maken we de kijkers onderdeel van het complot.”

De Italiaanse droom verenigt inderdaad een aantal eigenschappen die de huidige generatie televisieprogramma’s populair maakt. Behalve het hoofdthema van emigratie is er de afvalrace (zoals bij Idols), de jury (ook Idols), de verbouwing (Het Blok) en het reality-element (Big Brother). „Big Brother is nog altijd heel populair in Italië”, zegt Van Eekelen. „De aanvankelijk nogal huiverige dorpsbewoners van Piticchio dachten dat we een soortgelijk programma kwamen maken. We hebben ze moeten overtuigen dat dit iets heel anders is.”

Maar hoe ‘publiek’ is De Italiaanse droom eigenlijk nog als het zoveel elementen in zich verenigt van programma’s die juist bij de commerciële omroep te zien waren? „Dat is lastig om aan te geven”, zegt Van Eekelen. „Het publieke omroepgehalte zit ’m in allerlei zaken. Het tempo, dat wat lager ligt dan bij een commerciële omroep, de kandidaten en de montage.”

Typisch KRO is het programma volgens Van Eekelen in elk geval wel: „Het thema van het goede leven, in dit geval in Italië, past heel goed bij de KRO.”

Een van de stellen uit het programma, het Brabantse echtpaar Tonny en Piet, hebben al eens eerder geprobeerd te emigreren naar Spanje. Ze raakten verstrikt in het Spaanse web van vergunningen en kwamen terug naar Nederland. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de helft van de emigranten op zeker moment weer terugkeert naar Nederland.

Hoogleraar Latten: „Mensen hebben zoveel te kiezen tegenwoordig. Overal, dus ook op televisie, wordt ons verteld dat je je dromen moet najagen. Maar hoe realistisch is dat? Mijn motto is: maak keuzes in je leven en ‘stick to it’. Anders word je gek van onrust. Ons biochemische systeem spot regelmatig nieuwe potentiële partners, daar lopen we ook niet blind achteraan.”

Toch denkt René Grünfeld van Ajuus dat emigranten zich in vergelijking met een aantal jaren geleden niet meer zo snel in een onbezonnen avontuur storten. „De tijd is voorbij dat Nederlanders droomden van een camping in Frankrijk – hét geijkte voorbeeld – en onvoorbereid vertrokken om na een tijdje gedesillusioneerd terug te keren. Emigranten komen tegenwoordig veel beter beslagen ten ijs. Er zijn talloze beurzen en voorlichtingsdagen. En emigratiecoaches helpen mensen bij de voorbereiding.”

Wordt Latten, kijkend naar vertrekprogramma’s, zelf wel eens bevangen door de droom een nieuw leven te beginnen in een ver oord? „Eh… ja, laat ik het zo zeggen: ik vraag me wel eens of het niet leuker zou zijn om als kunstschilder in de natuur te zitten dan om statistische analyses te maken. Maar ach, denk ik dan, die natuur is ook niet alles.”

Op zondagavond 9 maart is de eerste aflevering te zien van ‘De Italiaanse droom’ (20.20 uur, Nederland 1).
    • Raymond Krul