Computers in de les 2.0

Het onderwijs moet aansluiten bij de wereld van hyves en msn. Of juist niet?

Jacqueline Kuijpers

Scholieren spelen het geschiedenisspel ‘Frequentie 1550’, ontwikkeld door de Waag Society, op hun mobieltje. foto waag society Bijeenkomst Frequentie 1550 in de Waag te Amsterdam Dijkstra, Paul

Dit artikel gaat over de kunst van het verleiden. Of, minder poëtisch: de meer of minder wanhopige pogingen van volwassenen in het onderwijs om zich aan te passen aan de belevingswereld van jongeren. Want je verleidt jongeren tot leren door aan te sluiten bij hun wereld, die nu meer dan ooit bestaat uit internet, msn, hyves, sms. Kan het onderwijs zich daar wel aan aanpassen? Moet dat eigenlijk wel? En hoe dan?

Voor Wim Veen, hoogleraar educatie & techniek aan de TU Delft, is het glashelder: “De samenleving is zo sterk veranderd dat klassikale onderwijsvormen geen adequate voorbereiding meer zijn. Werknemers moeten ook niet meer gewoon doen wat de baas zegt. In bedrijven zie je forums ontstaan van deskundigen die samenwerken aan projecten en door informatie te delen problemen oplossen. Netwerken, dus. En dat is precies wat jongeren in hun vrije tijd constant doen.” Internet is voor hen geen grote bibliotheek, zegt Veen, maar een netwerk van mensen met wie je informatie deelt en van wie je kunt leren.

Maurits in ’t Veld, leraar geschiedenis en filosofie, vindt juist dat onderwijs tegenwicht moet bieden aan de ICT-race. “Wat jongeren van ICT moeten kennen kunnen ze in één maand leren. Onderwijs moet leerlingen ook bewust maken van wat de computer met ze doet. Geef ze een ICT-opdracht en vraag daarna: hoe voelt je lichaam nu, hoe verhoud je je tot je klasgenoten en kun je je nu concentreren op iets wat zich niet meteen gewonnen geeft? Er zijn aanwijzingen dat ICT-gebruik knabbelt aan die vermogens. Ik zie dat leerlingen moeite hebben om een uitleg van tien minuten te volgen.”

Wim Veen herkent dat laatste wel, maar zegt juist: “Het is het onvermogen van degene die uitlegt om in korte tijd zijn punt te maken. Als je de msn-communicatie analyseert blijkt dat jongeren hun informatie sterk gecondenseerd aan elkaar doorgeven.”

Terwijl Maurits in ’t Veld ervoor pleit dat het onderwijs moet inzetten op mensen in plaats van op multimedia, vindt Wim Veen dat juist armoe. “Eén leraar voor de klas, terwijl je via internet met zoveel mensen contact kunt hebben!” Hij noemt voorbeelden van websites waar je talen kunt leren, zoals livemocha.com en Learning English op de BBC-site. “Daar leer je talen van native speakers. Dat zou standaard op elke school aanwezig moeten zijn.”

Veen ziet een botsing van leerstijlen die doorbroken moet worden. “Jongeren zijn gewend om een overload aan informatie te managen. Ze leren door te doen, door brokjes informatie aan elkaar te koppelen en betekenis te geven. Ze zijn in charge. Maar op school missen ze dat. Daar moeten ze overwegend luisteren.”

Daarmee komen we op het ‘hoe’: hoe kunnen scholen de belevingswereld van jongeren méér de school inhalen? In de eerste plaats door die wereld serieus te nemen, zegt Wim Daniëls, taalkundige en schrijver. “Je kunt jongerentaal als aanknopingspunt gebruiken in je lessen. Met de creativiteit van msn-taal kun je bijvoorbeeld laten zien dat taal alleen een afspraak is en dat ons ABC er ook anders had kunnen uitzien.”

Verder ligt er een taak voor de educatieve uitgevers. Uitgeverij Codename Future geeft alleen nog maar digitale lesmethodes uit. “Wij leveren aan 200 middelbare scholen”, vertelt directeur Geeske Steenekes. “We begeleiden altijd tot in de klas, om te helpen met de techniek én om ze aansluiting te laten vinden bij de belevingswereld van jongeren.”

De grootste innovaties komen van organisaties als Waag Society in Amsterdam, die zich bezig houden met nieuwe toepassingen van creatieve technologie. Uit hun koker komt ‘Frequentie 1550’, een mobiel stadsspel over Amsterdam in 1550. Het spel heeft de vorm van een verhaal waarin de scholieren meespelen. Zij trekken in groepjes door de stad, voorzien van een mobieltje met GPS-functie. Op historische plekken krijgen ze informatie over wat daar is gebeurd, met een opdracht erbij. De groepjes strijden tegen elkaar en kunnen ‘bommen’ en ‘ratten’ inzetten om elkaar dwars te zetten. Waag Society heeft de leeropbrengst laten onderzoeken door de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht (onder ruim 450 leerlingen). Hieruit blijkt dat de leerlingen die meededen aan Frequentie 1550 significant meer feitenkennis verwierven dan leerlingen die dezelfde lesstof op traditionele wijze kregen aangeboden.

Leuk en leerzaam dus. Maar zo’n opdracht doe je niet in een lesuurtje. Niet voor niets pleit Wim Veen voor herziening van de ‘meest fabrieksmatige kant’ van het onderwijs: het lesrooster en, in tweede instantie, het jaarklassensysteem. Met ultimo de herziening van de examinering: “Waarom moeten we iedereen individueel toetsen op exact dezelfde kennis als het er uiteindelijk, in het echte leven, om gaat dat we sámen alles weten?”

Wim Veen, Maurits in ’t Veld en Rinske Hordijk (Waag Society) spreken op het congres ‘Leven en leren met Bits & Bytes’ (Radio Kootwijk, 20 maart). www.bitsenbytes.euWim Daniëls en Geeske Steeneken zijn aanwezig op het Didactiek en ict Congres (Ede, 8 april) www.school-computer.nl/didactiek.asp

    • Jacqueline Kuijpers