Chinezen zullen moeten wennen aan hoge voedselprijzen

Milieuvervuiling en sociale problemen wil China best een beetje aanpakken, maar banen creëren en inflatie beteugelen staan voorop, zo bleek deze week op het vijfjaarlijkse Volkscongres.

De boodschap van de mandarijnen van de Chinese economie aan het Nationale Volkscongres is overzichtelijk en tegenstrijdig tegelijkertijd. Het moet vanaf 2008 allemaal groener, eerlijker en efficiënter, zeiden de gouverneur van de Chinese Centrale Bank, Zhou Xiaochan, en Ma Kai, de voorzitter van het centrale planningsorgaan, tegen de aangewezen ‘volksvertegenwoordigers’ en de Chinese en internationale media.

„De economische structuur aanpassen en de kwaliteit van de economische groei verbeteren” moet, zo legden de twee topmanagers van de Chinese economie uit, verenigd worden met „absolute en correcte topprioriteiten” als het creëren van nieuwe banen, zo’n 10 tot 12 miljoen per jaar, en het beteugelen van de stijgende voedselprijzen. Dat is geen eenvoudige zaak, benadrukte Zhou, want er zijn „geen historische precedenten in China en geen reeds opgedane ervaringen”.

Hoe een economie koste wat kost op stoom gebracht en gehouden moet worden, weten de Chinese economische machinisten inmiddels beter dan wie ook ter wereld. Het triomfalisme over de groei- en begrotingscijfers hangt, na vijf jaar van expansie met meer dan 10 procent per jaar, als een wolk van woestijnzand en uitlaatgassen over Peking.

Maar in het land van het ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ zijn lucht, rivier- en grondwater en de bodem in de delta’s van de vijf grote rivieren zwaar vervuild en groeien de tegenstellingen tussen stad en platteland en arm en rijk. Honderden miljoenen werknemers worden slecht betaald en hebben geen zorgverzekeringen, laat staan betaalde vakanties. Dat zijn in de terminologie van de Chinese bestuurders „uitdagingen” en beslist geen problemen.

Nu al klagen de fabrikanten van textiel, meubels, speelgoed en elektronica in het deltagebied van de Parelrivier steen en been over stijgende milieulasten, de pas ingevoerde Arbeidswet met nieuwe rechten voor werknemers, de kosten van nieuwe zorgverzekeringen en andere sociale programma’s.

„Als het beleid van de regering van premier Wen wordt voortgezet, en dat zal gebeuren, zullen in 2008 tienduizenden kleine Chinese bedrijven gedwongen worden genoegen te nemen met minder winst. Dat is in sectoren met zeer smalle marges problematisch”, concludeerde Jonathan Anderson, de chef-econoom van de zakenbank UBS in een gepubliceerde notitie. Duizenden bedrijven zouden al plannen beramen om naar Vietnam te verhuizen, of hebben dat al gedaan, omdat daar meer geld te verdienen zou zijn.

Van deze nieuwe trend zeggen de bestuurders in Peking nog weinig gemerkt te hebben, maar als dat wel het geval zou zijn dan liggen Ma en Zhou daar niet wakker van. „Een verschuiving naar hoogwaardige productievormen waarin de kosten van arbeid en milieu een minder grote rol spelen, zoals in de computer- en autosectoren, zouden wij alleen maar willen stimuleren. Uit al onze onderzoeken blijkt dat China nog vele jaren een zeer competitieve rol zal spelen in de wereldeconomie”, aldus Ma van de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie.

Om China groener te maken zullen honderden verouderde kolencentrales, staalfabrieken, brouwerijen en chemiebedrijven gesloten dan wel drastisch verbouwd moeten worden. Volgens Xiao Geng, econoom van de Tsinguauniversiteit in Peking en tevens verbonden aan het Brookings Institution in Washington, is het de vraag of dat gaat lukken. „Plannen gaan ten onder in de bureaucratie. Wen wil daarom het grote aantal ministeries dat zich bemoeit met het economisch beleid verminderen en bundelen tot een aantal superministeries met echte macht”, aldus Xiao.

Hij denkt dat er tot op zekere hoogte lippendienst bewezen wordt aan „een groener, efficiënter, minder energieverspillend China”, omdat het sluiten van een groot aantal verouderde ondernemingen de werkloosheid in sommige gebieden zal opdrijven. „Dat zou geen goed signaal zijn in een periode van stijgende inflatie en toenemende onrust over de voortdurend stijgende kosten van varkensvlees, brood, rijst, mais en huizen.” Dat er ruim voldoende geld is om afgedankte werknemers te compenseren en om nieuwe, schonere fabrieken te bouwen, doet daar niet aan af.

Volgens Xiao zullen de Chinese autoriteiten voorrang geven aan de bestrijding van inflatie, omdat in het verleden stijgende prijzen van levensmiddelen de aanleiding vormden voor sociale onrust. Economen als bankgouverneur Zhou en planningsvoorzitter Ma denken overigens dat China moet leren leven met hogere voedselprijzen, omdat de meeste recente prijsstijgingen structureel van aard zijn. En niet vergeten moet worden, aldus Zhou, dat in de andere sectoren de prijzen nauwelijks of heel licht gestegen zijn.

Het belangrijkste wapen van de Chinese overheid tegen voedselinflatie is boeren aan te moedigen meer te produceren. Landbouwers worden vrijgesteld van betaling van belastingen en kunnen als zij hun varkensstapels en arealen met granen en fruit uitbreiden rekenen op subsidies. Ook hier speelt geld geen rol, want de Chinese overheid heeft al jaren een indrukwekkend begrotingsoverschot.

De topmanagers van de Chinese economie, die ieder jaar worden voorzien van een nieuwe Audi A-8, kunnen zich volledig op de strijd tegen de inflatie concentreren, want over internationale problemen lijken zij zich nauwelijks zorgen te maken.

Volgens bankgouverneur Zhou hebben Chinese banken voor 686 miljoen dollar geïnvesteerd in buitenlandse hypotheekconstructies en bestaan die vormen niet in Chian. „Hier is sprake van marktwerking. De banken hebben zelf beslist over deze investeringen, zij kunnen nu ook hun eigen problemen oplossen”, zei hij lachend.

Aanzienlijk minder stellig is Zhou over de gevolgen van een mogelijke recessie in de VS. „We houden er sterk rekening mee dat de groei in de VS afneemt. Daardoor zal ook de groei in Europa dalen en dat heeft weer gevolgen voor de exportsector in onze economie.”

Een daling van de export zal gedeeltelijk worden gecompenseerd door de uitbreiding van de Chinese thuismarkt. En een lichte vertraging van de (export)groei wordt om buitenlandspolitieke redenen, en om verhitting tegen te gaan, wenselijk geacht. Het ideale groeicijfer is opnieuw officieel vastgesteld op 8 procent, een doelstelling die in 2007 niet gehaald werd en volgens alle prognoses ook in 2008 niet zal worden gerealiseerd.

Voor Europeanen en Amerikanen die aanwezig waren in de Grote Hal van het Volk om te luisteren naar Zhou en Ma, die zelden in het openbaar verschijnen, hadden de discussies en vragen over het verlagen van de groei een licht surrealistisch karakter. Zhou en Ma leken even op de beste jongetjes van de klas die eigenlijk helemaal geen tienen willen halen.

    • Oscar Garschagen