Ze staan in de vrieskou met melkbussen

Het Zwitserse zuivelconcern Nestlé heeft in China een keten van melkcollectiecentra.

Sinds Chinezen het idee hebben dat je van melk sterker wordt, drinken ze het massaal.

Nestlé weegt eerst de melk van de boeren, daarna worden er monsters afgenomen om te kijken naar de kwaliteit. Ook wordt er ter plekke een test gedaan om te vast te stellen of de melk wel vers is. Foto AFP A Chinese dairymaid milks a cow at a dairy farm in Shenyang, northeast China's Liaoling province, 04 August 2007. China's growing economy has sparked a huge increase in milk consumption, with demand growing at a rate of around 25 percent a year, but since there is no tradition of dairy farming there is a shortage of home-produced milk. A third of all the milk produced worldwide is now being transported to China, much of it from the EU and a significant amount from Germany, which produces 27 billion litres a year. CHINA OUT GETTY OUT AFP PHOTO AFP

Zes uur ’s avonds. Op de door ijzel bedekte wegen van het kale district Shuangcheng in de noordelijke provincie Heilongjiang fietsen boeren met aan weerszijden melkbussen aan hun bagagedrager over onverlichte wegen.

Ze zijn op weg naar het dichtstbijzijnde melkcollectiecentrum (MCC) van de Zwitserse zuivelgigant Nestlé, in het dorpje Qing Ling, waar ze net als al die andere 27.000 boeren twee keer per dag hun melk inleveren. Voor het collectiecentrum staat een grote vrachtwagen met een melktank.

De boeren parkeren hun fietsen en sluiten bij een temperatuur van min twintig graden aan in de rij. „Als we te laat zijn, kunnen we onze melk niet meer kwijt. Nestlé controleert streng, maar we krijgen ons geld altijd op tijd”, zegt boer Hui, terwijl hij de melkbussen leeggooit in een dampende container.

De melk van boer Hui is zojuist gewogen, en er zijn monsters afgenomen om te kijken of de kwaliteit voldoet aan de normen. Ook wordt er ter plekke een test gedaan om vast te stellen of de melk wel vers is.

Het bedrijfje van boer Zhao Dudong ligt pal naast het MCC. Zhao is een van Nestlés 65 modelboeren, want hij houdt maar liefst veertien koeien. De modelboeren trainen andere boeren in hun directe omgeving.

Veertien jaar geleden verbouwde Zhao net als alle andere boeren in het district in de zomer maïs en in de winter destilleerde hij alcohol. „Ik verdien zo’n 160 euro netto per maand en krijg 26 cent per liter voor mijn melk. Omdat ik meer dan tien koeien houd, heb ik sinds kort een melkmachine gekocht”, zegt Zhao glimmend van trots.

Volgens de Nederlanders Theo Engwerda en Ruud Engelman, beiden werkzaam als manager voor Nestlé in Shuangcheng, is de komst van het concern een zegen voor de regio, die begin jaren negentig kampte met werkloosheid. „Toen wij hier kwamen, was melk het enige alternatief om extra inkomsten te krijgen. De zware industrie ging hier ter ziele. Er was simpelweg geen werk meer en steeds meer fabrieksarbeiders werden boer”, zegt Engelman.

De boeren in Heilongjiang verbouwen van mei tot september maïs. De rest van het jaar is het voor de landbouw te koud. „Het feit dat er een markt is voor melk zorgt voor een regelmatig inkomen. Dat houdt de boeren ook actief. Voorheen hadden ze in de winter niks te doen”, zegt Engwerda.

Nestlé hanteert duidelijke regels. Engwerda: „We hebben een betalingssysteem dat gebaseerd is op hoeveelheid, de samenstelling en de kwaliteit van de geleverde melk. De boer krijgt alleen de volle mep als hij eersteklas melk levert. Dat werkt.”

Het Zwitserse bedrijf opereert al vanaf 1908 in China. Aanvankelijk importeerde het op kleine schaal gecondenseerde melk, omdat er in het Aziatische land nauwelijks melk werd gedronken. Maar toen in China eenmaal het idee ontstond dat Europeanen van melkproducten sterker en langer werden, ging de bevolking massaal aan de melk.

Daarom besloot Nestlé eind jaren tachtig als eerste buitenlandse bedrijf op grote schaal melkproducten te produceren voor de lokale markt met lokaal geproduceerde grondstoffen. Nestlé exploiteert er nu 21 productiecentra, waarvan drie grote zuivelfabrieken.

Eind jaren tachtig kocht Nestlé in Shuangcheng een kleine melkfabriek en het bijbehorende district en bouwde er samen met de lokale overheid een exclusief melkdistrict mee op van 3.000 vierkante kilometer.

In 1990 werden de eerste producten geproduceerd in een nieuwe fabriek. Het melkdistrict bestaat nu uit 344 dorpen en 80 melkcollectiecentra. In totaal zijn er 27.000 boeren in het district die 100.000 melkkoeien houden. In de zomerpiek haalt Nestlé er 1.500 ton melk per dag op.

Volgens Engwerda houden de Chinese boeren louter en alleen koeien voor de inkomsten. „In landen als India en Pakistan produceren de boeren 50 procent voor eigen gebruik. Hier gaat 100 procent van de opbrengst naar de verkoop.”

Dat betekent volgens de Nederlander ook dat, wanneer de melkprijzen laag zijn, de boeren geneigd zijn om te stoppen. Vooral nu de prijzen voor soja en maïs, die wordt gebruikt als veevoer, stijgen, dreigt het gevaar dat de boeren hun motivatie verliezen wanneer die kosten niet worden gecompenseerd in de prijs. „Drie weken geleden kondigde de overheid in Peking aan dat producenten van vloeibare melkproducten in bepaalde provincies toestemming moeten vragen voor prijsverhoging. Dat geldt nog niet voor onze producten, maar hoogstwaarschijnlijk zal dat niet lang meer duren.”

Vooralsnog draait Nestlé Shuangcheng goed. Jaarlijks verkoopt het voor meer dan 200 miljoen euro aan zuivelproducten in de Volksrepubliek. Het bedrijf pompt dagelijks meer dan 300.000 euro in de lokale economie in de vorm van melkgeld, grondstoffen, belastingen en salarissen.

In de fabriek van Nestlé even buiten de stad Shuangcheng werken 920 werknemers. De fabriek herbergt een opleidingscentrum voor boeren, kinderopvang, en een eigen waterzuiveringsinstallatie.

In de fabriek staan enorme roestvrijstalen tanks waarin de melk terechtkomt zodra het door de melkwagens is afgeleverd. De melk wordt gedeeltelijk ontroomd en gestandaardiseerd, en vervolgens wordt in twee stappen het water uit de melk verdampt. Het droge product wordt daarna nog gemengd met diverse andere ingrediënten en ten slotte verpakt in zakken of blikken.

Engwerda legt uit dat de verse melk in de laboratoria van de fabriek uitgebreid wordt getest. „Vinden we een afwijking dan gaan we terug naar het collectiecentrum om te achterhalen welke boer verantwoordelijk is voor de afwijking. Door kortingen in het melkgeld en door training en begeleiding zijn de kwaliteit van de melk en de inkomsten van de boeren gigantisch verbeterd”,aldus Engwerda.

Volgens de Nederlander onderscheidt Nestlé zich hiermee van Chinese zuivelondernemingen die vaak alle melk, ongeacht de kwaliteit, accepteren. Om de boeren kwaliteitsbewust te maken komen elke dag dertig van hen naar een trainingscentrum dat naast de fabriek ligt.

„In het verleden reageerden boeren agressief wanneer we hun melk afkeurden. Nu ze met eigen ogen zien hoe wij de kwaliteit bepalen, accepteren ze normaal gesproken de uitslag van het onderzoek”, zegt Theo Engwerda.

    • Bettine Vriesekoop