Wie is er bang voor Basic Instinct?

Theater Nachtwake van Lars Nóren, door de Paardenkathedraal. Gezien 6 maart Paardenkathedraal Utrecht. Aldaar en op tournee t/m 31 mei. Info 030-2711414 of www.paardenkathedraal.

Twee echtparen in een lange ruzienacht, zuipen en ontmantelen elkaar met harde waarheden. Het toneelstuk Nachtwake (1983) is een van de vele variaties die de Zweedse schrijver Lars Norén maakte op Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee.

Hij varieert ook op zichzelf: net als in Demonen (1982) vindt de familieruzie plaats rondom de urn van moeder die net is gecremeerd. En net als in Demonen gaat de urn in scherven. Symbolisch hè, zo’n rommeltje. Alles wordt overhoop gehaald en stukgemaakt, in de hoofden en in het decor. Eigenlijk bestaat er geen hedendaags toneelstuk waarin het decor wel ongeschonden het einde haalt.

Met Sigmund Freud is ook het psychologische toneel enigszins uit de mode geraakt. Norén doet in ieder geval hopeloos ouderwets aan in deze Nachwake, opgevoerd door de Paardenkathedraal. Hij stopt veel te veel problemen in zijn stuk, hij legt alles minstens drie keer uit, en hij laat alles structuurloos dooremmeren. Alcoholisme, scheiden, uitgebluste huwelijken, kinderverwaarlozing, incest, overspel, moederbinding, broedertwist. En dat alles tot in het derde geslacht, want Norén en Freud geloven in de erfzonde.

Regisseur Paula Bangels duikt er echter fris en diep in. Ze plaatst haar vier jonge Vlaamse acteurs in een realistische, gedetailleerde seventies huiskamer. Drie van hen deinzen niet terug voor hevig ingeleefd acteren. Alleen Eva van der Gucht kent de tragische werking van het ingehouden spel, maar dat past ook bij haar rol. Verder geen ironie of cerebrale afstandelijkheid, en dat is maar goed ook, want dan zou er weinig overblijven van Norén. Gejank en geschreeuw en dronkemansgewaggel; als je het zo schaamteloos dik erbovenop legt, heeft het wel weer wat. En wie niet van steen is, wordt in deze stortvloed van relatieproblemen toch ergens op de lange avond wel geraakt.

Actrice Katrien de Becker, als de mooie vrouw die door haar man wreed wordt versmaad, doet iets wat eigenlijk helemaal niet mag: ze trekt alle aandacht naar zich toe, ook als een ander aan het woord is. Onder haar aantrekkelijke gele jurkje heeft ze geen onderbroek aan, wat nogal afleidt, vooral als ze even gaat verzitten (Virginia Woolf meets Basic Instinct).

Daarnaast put zij zich uit in humoristisch stil spel, met de motoriek van een schoonheid die steeds meer moeite heeft om haar elegante modellenposes op te houden. Een soort ‘Stepford Wife’ met een schroefje los. Uit een stoel komen, een tosti maken; overal maakt De Becker een uitgebreide slapstick-acts van, waardoor hele lappen tekst van Norén het raam uit gaan. Tegen de regels, maar wel leuk.