tijdens de boekenweek

Louis Couperus: Van oude menschen, die dingen, die voorbijgaan

Je krijgt altijd bij de kaartjes van het boekenbal iets extra’s meegestuurd. Deze keer waren ze verborgen in een bonbondoos waarin ook een flesje bodycrème zat of schoonheidscrème of huidsmeer, wat het verschil is weet ik niet precies. Van ezelinnenmelk. Ik hoor tot de doelgroep van het thema van deze boekenweek, ik word in juli 64, het thema is ‘Van Oude menschen…De derde leeftijd en de letteren.’ Erg is het allemaal niet, het thema is nooit erg, vorige keer was het ‘humor’ en daarvoor ‘de dood’, geloof ik.

Het is raar maar je vergeet die thema’s gelijk weer. Ik wil al jaren een illegale loterij beginnen waarbij je kunt inzetten op het thema van volgend jaar. Mijn gok voor 2009 zou zijn: ‘het paard in de letteren’ of ‘geile wijven in de literatuur’. De winnaar krijgt een bokaal van het CPNB.

Ik ga graag naar het boekenbal, een jaar overslaan is geen optie. Het is kermis en tranendal tegelijk, wie daar niet bij wil zijn is gek. Niet alle schrijvers krijgen automatisch een kaartje, er is een zwaar tekort. Uitgevers geven kaartjes aan belangrijke schrijvers en aan schrijvers die recent iets hebben gepubliceerd. Ik hoor natuurlijk al jaren tot de eerste categorie, maar zorg er toch altijd voor ieder jaar ongeveer een maand voor of na het bal iets te publiceren. Je weet maar nooit.

Belangrijke schrijvers komen tussen 20.00 uur en 20.25 binnen, dan is het echt dringen geblazen, want iedereen wil op het Journaal. Vorig jaar stond de bekende romanschrijver Paul Witteman achter me en vlak voor me de eveneens beroemde dichter en veelschrijver Bram Peper.

Bij de ingang staat altijd Tonko Dop die je een vraag stelt. Deze keer reken ik op de vragen: ‘hoe oud ben je?’ of ‘wanneer publiceerde Couperus Van Oude menschen en de Dingen die voorbij gaan?’ ( 1906, ik heb het opgezocht). My finest hour was toen ik jaren geleden bij het thema ‘Geschiedenis’ wist wanneer Bonifatius bij Dokkum werd vermoord (754). Het kwam eruit voor ik er erg in had.

Verder is het allemaal hetzelfde als overal bij een groot feest: kijken en bekeken worden. Zoenen en gezoend worden. Op tijd de toiletten bezoeken en een lach op je gezicht houden. Hopen op een fikse rel. Zeggen dat die of die een waardeloos boek geschreven heeft en hem of haar een minuut later flink omhelzen. Hee, ben jij er ook, long time no see! Vorig jaar namen we een taxi naar huis. Negentig euro! Dit jaar maar de nachttrein.

Kees ’t Hart