Sussen crisis is test voor heel Zuid-Amerika

Nieuwsanalyse

Voor heel Zuid-Amerika wordt het een belangrijke test of het lukt de crisis in de Andes snel te sussen.

Hoewel Latijns-Amerikaanse landen wel vaker ruziemaken, lopen de spanningen zelden zo hoog op als nu tussen Ecuador, Venezuela en Colombia. Na de Colombiaanse aanval op een FARC-kamp op Ecuadoriaans grondgebied, zaterdag, hebben Ecuador en Venezuela troepen naar de grens gestuurd. De Venezolaanse president Chávez, een ideologische bondgenoot van de marxistische FARC, sloot zijn grens met Colombia zelfs.

In een poging de crisis te bezweren noemde de Organisatie van Amerikaanse Staten de aanval woensdag een schending van Ecuadors ‘soevereiniteit en integriteit’. De regionale vergaderclub staat in Latijns-Amerika als tandeloos te boek, omdat ze sterk onder invloed van de VS staat. Veroordeling van Colombia, Washingtons belangrijkste bondgenoot in Zuid-Amerika, bleef dan ook uit.

Toch was de resolutie relatief kritisch. Hiervoor was gelobbyd door de linkse landen in de regio – voorop Brazilië dat een buurland van Colombia is en een soortgelijke aanval evenmin zou accepteren. Bovendien werpt de Braziliaanse president Lula zich graag op als regionale leider – een succesvolle bemiddeling zou deze rol versterken. Door zich hard op te stellen, maakte Lula zich voor Ecuador en Venezuela wellicht acceptabeler als bemiddelaar.

Dat krediet zal Lula nodig hebben, want de crisis is nog niet lang bezworen. Nadat Venezuela en Ecuador maandag de diplomatieke banden met Bogotá verbraken, deed het links geregeerde Nicaragua gisteren hetzelfde. En met de bezoekende Ecuadoriaanse president Correa naast hem zei Chávez dat de handel met Colombia zal ‘instorten’. „We kunnen niet langer op Colombia vertrouwen, zelfs niet voor een korrel rijst.”

Vanaf vandaag zijn de regionale regeringsleiders bijeen binnen een ander overlegforum, de Rio Groep. De crisis in de Andes is het belangrijkste agendapunt en wordt een test voor het continent. In betere tijden onderstrepen de Latijns-Amerikaanse leiders graag dat ze de andere landen op het continent als broedervolken beschouwen. Mede op initiatief van Chávez zijn samenwerkingsverbanden en handelsblokken opgericht of nieuw leven ingeblazen. Voor meer welvaart. En om tegenwicht te bieden aan de aloude invloed van de VS.

Zo groeiden ook tussen Ecuador en Colombia, en vooral Colombia en Venezuela, de economische banden de afgelopen tijd sterk. Alleen al hierom is het in het in niemands belang oorlog te voeren of de handel langdurig te staken.

In Venezuela bijvoorbeeld zijn sommige levensmiddelen en luxegoederen door allerlei economische problemen al steeds moeilijker te krijgen. Colombia is een belangrijke leverancier van zulke producten. Het ongenoegen over de tekorten was een van de redenen dat Chávez vorig jaar een referendum verloor en hij binnenlands nu zwakker staat dan ooit.

Dit laatste is voor Chávez echter ook reden de ruzie op te voeren. „Chávez probeert Colombia als een vijand te presenteren, om op deze manier aan nationalistische gevoelens te appelleren en zo de volkssteun terug te winnen die hij zo aanzienlijk verloor”, zei generaal b.d. Baduel, een voormalig rechterhand van Chávez deze week tegen BBC Mundo.

Ook voor Uribe geldt dat hij afleiding van binnenlandse problemen kan gebruiken. Hij werd in 2006 nog met gemak herkozen toen kiezers, vooral die in de stad, hem beloonden voor het veiliger maken van hun land. Maar afgelopen jaar laaide het ‘parapolitico’-schandaal op. Volksvertegenwoordigers van Uribes partij en leden van zijn kabinet bleken banden te hebben onderhouden met extreemrechtse paramilitairen.

Toch zijn er ook voor Uribe genoeg redenen snel een oplossing te vinden. Ten eerste is Venezuela na de VS zijn belangrijkste handelspartner. Verder moet hij uitkijken dat hij, als een van de weinige rechtse presidenten op het continent, niet nog meer geïsoleerd raakt. Zijn vicepresident reageerde gisteren dan ook kalmpjes: „Ik denk dat er geen oorlog komt. De Colombiaanse regering is heel duidelijk dat ze geen geweld zal gebruiken.”

Correa heeft sinds zijn aantreden in 2007 in zijn relatie met Colombia behoorlijk moeten schipperen. Er bestaat in zijn land onvrede over de vele Colombiaanse vluchtelingen. En aan de noordgrens klaagt men dat het gif waarmee Colombia de cocavelden in de grenssteek besproeit, ook Ecuador schade toebrengt. Mede hierom loste Correa zijn campagnebelofte in dat de Amerikanen na 2009 niet langer welkom zijn op een Ecuadoriaanse militaire basis, die ze intensief gebruiken bij hun oorlog tegen drugs in Colombia. Nu zijn grondgebied is getroffen door een luchtaanval – waarbij Amerika het Colombiaans leger mogelijk hielp – moet hij wel fel reageren.

De bemiddelaars moeten zien recht te doen aan de woede van Correa. Dit in de hoop dat hij zich niet langer zal laten meeslepen op het pad van escalatie dat Uribe en vooral zijn bondgenoot Chávez tot nu toe bewandelen.

    • Merijn de Waal