Rechter verdeelt Kamer

Kamerleden leverden gisteren openlijk kritiek op het oordeel van de rechter in de zaak rond een doodgereden tasjesdief. Waar liggen de grenzen van de scheiding der machten?

Wat zou er gebeuren, zegt D66-leider Alexander Pechtold, als alle Kamerleden bij de rechter op de tribune zouden gaan zitten, om dan commentaar te leveren op de uitspraak? „Het ene Kamerlid wil zes jaar, het andere vrijspraak. Geen burger weet meer waar hij aan toe is.”

Gisteren was Rita Verdonk, partijleider van Trots op Nederland, met zes bodyguards aanwezig op de Amsterdamse rechtbank. Ze stond daar Germaine C. bij, die in 2005 een tasjesdief doodreed. Want Verdonk vindt het een schande dat mensen die „hun bezit verdedigen vogelvrij worden verklaard”. Verdonk bekritiseerde ook de opgelegde werkstraf: ze had liever vrijspraak gezien. De PVV vond de uitspraak „verschrikkelijk”. De partij vroeg vorige week om „een lintje” voor Germaine C.

Voor Pechtold is het optreden van Verdonk aanleiding voor het aanvragen van een spoeddebat over de scheiding tussen politieke en rechtelijke macht. Uitspraken zoals die van Verdonk leiden volgens hem tot „een aantasting van de rechtszekerheid”. Ook GroenLinks-leider Femke Halsema vindt dat politici zich ver moeten houden van kritiek op rechterlijke besluiten.

Onzin, zegt de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht Tijn Kortmann. Er is in het staatsrecht geen enkele regel, geschreven of ongeschreven, die commentaar van politici op individuele rechterlijke uitspraken verbiedt. Een politicus mag een uitspraak niet proberen te beïnvloeden, zegt Kortmann. Maar kritiek leveren op de straf valt daar wat hem betreft zeker niet onder, zelfs niet als de zaak nog bij de rechter in behandeling is.

Niet alle politici zijn zo terughoudend als Halsema en Pechtold zouden willen. Je ontkomt er niet aan dat je aan het maatschappelijk debat meedoet, zegt CDA’er Sybrand van Haersma Buma.

Volgens Kamerlid Ton Heerts (PvdA) mogen politici best hun mening over rechtszaken geven, zeker over „gevoelige kwesties” als deze, die „heftige emoties in de samenleving oproepen”. Voor Heerts is het essentieel dat een politicus wacht tot de rechter uitspraak heeft gedaan. „Het recht moet zijn loop hebben.”

Juist omdat Verdonk als minister al duidelijk maakte dat de automobiliste niets te verwijten was, vond Heerts haar prominente aanwezigheid in de rechtszaal „ongepast”. Dan kom je volgens Heerts dicht in de buurt van het beïnvloeden van de rechter.

[Vervolg RECHTSPRAAK: pagina 3]

RECHTSPRAAK

Verdonk begrijpt ophef niet

[Vervolg van pagina 1] „Sommige parlementariërs vinden dat ze een doorgeefluik voor straatrumoer zijn”, zegt Halsema. Maar politici die zo reageren miskennen hun macht en verantwoordelijkheid. „Je bent niet een burger die zo maar wat roept.” Wat een Kamerlid doet, heeft gewicht.

Kamerlid Fred Teeven (VVD) was vijftien jaar officier van justitie. ,,Ik heb geen commentaar op wat Verdonk heeft gedaan, maar het is niet mijn stijl. Ik zou het als officier buitengewoon onprettig hebben gevonden als er politici hadden gezeten. Het heeft geen enkele meerwaarde, en het is vooral ter meerdere glorie van de politicus. Je kunt je medeleven ook betuigen door te bellen, of door interviews te geven.”

Als een Kamerlid of minister kritiek heeft op een rechterlijke uitspraak, dan voelen rechters dat als druk, zeggen Halsema en Pechtold. Deze „elementaire grens” wordt de laatste jaren steeds vaker overschreden, vinden zij. Ze zien ook bij de VVD en het CDA de neiging om zich verbaal te mengen in lopende rechtszaken.

CDA’er Van Haersma Buma, die eerder zijn ongenoegen uitsprak over de gedeeltelijke vrijspraak van de Hofstadgroep heeft toch kritiek op Verdonk. Vooral omdat het niet duidelijk is wat ze met haar kritiek wil. Een Kamerlid dat vindt dat de wet niet goed is, of niet goed door de rechter wordt uitgelegd, moet daar met wetgeving verandering in brengen. Maar wat Verdonk precies wil is volgens hem onduidelijk: „Ik zie haar geen wet maken waarin staat dat als iemand je tasje afpakt, dat je die dan dood kan maken.”

Andere Kamerleden delen die ergernis over het symbolische gehalte van Verdonks optreden. Als Verdonk vindt dat eigenrichting milder bestraft moet worden, zegt Pechtold, „laat haar dan eens een keer naar de Kamer komen om een wetsvoorstel in te dienen”.

Verdonk zegt niets te begrijpen van de ophef over haar bezoek . „Ik ben volksvertegenwoordiger”, zegt ze. „Dan moet je weten wat er in het land leeft. Dit is een zaak die heel veel mensen beroert. Het was een openbare zitting. In díe zaal gebeurde het, op dat moment. En daar zou ik als parlementariër niet bij kunnen zijn?” Een wetsvoorstel dient ze niet in.

    • Derk Stokmans
    • Sandra Heerma van Voss