Ober! Ober! Graag één prik in de rug

Nieuw: binnen een uur een ruggeprik als een bevallende vrouw daarom vraagt.

Dat zegt iets over een veranderende zorgcultuur. Maar het is ook risicovol.

Een ruggeprik. Foto Hollandse Hoogte/Dolph Cantrijn Hollandse Hoogte

Vrouwen die tijdens hun bevalling de pijn ondraaglijk vinden, moeten binnen een uur goede pijnbestrijding krijgen. En het pijnstillende middel moet bij voorkeur via een ruggeprik worden toegediend.

Voor Nederland is deze aanpak volstrekt nieuw. De regel is nog niet ingevoerd, maar staat in de concept-richtlijn ‘Pijnbehandeling tijdens de bevalling’. Het concept circuleert onder de beroepsorganisaties van gynaecologen, verloskundigen, anesthesiologen, ziekenhuisapothekers en huisartsen. De komende maanden moeten ze hun commentaar leveren.

Commentaar, kritiek zelfs, zal er zeker komen, want een ruggeprik is het werk van de anesthesioloog. Die werkt in het ziekenhuis. Een barende vrouw die goede pijnstilling wil, moet dus in het ziekenhuis bevallen. Dat ondermijnt de Nederlandse traditie van thuisbevallen.

De Nederlandse verloskunde is nog helemaal niet voorbereid op vrouwen die om een ruggeprik kunnen vragen. Eén op de tien bevallende vrouwen krijgt in Nederland pijnstilling met een ruggeprik. In België is dat 70 procent en in de Verenigde Staten 60 procent. In Nederland biedt nog niet de helft van de ziekenhuizen de mogelijkheid om 24 uur per dag, 7 dagen per week een ruggeprik toe te dienen.

Er is dan niet voortdurend een anesthesioloog ‘in huis’ en die specialist laat zich dan ook niet binnen een uur oproepen. In Vlaanderen bevalt minder dan 1 procent van de vrouwen thuis. In Amerika is het minder dan 2 procent; in Nederland 30 procent. Veel meer dan 30 procent van de zwangeren hebben overigens de intentie om thuis te bevallen. Ruim 15 procent gaat na het begin van de weeën alsnog naar het ziekenhuis vanwege dreigende complicaties.

Die cijfers staan in de concept-ruggeprikrichtlijn. De richtlijn telt tientallen conclusies en aanbevelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek naar pijn en pijnbestrijding tijdens de bevalling. Maar de voor zwangeren belangrijkste aanbeveling (‘wie er om vraagt krijgt binnen een uur een ruggeprik’) is eigenlijk alleen ingegeven door waargenomen maatschappelijke veranderingen.

‘De huidige generatie vrouwen met kinderwens verlangt zeggenschap over de wijze waarop zij haar kind ter wereld brengt’, staat in de richtlijn. ‘De veranderingen in het gezondheidszorgsysteem van aanbodgerichte naar vraaggerichte zorg spelen hierop in. Het krachtenveld tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgconsumenten verschuift.’

De werkgroep verwacht dat steeds meer vrouwen adequate pijnbestrijding willen, dat ziekenhuizen en verzekeraars de klant tevreden willen stellen, waardoor het onontkoombaar lijkt om de ruggeprik op afroep toe te dienen.

Tot nu toe was de ruggeprik in Nederland alleen mogelijk na het vaststellen van de medische noodzaak ertoe. De conceptrichtlijn stelt dat er voor de medische indicatie geen harde criteria bestonden. En die zijn ook niet te verzinnen. Vooral omdat pijn subjectief is. Een verloskundige of dokter kan ook maar moeilijk inschatten wat in een bepaalde situatie het medische voordeel van pijnbestrijding is. Pijnbestrijding kent namelijk ook bijwerkingen.

Het moeilijke probleem van de medische indicatie veegt de werkgroep met één zwaai van tafel. In de nieuwste Amerikaanse richtlijn staat: ‘Als er geen medische contra-indicatie is, is het verzoek van de barende een voldoende medische indicatie.’ Dat neemt de werkgroep over.

En daarmee krijgen Nederlandse zwangeren er een probleem bij. De richtlijn schrijft voor dat zwangeren al vroeg voorlichting over de voor- en nadelen van de ruggeprik krijgen. Zodat ze zelf kunnen beslissen over hun pijnbestrijding. Maar dat is niet makkelijk.

Wie tijdens de bevalling de eigen pijn wil verlichten, introduceert de kans op een reeks bijwerkingen en complicaties: langer persen, een grotere kans op een vacuüm- of tangverlossing, een te lage bloeddruk, plasproblemen en koorts. Dat laatste kan weer gevolgen hebben voor de pasgeboren baby. Want als die temperatuurverhoging als een infectie wordt geïnterpreteerd verdwijnt de baby al snel naar de afdeling neonatologie en krijgt antibiotica.

Wie de richtlijn leest krijgt het idee dat de vraag om pijnstilling veel te maken heeft met tijdgebrek. Een barende vrouw die tijdens de hele bevalling wordt bijgestaan door een ervaren kraamhulp heeft vaker een ongecompliceerde bevalling, heeft minder vaak pijnbestrijding nodig en is achteraf tevredener over haar bevalling. Het is een conclusie op grond van het meest gedegen onderzoek dat de richtlijn kent. Maar de bijstand tijdens de hele bevalling is in de tegenwoordige kraampraktijk ongebruikelijk.

Lees het concept van de richtlijn via nrcnext.nl/links