Nummer 10

Francesc Fabregas – hij heeft liever dat we hem Cesc noemen – is pas twintig maar hij voetbalt als een routinier. Je kijkt en kijkt, maar begrijpen is er haast niet bij. Hoe iemand op deze leeftijd zo goed weet wat te doen en wat niet te doen; hoe iemand op de spannendste momenten de oplossing van het zuivere voetbal durft te zoeken, het is een raadsel. Draaiend en trappend met de snelheid van Playstation en dan toch die bakkebaarden met een zweem van rock ’n roll: Cesc Fabregas is een tijdloos fenomeen.

Zijn jeugdheld was Josep Guardiola, de opbouwer van Barcelona uit de jaren negentig. Begrijpelijk, Fabregas komt zelf voort uit die club, hij speelde er tot zijn zestiende. Net als Guardiola loopt Fabregas graag op de as van het veld, je kunt er alle kanten op, de bal is nooit ver weg. In navolging van Guardiola draagt hij rugnummer 4. De Catalanen Guardiola en Fabregas werden opgeleid bij de jeugdopleiding van Barcelona, ze braken vroeg door en ja, dat is een verschil natuurlijk, Guardiola bleef zijn club vele jaren trouw terwijl Fabregas zijn sublieme passes alweer vier jaar verstuurt namens Arsenal.

Zijn vroege vertrek naar Londen schijnt van doen te hebben gehad met wettelijke beperkingen in Spanje om jonge knapen als hij te kunnen contracteren. Hoe dan ook, in het kosmopolitische ensemble van Arsenal speelt Fabregas de dirigent en hij zegt dat hij er nooit meer weggaat. Zijn hele loopbaan met ‘4’ op de achterkant van een rood shirt is alles wat hij wil. Laat dat zo zijn – hij doet mij eerder aan een nummer 10 denken. Guardiloa speelde voor zijn verdediging, Fabregas doet het meer naar voren, achter de spits. Daar herhaalt hij het spelletje wat Ajax’ nummer 10 Jari Litmanen halverwege de jaren negentig speelde, maar dan veel sneller. Het spelletje tussen de linies.

Het moderne voetbal wordt tussen de linies gespeeld en daarin is Fabregas de jonge meester. In het gebied tussen aanval en middenveld verwisselt hij telkens van gedaante. Vijandelijke verdedigers lokt hij naar zich toe, op het middenveld, en even later verleidt hij middenvelders tot een bezoekje aan hun eigen verdediging, waar ze niet gewenst zijn. Dinsdag speelde Fabregas als spil in de draaikolk die Arsenal heet zijn tegenstanders helemaal dol. De ervaren, haast bejaarde ploeg van AC Milan kon lang meekomen en gaf toen op. De dertigers in San Siro hapten naar adem, je kon hun ledematen horen kraken als de tieners en twintigers van Arsenal voor de zoveelste keer aanzetten tot een wervelende rush.

Fabregas scoorde vanuit zijn geliefde terreintje achter de aanval met een heerlijke lange trap. Het nekschot van de nummer 10, die hij eigenlijk is.

    • Auke Kok