Mooi, hoofs en vruchtbaar

Ze was tweemaal koningin, tienmaal moeder, ze zat vijftien jaar in het gevang en twee van haar zonen werden koning. Een meeslepend geschiedenisboek over Eleonore van Aquitanië.

Ongedateerde gravure van Eleonore van Aquitanië Aliénor d'Aquitaine (1122-1204), reine de France et d'Angleterre. Gravure, B.N.F. RV-430779 ROGER-VIOLLET

Guus Pikkemaat: Eleonore van Aquitanië 1122-1204. Een bijzondere vrouw in het zomertij der middeleeuwen. Aspekt, 607 blz. € 29,95

Niemand vond het nodig om de geboortedatum te noteren van de jonge hertogin Eleonore van Aquitanië, maar het jaar moet 1121 zijn geweest. Het hertogdom van haar vader, een gebied zo groot als Nederland in het vruchtbare zuidwesten van Frankrijk, mocht dan een spilleleen zijn, een landheerlijkheid waarbij vrouwen recht van opvolging hebben, ook daar genoten mannelijke nazaten de voorkeur.

Eleonore van Aquitanië, onderwerp van een boek van de historicus Guus Pikkemaat, zou al op haar 15de haar vaders hertogstitel erven. In haar lange leven zou ze echtgenote zijn van achtereenvolgens een Franse en een Engelse koning en het leven schenken aan twee latere koningen. Door haar schoonheid, hoge positie en haar reputatie als beschermster van de dichtkunst, zou zij de belichaming worden van de middeleeuwse bloeiperiode die men later de hoofse cultuur noemde. Zij speelde een belangrijke rol in de verspreiding van die cultuur over de Europese hoven.

De cultuur van hoofsheid ontstond aan het einde van de 11de eeuw in het welvarende land tussen Loire, Pyreneeën en Centraal Massief, waar men een taal sprak die we kennen als langue d’oc. Het milde klimaat, de gunstige ligging ten opzichte van het Moorse en joodse Spanje en de sterk toegenomen luxe droegen bij aan de ontwikkeling van deze bij uitstek hofcultuur. Pikkemaat besteedt terecht ruime aandacht aan Eleonore’s grootvader, hertog Willem IX van Aquitanië (1071-1126), de eerste Europese dichter van wie we weten dat hij in de volkstaal schreef.

Aanvankelijk was Willems poëzie nog vrolijk en scabreus, maar na zijn deelneming aan de kruistocht van 1101 komt daar verandering in. Het avontuur strandt in Anatolië waar de hertog vrijwel als enige overleeft. Bij zijn thuiskeer blijkt zijn poëzie een radicale omslag te hebben ondergaan. Niet langer pocht hij in schelmse verzen over zijn vrouwenjacht of verkondigt hij de ‘wet van de kut’ (’Pero dirai vos de con cals es sa leis’), voortaan richt hij zijn aandacht op een verheven, geïdealiseerde vrouwe. Het ‘bezitten’ heeft plaatsgemaakt voor het grotere genoegen van het verlangen. De ommekeer in het werk van de hertog zou het begin zijn geweest van de hoofse ideologie van elegantie, verfijning en hooggestemde ridderidealen. En belangrijker nog, van een andere waardering van de vrouw.

De suggestie die Pikkemaat wekt, als zou deze vroege troubadour min of meer eigenhandig de basis hebben gelegd voor de hoofse liefde en de daaruit voortvloeiende hofcultuur, lijkt mij iets te kort door de bocht, en doet waarschijnlijk geen recht aan de complexe achtergrond van dit veelbesproken verschijnsel. De overgeleverde gedichten zijn voor zover ik weet ook ongedateerd. Het boek heeft dan ook niet de pretentie, zoals Pikkemaat schrijft, om iets toe te voegen aan de historische wetenschap, maar wil het publiek in aanraking brengen met ‘een bijzondere vrouw in een bijzondere eeuw’.

Het Aquitaanse hof in Poitiers is al generaties lang een brandpunt van cultuur en wetenschap als Eleonore er haar opleiding krijgt; literatuur en muziek zijn er vast onderdeel van het onderwijs. Op haar 15de erft Eleonore de hertogstitel, trouwt de kroonprins van Frankrijk en als deze in de weken na het huwelijk zijn vader opvolgt, heerst het echtpaar over een gebied dat vrijwel heel Noord- en Zuid-Frankrijk omvat. De verschillen tussen de echtgenoten zijn groot. De Aquitaniërs zagen de noorderlingen als lompe barbaren; de noorderlingen op hun beurt vonden hun zuiderburen maar verwijfd en decadent.

Hoezeer het Parijs van die dagen ook mocht achterlopen, als centrum van geleerdheid was de stad internationaal vermaard. Vanuit heel Europa kwamen studenten naar de stad en magisters als Petrus Abelardus genoten er de status van popsterren. De edelvrouwen stroomden naar zijn colleges, al had hij hun niets meer te bieden dan zijn filosofie.

Jongleurs

Eleonore begint in Parijs meteen met grote voortvarendheid haar omgeving naar haar hand te zetten en obstakels uit de weg te ruimen. Als eerste moet de strenge koningin-moeder Adela het veld ruimen. De jonge koningin laat ridders, troubadours en jongleurs uit Aquitanië komen en ze vergroot de ramen van de sombere donjon waar het hof is gevestigd. Weldra ondergaat het hof een ware metamorfose. Voor het eerst kregen de hoge kringen te maken met de geest van het Zuiden, met een lichtzinniger levensstijl en met door muziek en poëzie opgeluisterde feesten.

In rake beelden en heldere taal schetst Pikkemaat de nieuwe omgangsvormen, de hoofse modes van hygiëne en goede smaak, pages die mastiek kauwen voor een frisse adem; de frivole gezelschapsspelletjes waar gretige handen op intieme plaatsen verzeild raken – en de moeite die de vrome Lodewijk moet hebben gehad met zijn warmbloedige vrouw die zich niets gelegen liet liggen aan de kerkelijke waslijst van seksuele restricties.

De levensstijl van de jonge koningin wordt mode en de landsadel stuurt haar kinderen naar het hof voor een goede opvoeding. De hele stad raakt in de ban van de hoofsheid zodat een student die de stad bezocht kon schrijven: ‘O Parijs, wat wist jij te betoveren en verleiden. Het krioelde er van de aangename en hoffelijke mensen. [...] De straten waren vrolijk, het eten was heerlijk en de wijn weergaloos’.

Eleonore weet ook abt Suger van St. Denis, de adviseur van haar onbekwame echtgenoot buitenspel te zetten. Politiek gezien is dit een blunder. Het worden jaren van falende strafexpedities, dynastieke misgrepen en aanvaringen met de kerk. Na een rampzalige kruistocht, waarop Eleonore haar man vergezelt, vraagt ze de paus om dispensatie voor een huwelijksontbinding op grond van ‘te nauwe bloedverwantschap’, de traditionele scheidingsgrond voor de Europese adel waar iedereen min of meer verwant is.

Nog geen twee maanden later hertrouwt de hertogin met de tien jaar jongere Normandische hertog Hendrik Plantagenet die kort daarna de Engelse troon zal bestijgen. Voor de tweede maal is Eleonore koningin. Had ze met Lodewijk alleen twee dochters, met Hendrik krijgt ze drie dochters en vijf zonen. Twee zonen zullen koningen worden; de dochters trouwen koningen, hertogen en graven en nemen de hofcultuur van hun moeder mee naar de belangrijkste Europese hofkringen.

In de jaren van haar tweede huwelijk keert Eleonore steeds terug naar Aquitanië waar ze bescherming biedt aan grote troubadours als Crétien de Troyes en Bernart de Ventadorn. Ook nu komt van heinde en verre de jonge adel naar haar hof om zich te bekwamen in hoofsheid. Dat Hendrik zich minder gemakkelijk laat manipuleren dan haar eerste man, merkt Eleonore wanneer haar zonen in conflict komen met hun vader, die bij leven geen macht wil prijsgeven. Zij keert zich tegen Hendrik, en hij zet de inmiddels 51-jarige koningin gevangen in een donjon in het stadje Old Sarum, het latere Salisbury.

Voetstuk

Wat staat een biograaf te doen als zijn hoofdpersoon vijftien jaar in eenzaamheid opgesloten zit? Pikkemaat vervolgt het verhaal van Hendrik, zijn zonen, en hun eindeloze machtsspel, want het verhaal van Eleonore is onlosmakelijk verbonden met het verhaal van de mannen in haar leven. De 12de eeuw leerde weliswaar de vrouw op een voetstuk te plaatsen, maar met emancipatie had dit weinig te maken. Was Eleonore in haar eigen domeinen een zelfbewuste en bekwame heerseres, in het dynastieke schaakspel bleef ook een vrouw van haar formaat een zetstuk op het bord.

Pas na de dood van Hendrik komt Eleonore vrij, ze zou dan nog vijftien jaar leven; ze regeert, reist en ondersteunt haar zoon koning Richard. Na Richards dood wordt Jan zonder Land koning. Als Eleonore op ongeveer 82-jarige leeftijd sterft, en bij Koning Jan de waanzin lijkt te zijn doorgebroken, laat Pikkemaat ook de verhaallijn vallen van haar zoon, die acht jaar later een van de belangrijkste documenten uit de Europese geschiedenis zal ondertekenen, de Magna Carta – de eerste aanzet tot het inperken van de koningsmacht. De omslag die Eleonore’s zoon hier – uit pure onmacht – teweegbrengt, is zeker zo groot als de omslag in het denken van haar grootvader; dat zijn de grote verhalen die ik graag lees. Van mij had het boek nog wel wat dikker mogen zijn.

    • Jan van Aken