Marguerite Duras

Margot Dijkgraaf schrijft in haar recensie van Marguerite Duras` Cahiers de la guerre et autres textes/ (Zelfportret van een wild meisje, Cahiers 1943-1949), dat zij Un barrage contre le Pacifique (1950) een van haar indrukwekkendste boeken vindt. Jammer dat de recensente de dam die Duras` moeder ruïneerde om haar rijstveldjes te beschermen tegen de opkomende zeevloed in Noord-Cambodja situeert. De lemen dam,versterkt met hout uit de mangrove bossen, moest een stuk moeras beschermen dat zes maanden per jaar onder water stond. De `rijstveldjes` maakten deel uit van een landbouwconcessie aan de kust bij Kampot in het zuidwesten van Cambodja. Het was een gebied dat in de jaren twintig aan verarmde blanken werd gegeven, die geen grond meer konden verwerven in de Mekong-delta. De moeder van Duras liet daarvoor arbeiders komen die ze als koelies behandelde.

Al even curieus is Dijkgraafs mededeling dat Duras een `relatie met een Annamitische rijke koopman` had zoals beschreven in L`Amant. Inderdaad is de oer-minnaar een rijke Vietnamees, maar de term Annamiet (in strikte zin een onderdaan van het protectoraat Annam, i.e. Centraal Vietnam) is net zo`n pejoratieve aanduiding voor Vietnamees als `inlander` (indigène). Dat wist Duras ook en ze zou van hem in de roman een Chinees maken. De drie minnaars die in Duras` boeken over Indochina figureren zijn al problematisch genoeg. Daar hoeven anno 2008 geen anachronistische termen meer voor worden gebruikt.

    • John Kleinen Amsterdam