Lippenstift op de poster

Op de zwarte school is maar één jongen die geen homo wil spelen. Zijn weigering wordt verwerkt in het toneelstuk. „Ik bepaal zelf wel wie mijn vriendje wordt.”

Leerlingen van Scholengemeenschap Reigersbos bij de generale repetitie van hun voorstelling ‘ENGel’ Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 04-03-2008 'ENGel' Een Toneelstuk. Een samenwerkingsproject van Scholengemeenschap Reigersbos en Toneelgroep Amsterdam. Onder regie van : Karlijn Benthem. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Ze zijn 15, 16, 17 jaar oud en zitten in havo-4 of vwo-4 van Scholengemeenschap Reigersbos in Amsterdam Zuid-Oost. Ze heten Hozan, Safira, Maryam, Phylicia en komen uit Iran, Irak, Suriname, Curaçao – of hun ouders komen daar vandaan. Vandaag repeteren ze in het tekenlokaal op school – verfbakjes in de gootsteen, de tafels slordig aan de kant geschoven – de theatervoorstelling ENGel, een bewerking van Tony Kushners Angels in America, waarin homoseksualiteit, antisemitisme, aids, discriminatie en dood een belangrijke rol spelen.

Regisseur Karlijn Benthem: „Ik dacht wel even: ‘Poeh, moet ik dat wel doen? Waar ga ik allemaal tegenaan lopen?’”

Het is geen voor de hand liggende keuze voor een theatereducatieproject op een zwarte middelbare school. Hoe vertaal je de topzware thematiek naar de belevingswereld van tieners? En welke invloed heeft hun culturele of religieuze achtergrond op hun opvattingen over bijvoorbeeld homoseksualiteit? Maar het educatieproject van Toneelgroep Amsterdam op zes Amsterdamse scholen in verschillende stadsdelen is nu eenmaal gekoppeld aan festivalweek TamTam. En artistiek leider Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam programmeerde Angels in America.

Benthem: „Het is een prachtig verhaal, dus ik wist dat ik er veel uit zou kunnen halen. En ik werd ook wel heel benieuwd naar hun meningen over de thematiek. Toen heb ik me voorgenomen niet te gaan moraliseren. Ik wist: dan komt er geen voorstelling, dan ben ik weg.”

In lokaal 413 van de school repeteren vijftien leerlingen nu de laatste paar scènes van ENGel. Hozan Said is de aan aids stervende zakenman Roy. Hij ligt op zijn rug op een rij krukjes. Hij schokt, kronkelt een beetje, komt dan opeens weer overeind. „Pff.. djiezus.” Gegiechel bij de meisjes. Benthem, streng: „Dood spelen is heel moeilijk, hoor.” Dan zwaait de deur van het lokaal open. Twee grote zwarte jongens deinen binnen. Glimmende gympen, baggy pants. Enorme zwarte donsjacks benadrukken hun imposante omvang. Maar ze blijven netjes wachten bij de deur, tot het eind van de scène, en fluisteren dan „Juffrouw, juffrouw!” Het zijn jongens van de techniek die zich voor vandaag keurig komen afmelden. Juf Benthem is trots. „Die jongens zijn geweldig. Ze werken enorm hard.”

Tachtig leerlingen van het Reigersbos

zijn dankzij kunstcoördinator Manja Hazenberg sinds december bezig met deze productie. Ze doen de publiciteit, de techniek, bedienen straks de kassa, zijn zaalwacht, scenarioschrijver of acteur. Het project levert studiepunten op. Vorig jaar maakte de school een bewerking van Aischylos’ Oresteia. Ook geen lichte kost maar in deze omgeving misschien minder explosief. Benthem: „Ik wilde met alle leerlingen zo snel mogelijk een informatiemiddag organiseren zodra het stuk op school bekend werd. Want als ze het horen en ze gaan googlen, dan gaat het een heel eigen leven leiden.”

Voordat de thematiek op school bekend werd, ging Benthem inventariseren. Ramanda (16): „Dat deed ze heel slim. Wij wisten nog van niks en toen ging ze ons vragen stellen, zoals: ‘Geloof je in God?’ en ‘Wat vind je van homo’s?’” En wat antwoordde ze? „Gewoon, mijn mening.” Maar hoe luidt die? „Ik heb niks tegen homo’s.” Phylicia (17): „Het zijn hele lieve mensen.”

De leerlingen schrokken wel van het onderwerp. Stacey (17): „Toen juffrouw Karlijn het vertelde in de klas, begreep ik het eerst niet.” Adelaide (16): „Mijn tante riep: Wat leren ze jullie daar op school?”

Safira (15): „Voor de jongens was het eerst wel moeilijk. Ik weet ook niet of ik een lesbisch iemand zou kunnen spelen. Het staat toch een beetje ver van je af.”

De reacties van de andere kinderen op school vielen mee. Stacey: „De jongens zijn niet echt gepest ofzo. Eén iemand heeft lippenstift op de poster gedaan, en er ‘gay’ boven geschreven, maar dat was het eigenlijk.”

Benthem herinnert zich goed de gesprekken die ze met de leerlingen over het onderwerp had. „Eentje riep: ‘Homo’s bestaan niet!’ Ik stil. En toen: ‘In elk geval niet in de Bijlmer’.”

Sommige leerlingen vonden aids krijgen je eigen schuld, anderen waren ervan overtuigd dat homoseksualiteit een keuze is – hoewel niet noodzakelijk een verkeerde keuze. Inmiddels heeft het denken erover zich wel ontwikkeld, constateert de lerares. „Het is natuurlijk iets wat ze niet kennen. Soms hadden ze er überhaupt nog nooit over nagedacht. Door het praten erover, en natuurlijk het spelen, werd hun mening wel genuanceerder.”

Maar Herns Agyemang-Duha, die vorig jaar ook meespeelde in de bewerking van Oresteia, bleef erbij: hij wilde geen homo spelen. Benthem: „We hebben het er samen over gehad, maar hij wilde echt niet. Het kan zijn dat hij het niet stoer vond, of dat groepsdruk een rol speelde, ik weet het niet precies.” Benthem voelde niet de noodzaak hem te overtuigen. „Mijn eerste opdracht hier is niet die kinderen te leren over homoseksualiteit, maar om een goede voorstelling te maken. Als ik hem zou dwingen lukt dat niet. We hebben er nu samen voor gekozen zijn weigering te verwerken in de voorstelling.” Theater is er ook niet om regels of meningen voor te schrijven, vindt Benthem. „Juist niet. Het gaat erom dat zij creatief hun visie uiten – wat die ook is. Daarna kan je altijd nog over die mening discussiëren.”

ENGel is in de bewerking van Benthem een voorstelling geworden over keuzes maken. De vijf engelen die erin figureren willen de mensheid sturen. Maar de mensen op aarde – homoseksueel, getrouwd, gelovig of niet – pikken dat niet meer. Dat wordt verbeeld in een half-geïmproviseerde scène waarin de spelers in hun eigen woorden de zin „Ik bepaal zelf wel...” aanvullen. „Ik bepaal zelf wel wie mijn vriendje wordt”, zegt een mooi donker meisje met lange zwarte krullen en een kort zwart topje boven een strakke spijkerbroek. „.. Met wie ik omga”, zegt de Iraakse Hozan Said. „..Hoe ik me moet gedragen”. „Wat ik denk.” „Wie er doodgaat”. Even is het stil in de klas. Dan barst het gegier los. Juf Karlijn: „Jongens, even rustig nog, anders redden we het niet hoor, voor de generale.” Dan zet een jongen een liedje in: Baby don’t worry, about a thing.. De rest valt in: ‘Cause every little thing is gonna be allright. Gelach, gejoel, applaus.

„Ze hebben ongelofelijk veel geleerd

de afgelopen weken”, zegt Benthem. „Dat ze zo’n scène doodstil kunnen spelen had ik drie weken geleden niet gedacht. Deze kinderen zijn heel druk, luid, ze hebben geen ervaring met lange tekstscènes. Maar inmiddels kunnen ze hun energie beter doseren en zich veel beter concentreren. Dat is wel de winst van dit project.”

Het is ook deel van de opzet van het theatereducatieprogramma van Toneelgroep Amsterdam. Want al deze kinderen de Stadsschouwburg in krijgen is een illusie. Benthem: „Maar nu maken ze kennis met theater, terwijl dat van huis uit misschien niet werd gestimuleerd. Ze leren dat theater óók voor hen is, of kan zijn. En ook al worden ze misschien niet meteen toneelliefhebber, ze leren zich wel creatief te uiten en worden zelfverzekerder.”

Wat vinden de spelers zelf dat ze ervan hebben geleerd? Safira: „Serieus zijn. Dat was moeilijk, want ik hou van lachen.” Stacey: „Mijn geduld bewaren.” Adelaide: „Ik heb een keer gevochten met een meisje dat ook meedoet. Maar nu praten we gewoon met elkaar.”

En zullen ze hierna nu eerder naar theater gaan? „Wel naar dansmusicals,” denkt de een. Een ander overweegt een theateropleiding, dus die gaat al wel eens naar toneel. Maar Ramanda twijfelt: „Ik vind het leuker om te doen dan om naar te kijken.”

ENGel, Theater No Limit, A’dam, 7 maart, 16.30 en 20.00 uur. Meer op: www.toneelgroepamsterdam.nl

    • Herien Wensink