Liever headhunters dan grote schoorstenen

Geen ruimte voor fabrieken in de provincie Utrecht, wel voor de kenniseconomie. Op universiteitsterrein de Uithof moet het Science Park verrijzen.

Met een soort pallets is een noodkantoortuintje gebouwd, waar startende ondernemers hun laptop kunnen inpluggen. Het ziet er nu nog kaal uit in het Centrum voor Ondernemerschap en Innovatie (CvOI) op de Utrechtse Uithof. Er is voorlopig ruimte voor drie bedrijfjes. Maar over een paar maanden, als de verbouwing is afgerond, moet het er gaan bruisen, van de ideeën, van de jonge starters, van de wisselwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven. Het Science Park dat op de Uithof vorm moet krijgen, bundelt de twee voornaamste componenten van de Utrechtse economie: dienstverlening en kennisindustrie.

Met de provinciale economie gaat het goed: die groeide vorig jaar met 4,2 procent en 16.000 banen. Een record. Maar vooral door slechte bereikbaarheid daalt de Randstad, en daarmee Utrecht, sinds kort weer op de lijstjes van Europese topregio’s. Behalve voor wegen probeert de provincie Utrecht daarom ruimte te creëren voor innovatieve bedrijven.

Op economisch gebied heeft de provincie geen officiële taak. Het budget dat Utrecht ervoor heeft, is dan ook klein, 33,5 miljoen euro voor de komende vier jaar. Maar volgens gedeputeerde Jan Ekkers (VVD, Economie) heeft de provincie een overkoepelende rol. „We zijn een subsidiërende makelaar. We nemen initiatief voor projecten en houden daar toezicht op. Andere partijen, bedrijven, gemeenten, voeren het uit.”

Voor grote schoorstenen is in de provincie volgens Ekkers geen plek. „We hebben vijf nationale parken en er willen hier veel mensen wonen. Het is er te vol voor. We leggen ook niet zomaar nieuwe bedrijfsterreinen aan. Eerder renoveren we oude, zodat er meer bedrijven dichter op elkaar kunnen zitten, en proberen die beter bereikbaar te maken.”

De hoogopgeleide bevolking is een belangrijk deel van het kapitaal van de provincie. Die trekt vooral veel werkgelegenheid in de dienstverlening, ict en creatieve industrie aan. De regio grossiert in kleine ondersteunende kennisbedrijfjes, van bijvoorbeeld headhunters, adviseurs en softwaremakers.

Dat is een risicovolle groep, geeft Ekkers toe. Als het goed gaat met de economie, merkt Utrecht dat direct. Dan is het effect groter dan landelijk, zoals in 2007. Maar als het in de toekomst weer slechter gaat, zal de klap in Utrecht groter zijn. Want de headhunters en adviseurs zijn de eersten die eruit vliegen bij dalende inkomsten. Toch ziet de gedeputeerde het niet als een bedreiging. „Anders dan bij de productie-industrie hoeven we niet bang te zijn dat het werk verdwijnt naar lagelonenlanden.”

De Kamer van Koophandel van Midden Nederland mist nu juist op het gebied van de industrie de leiding van de provincie. Volgens interim-voorzitter Hans Zwarts laat Utrecht kansen liggen. „Met de nieuwe Wet Ruimtelijke Ordening krijgt de provincie meer ruimte om de regie te nemen. Dat doet ze op het gebied van groen en wonen, maar er is te weinig economische visie. Zo’n Science Park moet je zeker doen, maar er zijn ook nog andere sectoren dan de kennisindustrie.”

Het CvOI is de eerste invulling van het Science Park, dat in de ambitie van de provincie in 2015 60.000 vierkante meter bedrijfsruimte biedt. Op initiatief van de provincie werken gemeente, universiteit, medisch centrum en hogeschool samen aan een plek waar bedrijven en wetenschappers elkaar ontmoeten. Er loopt veel talent rond op de Uithof, maar dat moet de faciliteiten en kansen krijgen om benut te worden.

Een van de bedrijfjes die zich gevestigd hebben in het CvOI is Battle of Concepts. Het doet eigenlijk in het klein wat van de provincie in het groot mag gebeuren: een directe samenwerking opzetten tussen bedrijfsleven en onderwijs en wetenschap. Bedrijven zetten een probleem op de site van Battle of Concepts, waarna studenten en pas afgestudeerden een oplossing bedenken. De beste concepten worden beloond en uitgevoerd. Soms vloeien er zelfs banen voor de bedenkers uit voort.

Oprichter Joost Dekkers is blij met het CvOI. „Als er meer starters komen, breiden we ons netwerk uit en kunnen we elkaar helpen. Het is eigenlijk heel raar dat veel studenten vier jaar lang boekjes uit hun hoofd leren en daarna pas aan de gang gaan.” Zijn bedrijfje loopt goed, met klanten als Eneco, Fortis en ProRail. Hij heeft ook de provincie Utrecht benaderd om een ‘battle’ uit te schrijven, maar die heeft nog niet toegehapt.

Dit is de zesde aflevering uit een serie over de provincie Utrecht. Eerdere delen staan op nrc.nl/binnenland

    • Leendert van der Valk