Kom met een visie!

Vorige maand werd in het opiniestuk ‘Oprollen die Bende’ gepleit voor sanering en fusie bij literaire tijdschriften. Deze week opnieuw reacties. „Een vaste krantenrubriek voor literaire tijdschriften doet meer voor de literatuur dan drie ton subside.”

Geef literaire tijdschriften een publiek

Met de literaire tijdschriften gaat het niet goed. De redacties suggereren dat het op zich niet erg is dat de lezersaantallen dalen. De literaire tijdschriften zijn voorbestemd voor een marginale rol. Anderen adviseren de literaire tijdschriften te saneren en samen te voegen. Dit laatste bepleitte Karel Berkhout in het artikel Oprollen die bende (CS, 15 febr.) naar aanleiding van cijfers van het Nederlands Literair Productie en Vertalingen Fonds (NLPVF). Het fonds dat deze publicaties in leven houdt door een deel van het exploitatietekort te subsidiëren, organiseerde kort daarvoor een debat onder de omineuze titel Heeft het literaire tijdschrift nog een toekomst?

Sindsdien reageerden diverse redacties op de uitdaging van het Fonds en met name op Berkhouts knuppel in het hoenderhok. Wat opvalt is het ontbreken van enige vorm van visie om het tij te keren. Alle redacties die tot nog toe in het CS aan het woord kwamen (De Gids, Bunker Hill, Awater en Revisor) graven zich in en verdedigen zich door te wijzen op hun rijke historie en het belang van waar het allemaal om gaat: de literatuur. Het besef dat er naast de literaire incrowd ook nog een goed geïnformeerd en geïnteresseerd publiek bestaat, is er niet.

Het moment waarop het NLPVF de discussie aanzwengelt, is niet toevallig. Onlangs adviseerde de Commissie Cultuurprofijt (Sanders) aan minister Plasterk van OCW om een andere, meer op het bevorderen van ondernemerschap gerichte subsidiesystematiek te kiezen. Sinds staatssecretaris Rick van der Ploeg (’98-’02) realiseren steeds meer kunst- en cultuurmanagers zich dat zij een morele inspanningsverplichting hebben om hun maatschappelijk rendement te ‘optimaliseren’. Het lijkt alsof deze gedachte nog niet bij het NLPVF is ingedaald getuige een citaat van Tommy Wieringa op de NLPVF-website: „Een literair tijdschrift maak je niet alleen voor je plezier, maar vooral ook uit noodzaak. Ver verwijderd van dwangcategorieën als doelgroep en lezersonderzoek, om te laten weten hoe het zit met de wereld en hoe het nu eigenlijk echt hoort, dat schrijven.”

Ook de redacties van de literaire tijdschriften ontbreekt het aan een visie op cultureel ondernemerschap. De liefde voor de literatuur zal in een gezamenlijke aanpak aangevuld moeten worden met kennis van digitale promotie, alternatieve financiering, nieuwe vormen van distributie en culturele marketing. Daarbij kan inspiratie worden geput uit de wijze waarop andere artistieke bedrijfstakken met soortgelijke problemen omgaan. In de Wired van januari beschrijft David Byrne hoe de muzieksector kiest voor alternatieve distributiewijzen en verdienmodellen. Recente technologische ontwikkelingen hebben er enerzijds voor gezorgd dat platenmaatschappijen hun positie in de markt verliezen en anderzijds maken zij het mogelijk dat kunstenaars rechtstreeks met het publiek contact krijgen en zich zo promoten.

De poëziefestivals zijn uitverkocht, en in 2007 zijn er weer meer boeken verkocht. Het is tijd om de literaire tijdschriften opnieuw uit te vinden. Dat betekent niet dat er gewacht hoeft te worden op dure publieksonderzoeken. Begin meteen met wat kwalitatieve gesprekken met ex-abonnees. Een paar rondjes met enige tientallen afgehaakte lezers geeft al een aardig beeld waarom men afhaakt. Verder is het mogelijk om met het huidige product en een slimme online promotie de trend te stoppen. Aangezien het NLPVF in zijn nieuwe beleidsplan, dat half maart aan de minister en de Raad voor Cultuur wordt aangeboden, al aandringt op meer ondernemerschap zullen deze experimenten ongetwijfeld leiden tot een hoger rendement.

Menno Helling

Algemeen directeur van EM-Cultuur en uitgever van MMNieuws, vaktijdschrift voor ondernemerschap in de culturele en creatieve industrie.

Pleidooi voor een gulden middenweg

Als het waar is wat Karel Berkhout beweert in zijn artikel Oprollen die bende, namelijk dat de literaire bladen in 2006 gezamenlijk 4.473 abonnees hadden, dan is dat ongeveer het aantal dat De Revisor in zijn eentje in de hoogtijdagen rond 1978 bereikte. En als het ook waar is dat het Productiefonds 320.000 euro steekt in maar liefst twaalf literaire bladen, dan is het duidelijk dat de subsidiegever zich ernstig achter de oren moet krabben. Natuurlijk wil directeur Henk Pröpper niet voorschrijven „wat ze wel en niet moeten doen”, maar wel kan hij eisen stellen aan het aantal abonnees en verkochte exemplaren dat subsidie nog rechtvaardigt.

Wat mij betreft is het duidelijk dat „wat meer aan de weg timmeren” niet zal helpen. Bijlagen als ‘Boeken’ in NRC Handelsblad, ‘Cicero’ in de Volkskrant, ‘Republiek der Letteren’ in Vrij Nederland en ‘Dichters en Denkers’ in De Groene Amsterdammer maken dat geen lezer naast het overstelpende boekenaanbod behoefte heeft aan een literair tijdschrift. Dit is iets geworden voor de kleine groep van direct betrokkenen. Bijna alle verhalen en gedichten die in deze bladen verschijnen, vinden later hun plaats in bundels. Van belang lijken de literaire tijdschriften alleen voor debuterende auteurs.

Pfeijffer overdrijft dan ook enorm in zijn reactie op Berkhout: „Niemand die liefde heeft voor de literatuur, twijfelt aan het belang van de literaire tijdschriften. Daar wordt de literatuur van morgen geboren.”

Zijn pleidooi staat zo vol overdrijvingen dat ze per alinea weerlegd zouden moeten worden, waar geen beginnen aan is. Eéntje dan: hij vindt het ‘niet erg’ dat er van 140 op de 150 dichtbundels per jaar niet meer dan honderd exemplaren worden verkocht, want ‘poëziefestivals zijn uitverkocht’; alsof dat niet juist bewijst dat het daar helemaal niet om de poëzie, maar om de gezelligheid en het aapjes-kijken gaat.

Ik ben het meer met Berkhout eens, maar zijn argumenten deugen niet. Wie zegt dat „voor wie goed zoekt in de literaire tijdschriften genoeg moois valt te vinden” en het erna over „onleesbare artikelen” en „onleesbare verhalen” heeft, is niet consistent.

Laat de uitgevers die een literair tijdschrift willen voortzetten dat minder dan 1000 abonnees heeft, zelf voor de kosten opdraaien. Dus geen subsidie meer. Dit zal hen ertoe zetten te fuseren met een verwant tijdschrift, zodat ze gezamenlijk wel die 1000 halen. Van De Gids mogen we toch verwachten dat ze 1000 abonnees hebben. En als dat bij Tirade en De Revisor niet meer het geval is, jammer, dan zullen ze moeten fuseren. Dat zal een sterker, veel ‘noodzakelijker’ blad opleveren.

Paul Beers

Vertaler en oud-eindredacteur van De Revisor.

Recenseer de tijdschriften!

Waar is al die subsidie voor nodig? Ons taalgebied telt tientallen literaire tijdschriften die zich al jarenlang bedruipen zonder steun van het NLPVF – en die nog beter werk leveren ook. Een voorbeeld: het ongesubsidieerde periodiek Prado publiceert al decennia lang werk van de schrijver A.L. Snijders. Over zijn zeerkorteverhalenbundel (ZKV), getiteld Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk, schreef Pieter Steinz een jaar geleden in NRC Handelsblad dat het behoorde tot de „intrigerendste en best geschreven boeken van 2006.” Waaraan hij toevoegde: „Mea maxima culpa: ik had tot november nog nooit van Snijders gehoord.” Had Steinz Prado maar gelezen! Maar zelfs voor Snijders’ meesterwerk had hij eigenlijk geen tijd: „De ZKV’s van Snijders lagen al twee maanden op mijn stapel nog-te-lezen-boeken, en telkens legden ze het af tegen de actualiteit – van de nieuwe Möring tot de nieuwe Van Dis.” En hier wringt hem de schoen: de boekenredacties van kwaliteitskranten zouden veel meer aandacht moeten schenken aan het literaire veld en veel minder aan de booming bestsellermarkt. Een vaste rubriek voor literaire tijdschriften in een krant als het NRC zou meer voor onze literatuur kunnen betekenen dan drie ton subsidie van het NLPVF.

Frans H. Venema

Ex-uitgever Permafrost.

Zie voor de stukken van Karel Berkhout en de reacties van De Revisor, De Gids en Bunker Hill: nrc.nl/kunst

    • Frans H. Venema
    • Paul Beers
    • Menno Helling