In de klotsbak valt genoeg te beschermen

Nederland merkt vier gebieden in de Noordzee aan als natuurgebied. Is dat voldoende? „Straks ziet de zeebodem eruit als een woestijn!”

Altijd gedacht dat de Noordzee niet veel bijzonders was? Mis! Er wordt weliswaar veel gevaren en gevist en op de bodem liggen kabels en leidingen. Er staan boorplatforms en er wordt zand gewonnen. Er wordt bagger gestort en er wordt geoefend door Defensie. Maar de Noordzee is ook een „bijzonder gebied” met „unieke natuurwaarden” waarvoor bescherming nog niet te laat komt, aldus een rapport van het Wereld Natuur Fonds (WNF) dat maandag verschijnt.

WNF-onderzoeker Emilie Hugenholtz: „Voor veel mensen is de Noordzee een klotsbak. Terwijl er van alles gebeurt waar je bijvoorbeeld als duiker van kunt genieten.” Denk eens aan fraaie zandbanken met schelpen, en aan koralen. Bodems bezaaid met prehistorische zwerfkeien en kalkzandstenen torentjes. Talloze bijzondere vissoorten in de overgangen van zout en zoet water. Zeezoogdieren tot walvissen aan toe.

Nederland is druk doende natuurgebieden in de Noordzee aan te melden. Dit voorjaar worden er vier bij de Europese Commissie aangemeld, zodat die vallen onder Natura 2000, het netwerk van Europese natuurgebieden. Is vier genoeg? En wat betekent dat?

In 2005 verscheen van het vorige kabinet het Integraal Beheerplan Noordzee 2015. Daarin werd extra bescherming aangekondigd voor vier gebieden: een groot deel van de Kustzee, het Friese Front, de Klaverbank en de Doggersbank. Veel te weinig, vindt Hugenholtz: „Er zijn tien gebieden die het beschermen waard zijn. Alleen om politieke redenen zijn er slechts enkele uitgepikt.” Veel gebruikers van de Noordzee zijn bang dat de gebieden „op slot” gaan voor bijvoorbeeld visserij. „Maar dat klopt niet”, zegt Hugenholtz. „Het gaat er niet om gebieden te sluiten, maar om te bekijken welke natuurwaarden beschermd moeten worden en of bepaalde activiteiten hier nog mee samen kunnen gaan. Daarbij is het ook belangrijk vast te stellen wat alle activiteiten voor effect hebben op het leven in zee.”

Aan het besluit van 2005 lag onderzoek ten grondslag van onderzoeksinstituut Imares. De Kustzee „heeft plaatselijk een soortenrijke bodemfauna en is van groot belang voor zowel vogels, vissen als zeezoogdieren”, stelde Imares. Het Friese Front heeft „een soortenrijke bodemfauna”, en is van groot belang voor de roofmeeuwensoort grote jager en de zeekoet. De Klaverbank is belangrijk „door de afwijkende bodem (grind), specifieke begroeiing, bijzondere bodemfauna en bijzondere vogelwaarden”. De Doggersbank kent een „hoge biodiversiteit van de bodemfauna maar is ook van belang voor vogels en vissen”.

Naar enkele andere gebieden heeft Imares onlangs aanvullend onderzoek verricht. Het rapport wordt binnenkort openbaar. Hoofdonderzoeker Han Lindeboom vertelt dat er over deze gebieden onvoldoende bekend is om ze nu al tot reservaat te bombarderen. Over de Borkumse Stenen gaat het verhaal dat er zwerfkeien uit de voorlaatste ijstijd liggen met daartussen waardevol bodemleven. „Maar we weten daar te weinig van om klip en klaar te adviseren tot aanwijzing.” In het gebied Gasfonteinen kunnen zich de kalkzandstenen torentjes bevinden die ontstaan waar gas spontaan uit de zeebodem ontsnapt, maar die zijn tot nu toe niet aangetroffen. „En als we niets hebben, valt er niets te beschermen.”

Op de Doggersbank zijn ook plaatsen waar gas uit de bodem komt en zulke „schoorstenen” kunnen ontstaan. En dat, zegt de onderzoeker, zou reden kunnen zijn om dáár de bodemvisserij te verbieden. „Met de sleepnetten weet je immers zeker dat deze kalkstructuren worden vernietigd.” Ook de Bruine Bank is lastig als natuurgebied aan te merken als je niet precies weet hoeveel zeekoeten er zijn, en waar ze meestal zitten. „Je kan overwegen de grenzen van het gebied te verleggen.”

WNF en Stichting De Noordzee vinden dat ál deze gebieden beschermd moeten worden in een samenhangend netwerk. „Zo kun je herstel verwachten van de biodiversiteit op de hele Noordzee”, zegt Hugenholtz. „Anders ziet misschien straks de bodem van de Noordzee er uit als een woestijn!”

De organisaties vinden het „heel raar” dat elk EU-land apart gebieden aanmeldt. Als voorbeeld geldt het gebied Borkumse Stenen, waarvan het Duitse deel wél is aangemeld. Ook vinden de natuurbeschermers dat een gebied naast de Centrale Oestergronden speciale bescherming verdient, omdat onderzoekers er de noordkromp hebben aangetroffen in relatief grote aantallen, een zeldzaam schelpdier dat honderden jaren oud kan worden.

Lindeboom van Imares is niet bezorgd over de aanwijzing van een gebied meer of minder. „Dat blijft een papieren exercitie.” Belangrijker vindt hij de maatregelen in het beheer. „Ik denk bijvoorbeeld dat we iets aan de boomkorvisserij moeten doen. Het is begrijpelijk dat vissers veel tong en schol uit zee willen halen, maar zonder nieuwe technieken schaden ze overal de bodemdiversiteit.” In beschermde gebieden moet het allemaal fors minder. Zoals in het Friese Front, met veel visserij, scheepvaartroutes voor gevaarlijke stoffen, gasplatforms, een oefengebied voor de luchtmacht en marine én kabels en leidingen.

Niet dat je alles moet verbieden, zegt Lindeboom. „Als je zeekoeten wilt beschermen, hoef je de boomkorvisserij niet te verbieden. Als je zeekoeten wilt beschermen, kun je het beste alles in het werk stellen om een olieramp te voorkomen.”

En niet alle activiteit is slecht. Een gasplatform heeft een positief effect, „omdat rondom het platform in een cirkel van vijfhonderd meter niet mag worden gevist.”

    • Arjen Schreuder