Ik ontvang thuis ook geen collega’s

mr. Frank Visser (56) is ‘De Rijdende Rechter’ van tv.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Foto Bob van der Vlist mr. visser voor ZIN NN Bob van der Vlist Vlist, Bob van der

Schaterlachend loopt een jonge vrouw de rechtzaal in Zaandam uit. In de armen van haar vriend roept ze, terwijl ze de tranen uit haar ogen veegt. „Ik wist niet dat we de rijdende rechter hadden. Woehaha.”

Inderdaad, het is hem: mr. Frank Visser (56). In toga, precies zoals hij als tv-rechter na inspectie ter plaatse zijn burgerkleren verruilt om in de NCRV-studio een oordeel te vellen. „Dit is mijn uitspraak, daar zult u het mee moeten doen”, zegt Visser dan tegen eiser, verweerder en soms anderhalf miljoen kijkers. En weer is wat klein, herkenbaar leed over bijvoorbeeld erfgrenzen, kattenpis of lekkages geleden.

Hier in Zaandam werkt Visser vier dagen per week als kantonrechter. Zijn bekende verschijning is wel vaker een verrassing voor gedaagden, maar de dubbelgevouwen vrouw van zonet is wat labiel door „psychische problemen”, legt hij uit.

De vijfde werkdag van de week is Visser nu druk met opnamen voor het nieuwe seizoen van De Rijdende Rechter dat in september begint. Deze maand zijn de eerste uitspraken voor 24 afleveringen vol ‘burenruzies, familievetes en andere conflicten’. Daarbuiten werkt Visser aan zijn vijfde boek voor het grote publiek over een juridisch thema: buurtproblematiek in Nederland.

De Rijdende Rechter begon in 1995, dertien jaar geleden. Dat is een lange tijd.

„Nou, opnamedagen zijn heel plezierig. ’s Ochtends word ik opgehaald in een mooie auto, een Citroën. We begonnen ooit met een Saab, daar mag u zelf conclusies uit trekken, ha ha ha. Goed, dan rijden we het land in naar locaties waar ik anders nooit kom. Daar ontmoet je allerlei mensen en volgt een hoorzitting. Vervolgens rijd je nog even rond. Dat soort onzin beveelt het sponsorcontract geloof ik, een mooi shot van de auto in de omgeving. Achteraf drink je nog een borreltje en word je weer naar huis gebracht. De studiodagen zijn ook niet onaangenaam. In drie dagen tijd doen we twaalf afleveringen of uitspraken. Tussendoor krijg je een kopje koffie, een broodje en een justje. De uren tel ik nooit.”

Denkt u nooit: weer zo’n huis-tuin-en keuken-zaak, weer die ruziënde buren?

„Daar moet je als rechter voor oppassen, dat je niet denkt: oh god, daar heb je er weer een. Maar hoe ouder je wordt, hoe belangrijker mensen worden. En mensen zijn niet hetzelfde, en alle zaken zijn anders. Als Exxon en Shell ruzie hebben, zullen ze niet zo snel naar De Rijdende Rechter stappen. Dat wil niet per definitie zeggen dat hun probleem ingewikkelder is dan een huis-tuin-en-keuken-zaak. Natuurlijk gaan zaken wel op elkaar lijken. Dat is met alles zo. Niets menselijks is een rechter vreemd. Maar je moet wel professionaliteit kunnen opbrengen naar de mensen toe.”

Een tv-rechter zit in een glazen huis, heeft u wel eens gezegd. Krijgt u reacties van collega’s?

„Nee. Rechters zijn heel beleefde mensen. Als een uitzending héél leuk is, hoor je een enkele keer wat terug. Maar onderlinge kritiek zijn we niet gewend. Bovendien kennen we het systeem van hoger beroep. Als een uitspraak niet deugt, hoor je dat wel terug van het hof.”

En van mensen op straat? Hoe ervaart u uw bekendheid?

„Als tv-rechter ben je niet bepaald anoniem. Als ik in de Albert Heijn in de buurt op luide toon mijn boosheid uit omdat de kruidenbuiltjes niet te vinden zijn, omdat ze daar niet genoeg winst op maken, zegt mijn vrouw: hou op, man, ze horen je.”

Het verzoek om dit interview bij u thuis af te nemen, heeft u afgewezen.

„De scheiding tussen werk en privé is bij mij heel strikt. Ik ontvang ook bijna niemand van mijn werk thuis. Op een enkele uitzondering na ook geen collega’s, met wie ik heel goed kan opschieten, met wie je vrienden zou kunnen worden.”

Waarom niet?

„Omdat ik een privéleven wil hebben. Omdat ik thuis wil kunnen zeggen wat ik wil. Heel lang geleden, toen ik nog fraudeofficier was, was ik op een verjaardag van een collega. We zaten wat te geinen, hadden een borreltje op. Ik vertelde over een wethouder die ik op de korrel had. Klassiek geval van een bestuurder die met zijn handen niet van bijstandsgerechtigden kon afblijven. Twee dagen later kreeg ik een telefoontje van de hoofdofficier van justitie, die was weer gebeld door de burgemeester. Bleek dat op dat feestje ook een lokaal politicus was geweest, die had lopen kleppen. Daar heb ik veel van geleerd.”

Mogen we dan helemaal niets over u weten?

„Ja hoor. Ik woon in ’t Gooi. Liever geen woonplaats, dan ben ik zo traceerbaar. Mijn vrouw is verpleegkundige. We zijn dertig jaar getrouwd en hebben elkaar leren kennen bij een toevallige ontmoeting. In het uitgaansleven, zoals dat zo mooi heet. We hebben twee dochters. Een gaat binnenkort afstuderen, rechten in Amsterdam. De ander heeft haar studie journalistiek net afgerond en is begonnen met filosofie. We hebben nog een hond, Spike, en een kat, Sandy. Dat is de familie Visser.”

En u heeft een eigen werkplaats.

„Klopt. Ik ben in de leer bij Giel Clijsters, een beeldhouwer uit Hilversum. Ik heb mijn hele leven al mannelijke hobby’s gehad. Vissen, daar ben ik mee gestopt. En vroeger ging ik ook wel eens met een vriend mee op jacht. Zelf schiet ik niet, ik beleef geen lol aan het vermoorden van beesten. Ik deed wel aan schietsport en had een mooie revolver, klein kaliber. Maar toen we hierheen verhuisden, wilde ik wat anders. Mijn vrouw schilderde al een tijdje, dat is niets voor mij. Toen werd het beeldhouwen. Het is lichamelijk zwaar werk. Ik heb geen sterke rug, ze moeten de steen eerst naar binnen tillen. En nee, het is geen gepriegel. Je moet alleen wel uitkijken dat je er op het laatst geen piemeltje afhakt, ha ha ha.”

Wat voor beelden maakt u?

„In de tuin staat een abstract beeld van een groene steensoort. Binnenkort wil ik een beeld maken van zwart serpentijn. En ik heb net een torso af, in bruin albast. Iets te groot uitgevallen, het is bijna een meter hoog. Een mannelijk beeld? Nee, totaal androgyn, eigenlijk. Het heeft weliswaar vrouwelijke billen, en er zit één borst op. De andere cursisten vonden het een ‘verontrustend beeld’.”

U schijnt ook nog ambities in de journalistiek en advocatuur te hebben.

„Ach, ik heb lange tijd een column gehad in het Algemeen Dagblad. Dat was leuk, maar toen kwam die fusie met die regionale kranten en hoefde het plotseling niet meer. Jammer. Met hele boeken schrijven ben ik gestopt. Mijn nieuwe boek over burenproblematiek is meer een soort bundel. Boeken schrijven is leuk, maar tijdrovend. En lastig, zeker populaire boeken over juridische thema’s. Ze moeten niet te moeilijk zijn, wel kloppen en vlot geschreven zijn. En advocatuur... Als rechter heb je afgeleerd om partijdig te zijn. Rechter zijn is enerzijds, anderzijds. Een advocaat is een pleitbezorger. Dat is een heel andere rol. Ik zie het bij oudere collega’s die de overstap maken, dat ze zich toch wat ongemakkelijk voelen. Alsof het verraad is tegen wat ze hun leven lang hebben gedaan.”

En als u kon stoppen met werken?

„Dan zou ik gaan reizen, dat is een droom. Gelukkig overwinteren we één keer per jaar in een warm land. We zijn net terug van Afrika, Tanzania en Zanzibar. De armoede daar tart toch elke beschrijving. Vooral in Zanzibar, je snapt niet hoe mensen het volhouden met die schandalige onderdrukking en uitbuiting. Ik heb zelf twee uur buiten in de zon moeten wachten omdat ik weigerde steekpenningen te betalen aan een meneer die onze koffers had. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik wel betaald.”

    • Eppo König