‘Ik ben voor alles een kosmopolitische New Yorker’

The Jew of New York van de Amerikaan Ben Katchor gaat over geobesdeerde utopisten en nerveuze handelaren. Het werk is te zien op de tentoonstelling ‘Superhelden en Sjemielen’.

Ben Katchor

In de lobby van een chique New Yorks hotel proberen twee sjacheraars al uren tevergeefs de aandacht te trekken van de rijke hotelgasten. Plotseling legt de ene handelaar huilend zijn hoofd op de schouder van de ander. „Ja, broeder’’, snikt hij, „alles wat ik nodig heb is voldoende kapitaal’’.

De passage met de twee schlemielen, afkomstig uit de graphic novel The Jew of New York , is typerend voor het werk van Ben Katchor (Brooklyn, 1951). Ontdekt in de jaren tachtig door Art Spiegelmans roemruchte striptijdschrift Raw , geldt Katchor inmiddels als één van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse striptekenaars. Zijn werk is vanaf vandaag te zien op de expositie Superhelden en Sjlemielen in het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Volgende maand verschijnt The Jew of New York (1998) in een Nederlandse vertaling. Dit stripverhaal – getekend met zwarte inkt en grijze aquarelverf – wordt bevolkt door geobsedeerde utopisten en nerveuze kleine handelaren die proberen te overleven in de Nieuwe Wereld. Hoewel voor een groot deel fictie, is het gebaseerd op een waar gebeurd verhaal: in 1825 probeerde de prominente Amerikaanse politicus en journalist Mordecai Manuel Noah een Joodse staat te stichten op een eiland in de staat New York, met de bijbelse naam Ararat. „Noah was de allereerste in de Verenigde Staten geboren jood met een belangrijke publieke functie. Hij was destijds letterlijk dé Jood van New York’, zegt Katchor door de telefoon vanuit zijn woonplaats New York.

The Jew of New York leest als een aaneenschakeling van mislukkingen. Noahs Ararat kwam er niet – op een paar vrienden na kwam er niemand opdagen.

Katchor vertelt daarover: „Ik kijk graag naar mislukte plannen uit de geschiedenis, omdat ze ons er aan herinneren dat de wereld er net zo goed heel anders uit had kunnen zien. Het interessante vind ik dat New York zich vervolgens ontwikkelde als een joodse stad. Voor zover ik weet is het de stad met de meeste joodse inwoners ter wereld. De joodse staat Israël is er inmiddels ook, maar de meeste joden willen daar niet wonen.”

Het gelaagde stripboek zit vol verwijzingen naar de geschiedenis van het jodendom. Ziet Katchor, zelf afkomstig uit een niet-religieus joods milieu, zichzelf eigenlijk wel als ‘joodse kunstenaar’? „Well you know”, zegt Katchor met een mooi slepend New Yorks accent. „Ik ben vóór alles een kosmopolitische New Yorker. Ik eet meer Aziatisch dan joods voedsel.”

Een tentoonstelling over joodse stripmakers, zoals op dit moment te zien in het Joods Historisch Museum, vindt hij eigenlijk een slecht idee. Katchor: „De omschrijving ‘joods’ is betekenisloos geworden. Er zijn tegenwoordig net zoveel soorten joden als er lange mensen zijn.”

De vorm van The Jew of New York is heel theatraal. De personages lijken op marionetten met hun houterige motoriek en hun grijnzende hoofden die net iets te groot zijn in verhouding tot hun lichaam. Het allereerste beeld is bovendien dat van een neoklassiek theatergebouw. Hier wordt een satirisch stuk voorbereid over Mordecai Noah, geschreven door een naargeestige Europese antisemiet. „Ik probeer bewust de sfeer van de vroege Amerikaanse theatercultuur op te roepen”, zegt Katchor, die behalve stripboeken ook een aantal theaterstukken op zijn naam heeft staan. „Mordecai Noah was namelijk ook een amateur toneelschrijver en alles wat hij ondernam leek op theatervoorstellingen met hemzelf in de hoofdrol.’’

Ben Katchor wordt in de Verenigde Staten ook wel de ‘urban cartoonist’ genoemd omdat de grote stad het vaste decor vormt voor zijn werk. Zoals in de korte strip Julius Knipl, Real Estate Photographer, die Katchor al twintig jaar wekelijks maakt voor verschillende Amerikaanse kranten. Hierin wandelt vastgoedfotograaf Knipl vaak door New York, op zoek naar flarden verleden, zoals reclame voor een product dat niet meer bestaat. „Behalve als je boer bent, is de stad de enige geschikte plek om te wonen. Ik krijg inspiratie door in New York naar mensen en dingen op straat te kijken en me af te vragen waarom ze zijn zoals ze zijn.’’

Superhelden en Sjlemielen. Joodse herinnering in de stripkunst. T/m 8 juni 2008. Joods Historisch Museum in Amsterdam.

    • Julie Wevers