IJsland krijgt het zwaar voor de kiezen

Het is een bekend kredietcrisisverhaal. Een bedrijf gebruikt goedkope kredieten om zichzelf op agressieve wijze ‘op te pompen’ en zo snel mogelijk te groeien. Vervolgens veranderen de marktomstandigheden dramatisch, waardoor het aandelenkapitaal negatief wordt. Tot nu toe is dit alleen op bedrijfsniveau voorgekomen. Handelaren in derivaten speculeren er nu op dat dit ook zou kunnen gebeuren met een heel land.

Voor sommigen lijkt IJslands zogenoemde LBO-economie [de afkorting LBO staat voor leveraged buyout ofwel bedrijfsovername met geleend geld, red.] de eerste fase van deze cyclus te hebben voltooid. De drie grootste banken (Kaupthing, Landsbanki en Glitnir), hebben goedkope kredieten gebruikt om alleen al in 2007 hun buitenlandse bedrijfsovernames met een factor twintig te laten toenemen tot 8 miljard euro. Daardoor kon de nationale economie op het hoogtepunt van de bloei groeien met 6 procent per jaar, maar het betekende ook dat de banksector belangen bezat ter waarde van acht maal het bruto binnenlands product. Die groei was voor zijn energievoorziening afhankelijk van de internationale kapitaalmarkten – Kaupthing financiert 60 procent van zijn activiteiten via die markten. Om het plaatje rond te maken zijn de drie banken en andere IJslandse bedrijven onderling verweven via forse kruisverbanden.

In het kielzog van de kredietcrisis zijn internationale handelaren dit alles op het spoor gekomen. De kosten van het verzekeren van de schulden van Kauphting middels credit default swaps [waarbij het kredietrisico aan een derde partij wordt overgedragen, red.] zijn met 700 basispunten gestegen, waardoor het voor de IJslandse banken veel duurder is geworden kredieten op te nemen. Kredietbeoordelaar Moody’s heeft deze week dan ook eerst de kredietstatus van de drie banken afgewaardeerd, en daarna die van het hele land.

Premier Geir Haarde en de banken vechten nu een PR-oorlog uit tegen wat ze beschouwen als irrationele bangmakerij – waarbij Kaupthing demonstratief staat te zwaaien met een aandelenplaatsing van 1,1 miljard euro bij Amerikaanse en Europese banken op 4 maart.

Waarschijnlijk hebben ze gelijk: de drie banken zien er redelijk solide uit. Ieder van hen beschikt over een tier one ratio [een maatstaf voor de financiële gezondheid van banken, red.] van bijna 10 procent, en heeft stappen gezet om de belangen in andere IJslandse banken terug te dringen. Ieder van hen heeft zijn buitenlandse bezittingen uitgebreid tot zo’n 50 procent van het totaal, en kan bogen op financiering voor een jaar. Een geen van hen is kwetsbaar voor hypotheekobligaties.

Maar dat is niet het punt. Zelfs als de banken niet failliet gaan, heeft IJsland pech dat het zo zwaar in het krijt staat nu de omstandigheden op de kredietmarkten zo slecht zijn. Sommige handelaren zien mogelijkheden voor een speculatieve aanval. Hoe solide de prestaties van de banken ook mogen zijn, het land is kwetsbaar door de hoogte van zijn schulden, de onderlinge kruisverbanden en zijn kleine omvang. Het is niet verrassend dat Haarde de banken deze week maande hun expansieplannen in te perken.

    • George Hay