Het schoolboek, Europa en de onachterhaalbare lumpsum

‘Schoolboeken in het voortgezet onderwijs worden gratis. Financiering zal plaatsvinden via de lumpsumbekostiging.’

Wat moeten CDA, PvdA en ChristenUnie het heerlijk hebben gevonden in al die landhuizen, jachtsloten en Bilderberghotels waar ze in de januaridagen van 2007 onder de altijd gemoedelijke leiding van Herman Wijffels, Nederland opnieuw mochten uitvinden.

De pijler van de internationale politiek hadden ze naar aller tevredenheid afgerond, en het hoofdstuk aangaande de innovatieve, concurrerende en ondernemende economie was daags tevoren ook al op een oor na gevild, toen Herman die ochtend bij de koffie voorstelde:

„Zullen we proberen vandaag het hele onderwijs af te werken?”

Daar had iedereen ontzettende zin in, en binnen de kortste keren vlogen de suggesties over tafel. De ambtelijk secretaris kwam oren te kort om het bij te houden.

„Niemand mag de school verlaten zonder afgeronde opleiding”, riep de één.

„We willen tot de Europese top van wetenschappelijk onderzoek behoren”, werd hij door zijn buurman overtroefd.

„De top moet hoger, de basis breder”, zette een derde de lat op scherp.

„Scholen hebben recht op naleving en bescherming van hun grondslag en traditie”, kwam iemand er ineens tussen. Rouvoet. Maar die had als beoogd coalitiegenoot natuurlijk ook recht op een inbreng.

De geestdrift bereikte een hoogtepunt toen unaniem werd besloten dat schoolboeken in het voortgezet onderwijs gratis zouden worden.

„Schitterend!” prees Wijffels.

„Maar hoe gaan we dat financieren”, vroeg Balkenende die zich perslot eindverantwoordelijk voelde.

„Via de lumpsumbekostiging, natuurlijk”, antwoordde de toekomstige minister van Financiën vanuit zijn expertise.

„Dit artikel”, verzekerden de drie hoofdrolspelers vervolgens als uit één mond, „verdient een ereplaats in het coalitieakkoord tussen onze fracties.”

Geen van drieën had in de euforie aan Europa gedacht. Of aan de aanbestedingsplicht. Of aan de kans dat Brussel op een dag dicteert dat Nederland best met een kleinere en goedkopere atlas toe kan dan met de onhandige en dure Bos die de kinderen elk jaar opnieuw trouwhartig in hun toch al uitpuilende tas meesjouwen naar de aardrijkskundeles, waar hij vervolgens nooit gebruikt wordt. Of aan wat de toekomstige minister van Financiën precies kon hebben bedoeld toen hij had gezegd dat de financiering via de lumpsumbekostiging zou geschieden.

Dom?

Ik zou niet zo gauw een ander woord weten. Waarmee ik de founding fathers van het kabinet geenszins persoonlijk in gebreke wil stellen. Integendeel eigenlijk. Die waren toen om zo te zeggen met iets artistieks bezig (de staat is toch wel eens een kunstwerk genoemd?), en dan staat je hoofd niet naar bureaucratische kleinigheden, waar je ook nog ambtenaren voor hebt.

Maar niet één rijksambtenaar (daar zijn er ongeveer 120.000 van) heeft toen even gewaarschuwd.

Ook dom? Ik zou zeggen: erger dan dom.

Als ik de signalen van de laatste paar maanden bij elkaar optel, zie ik ook steeds meer reden tot zorg. Onderwijzers blijken niet te kunnen lezen, schrijven en rekenen. Om hun onwetendheid te camoufleren hebben ze het Nieuwe Leren uitgevonden, en iedereen wijsgemaakt dat de kinderen alles veel beter zelf kunnen doen. Dan is het toch logisch dat wegenbouwers, die tot in Delft alles zelf hebben moeten doen, niet eens meer twee simpele tunneltjes in de A73 kunnen aanleggen? Dat de belastingdienst 750.000 digitale aangiften met één druk op de verkeerde toetst onbruikbaar maakt? Dat ze voor de feestelijk heropende taxistandplaats bij het Amsterdamse Centraal Station geen fatsoenlijke bocht kunnen construeren? Dat er in Nederland nog altijd geen hsl-trein rijdt?

Waarschijnlijk hadden we met gratis schoolboeken allang de Europese top bereikt. Maar intussen zijn we – vreugdeloze paradox – zelfs te dom geworden om uit te rekenen welke lumpsum nodig is om de boeken alsnog te bekostigen.