En toen hielp ik de oude mens de afgrond in

Twee jonge schrijvers, Saskia de Coster (1976) en Walter van den Berg (1970) leven zich in in het thema van de Boekenweek, ‘Van oude mensen... de derde leeftijd in de letteren’. Over een bejaarde bejaardenchauffeur en de verleidelijke lokroep van de bouwplaats.
Fotowerken van Philip Gostelow Uit ‘Wonderland’, Noorderlicht/Stichting Aurora Borealis, 1999 Gostelow, Philip

Beste verzekeraar Kievits – Tot nog toe heb ik onze contacten op de vingers van één hand kunnen tellen. Verder dan het schudden van onze rechterhanden is het niet gekomen. Zesenzestig jaar geleden heb ik mijn leven voor een mooi bedrag bij u verzekerd. En nu klop ik bij u aan, zij het als nabestaande.

Zesenzestig jaar geleden raadde u mij een verzekering aan voor mezelf en mijn nabestaanden. Nu ik geen nabestaanden heb, zal ik zelf nabestaande zijn. Soms glijd ik weg in dromen. Daar lopen mijn nabestaanden rond maar bij het ontwaken weet ik dat zij niet bestaan. Ach, ik moet mijzelf in de hand houden, zoals ik mijn Xavier aan de leiband moest houden wanneer er zwarte mensen voorbijkwamen. Mijn man Xavier sloeg zwarte vrouwen. Hij moest ze van zich afslaan, zei hij, zij achtervolgden hem.

Mijn verontschuldigingen voor mijn dwaalwegen. Ik wil u eerst wat informatie geven, beste verzekeraar Kievits, en ik weet zeker dat ik dan op u zal kunnen rekenen.

Met honderdtwintig jaren op uw teller weet u het ook: de tijd achtervolgt ons. Maar u en ik, meneer Kievits, wij zijn niet oud. Wat niet meer beweegt, dat is oud. Oude mensen moet je in beweging zetten, meestal per rolstoel, of met een tikje op de pacemaker. Zelf beweeg ik meer dan de gemiddelde tiener met een Wii kickboxen. Nee, ik minacht oude mensen niet. Zij kunnen nog heel wat. Zij kunnen vreeswekkend luid lachen bij de droevigste filmscènes, zij kunnen een koprol maken als zij hun veters strikken, zij kunnen sterven.

Tien jaar geleden kreeg ik van u een lachende banaan. Van beroep was die banaan sleutelhanger, op haar buik stond in subtiele letters haar naam: KIEVITS VERZEKERINGEN. Ik slaagde er geleidelijk in haar te pellen. Een oude mens begint daar niet eens aan, die denkt: wegflikkeren die banaan, of aan de kleinkinderen doneren, dat komt op hetzelfde neer.

Ik stel u een deal voor. Het geval wil dat ik, op mijn achtentachtigste, voor het eerst in mijn leven een baan heb gehad. Er werd mij de kans geboden om de oude mens te helpen en ik kon niet weigeren.

Ik mocht met een bus van busmaatschappij Jij Daar rondtoeren. Jij Daar specialiseert zich in vermakelijke dagtochten voor oude mensen. Ik reed de mensen rond, in cirkeltjes op de ring van Bommerskonte. Ook speelde ik spelletjes met hen. Bijvoorbeeld vroeg ik hen: Wat heeft twee ogen en honderd tanden? Een slimmerik riep: een walvis! Toen vroeg ik: Het heeft honderd ogen en twee tanden. Wat is het? Het was mijn bus vol bejaarden!

De tijd om de oude mens te helpen was gekomen, of beter: hij was al heel lang daar. Ik week van mijn route af. Het duurde precies dertig seconden, even lang als het duurt voor een bejaarde om eens met de ogen te knipperen/de pamper te vullen, om door de vangrail te rijden en naar de afgrond te sturen. Het betrof hier geen ongeluk, het was de tijd die tegen de inzittenden zei: ik heb jullie ingehaald, oudjes. Tegen mij zei hij: Jij daar, jij blijft me voorbijsteken.

U kent de streek behoorlijk goed, is het niet, meneer Kievits? Als u via Dadizele rijdt, bent u dadelijk in Bommerskonte. U kunt niet missen. Volg de richting Konte en u komt op de ring rond Bommerskonte terecht. Op de brug zal u de geopende vangrail zien.

Ze waren met zijn negenendertigen. U moet gewoon kijken wie nog in leven is en wie niet. Dit in verband met de premie van hun levensverzekering. U kan één van uw bananen in de diepte gooien alvorens u afdaalt. Wie daar nog naartoe kruipt, is niet oud want die beweegt nog. Al de anderen hebben zonet stilzwijgend toestemming gegeven om de premie van hun levensverzekering vrij te geven. Wij zijn hun nabestaanden.

De tijd achtervolgt ons, meneer Kievits. Wij achtervolgen de tijd en rijden hem liefdevol de afgrond in. Zo worden wij nooit oud. Ik hoop dat wij samen deze zaak ten gronde en succesvol kunnen aanpakken. Ik reik u een sterke hand.

Doorleefde groeten,

Saskia de Coster

PS. Nu we het toch over vervoer hebben, zou ik van de gelegenheid gebruik willen maken om u te danken voor een bijkomend advies. Het gaat om een zaak van vijftig jaar geleden.

Mijn vriend Xavier en ik hadden op reis een mooie zwarte vrouw gezien, ideaal om mee te kweken. Hij legde zijn hand op haar mond en nam haar mee in ons witte bestelwagentje. Hij stopte zijn deel in haar en deed wat nodig was om haar zwanger te maken en om haar Ivoorse paspoort af te nemen. We maakten net snelheid om over het water van de Middellandse Zee huiswaarts te kunnen rijden toen een gemene neger keihard in de flank van onze camionette reed. Hij maakte een enorm misbaar, riep de politie en beweerde dat wij zijn wagen geraakt hadden. Xavier kwam er vanaf met een veroordeling voor mensensmokkel en verkrachting, maar ik werd veroordeeld voor die blikschade. Zo vals als mijn vals gebit. En de zaak blijft mij achtervolgen. Nog steeds krijg ik berichten uit Afrika om geld te storten. Wat moet ik doen?

Ach, de tijd achtervolgt ons vanuit alle richtingen.

Laten wij de tijd achtervolgen en hem de vernieling in rijden. Zo zullen wij nooit oud worden.

    • Saskia de Coster