Eerst trouwen en dan klussen, met hulp

Het is verbluffend om te zien hoe zeer het klussen tot de verbeelding spreekt op de televisie. De programma’s waarin huizen verbouwd worden zijn bijna niet te tellen, iedereen lijkt op zoek naar een bouwval om die snel te verbouwen en te verkopen, of te dromen dat er een ploeg vol klussers de straat in rijdt en iets totaal anders maakt van het huis waarin men nu zo verkeerd woont.

Verbouwen hoort, zoals we allemaal weten, tot een van de meest stressveroorzakende activiteiten, zowel voor de doe-het-zelf-verbouwer als voor wie met hem/haar te maken hebben. Dat gegeven is uitgebuit in Help, mijn man is klusser!, van RTL4.

Net als in andere verbouwingsprogramma’s is het nauwelijks de bedoeling dat je iets opsteekt van de werkzaamheden, als kijker, maar alleen maar dat je je verlustigt in andermans narigheid en huwelijksproblemen. De televisie komt mensen in moeilijkheden redden (dat is ook een heel genre geworden, de televisie als toverfee) en we zien een vrouw in een lekkend, rottend, krottig badkamertje haar man roepen, die met presentator John Williams en cameraman en al binnentreedt en de verschrikkelijke woorden te horen krijgt: „Je mag het niet meer zelf afmaken.”

De presentator is enthousiast: wat góed dat ze dat gezegd heeft! En wat weet ze vervolgens goed hoe het wel moet, als ze dat de klushulpploeg mag uitleggen!

De man staat er intussen bij of hij een klap in zijn gezicht gekregen heeft, al kan hij zijn vrouw moeilijk anders dan gelijk geven: hij is al vijf jaar onderweg om van dit stinkhol een badkamer te maken en dan hebben we de gang beneden nog niet eens gezien.

We zien de gang beneden.

Enfin, het wordt al snel duidelijk: het lijkt klushulp, maar het is levenshulp, therapie, huwelijksredding. Aan het eind van het programma is de badkamer stralend, dankzij de klushulptroep, de gang voorbeeldig dankzij de geheel vernieuwde man, de vrouw stralend dankzij badkamer, gang en man, niet noodzakelijk in die volgorde.

Misschien zouden de honderd stellen die onder begeleiding van Caroline Tensen in het huwelijk willen treden, in De 100: het huwelijk, ook eens af en toe naar zulke programma’s moeten kijken. Je waant je daar soms terug in lang vervlogen tijden, zo romantisch als er gedaan wordt over trouwen. Het is natuurlijk mooi, als mensen van elkaar houden, maar het rare is dat dáár de nadruk niet zo erg op gelegd wordt, maar meer op hoe ze elkaar ten huwelijk vragen, de kus, de bonbons, het dansje op de bruiloft.

Hoewel het stel met het dansje wel ontwapenend was, Coos en André heetten ze. André was getrouwd en had een zoontje toen hij Coos ontmoette en als een blok viel voor de zowel stoere als verlegen Groninger. Het zoontje is wild opgewonden over dit aanstaande huwelijk: „Ik zit elke dag op de kalender te kijken hoe lang het nog duurt”, zegt hij, en hij knutselt met behulp van zijn moeder, voor wie het misschien allemaal wat minder leuk is maar die zich kranig houdt, een enorme gipsen bruidstaart. We zien Coos hardlopen om af te vallen voor de bruiloft, we zien Coos en André naar de dansschool gaan om daar met ernstige gezichten hun swingende openingsdansje te oefenen – het is om te lachen en roerend tegelijk.

Maar verder was het vooral merkwaardig. Wat hebben wij allemaal van doen met die voorgenomen huwelijken? Waarom moeten we meemaken hoe iemand met een manshoog spandoek bij de finish van een halve marathon, zijn aanstaande vraagt: „Renate, wil je met me trouwen??” Renate zág het spandoek trouwens niet eens, zo druk was ze met finishen.

Op het digitale GeschiedenisTV was gisteravond het huwelijk van Beatrix met Claus te zien en amateurfilmpjes van de bruiloft van Máxima en Willem Alexander. Zouden zulke ‘sprookjeshuwelijken’ zo’n inspirerende werking gehad hebben? Beatrix die met die meterslange sleep uit de gouden koets moet klimmen, „geholpen door haar in jacquet geklede bruidegom (…) niet vaak zal de gouden koets een niet-geüniformeerde prins gereden hebben”, zo sprak het Polygoonjournaal. Afkeurend? Tevreden? Geheel neutraal?

    • Marjoleine de Vos