De vrouw is nog steeds ...een pop

Wie leest er nog De tweede sekse, het revolutionaire standaardwerk over de vrouw? Het gedachtegoed van Simone de Beauvoir heeft geen sporen nagelaten. „Vrouwen kijken nog steeds neer op zichzelf. Ze durven niet met de vuist op tafel te slaan.”

Nous ne sommes pas des poupées, staat er op de beroemde foto die is afgebeeld in het speciale nummer van het Magazine Littéraire over Simone de Beauvoir. De foto is genomen op 20 november 1971, tijdens een demonstratie voor de legalisering van abortus: de vrouw is geen pop, ‘assez’ staat er in woedende letters dwars doorheen gekalkt. Boven deze foto staat er een van Simone de Beauvoir, in die jaren boegbeeld van de vrouwenbeweging, geflankeerd door Sylvie Le Bon, de vrouw die de Franse schrijfster en filosofe later als haar dochter zou adopteren.

Wat zou De Beauvoir, die dit jaar 100 jaar zou zijn geworden, gedacht hebben van de expositie die de afgelopen maanden te zien was in de Cité de l’Architecture et du Patrimoine, het prestigieuze Palais Chaillot in Parijs? La villa de mademoiselle B. luidt de titel van deze tentoonstelling. Nee, het gaat niet om de droomvilla van ex-mannequin Carla Bruni, de wereldwijd besproken kersverse echtgenote van de Franse president, maar om een blonde versie van deze brunette: de langbenige, anorectische Barbie.

Tien vrouwelijke Franse architecten werd gevraagd zich te buigen over de ideale leefomgeving voor Barbie, symbool van de moderne vrouw. Alles mocht, alles kon. Bussen vol schooljeugd deden de tentoonstelling aan, rijen (groot-)moeders met dochters voor de kassa. Via eindeloze knalroze en oranje gangen bereikt de bezoeker de kelders van Palais Chaillot, waar in sfeervol verlichte nissen ruimten zijn gecreëerd waar de hedendaagse vrouw absoluut niet buiten kan dan wel heftig naar verlangt. Alles op barbieformaat, dat wil zeggen op 1/6 deel van de ware grootte.

Zo is er de Blablabla Lounge van Gaëlle Hamonic, „waar de vrouw lekker kan kletsen bij het haardvuur of en petit comité een charitatieve vereniging kan ontvangen”. Barbie is ‘lichtzinnig’, meldt de toelichting, en droomt van een plek waar ze geheimpjes kan uitwisselen en naar ‘sex and the city’ kan kijken. Verder is er een Beauty Building Space, ontworpen door architecte Karine Herman, waar Barbie zich mooi kan maken „zonder narcistisch te zijn”, waar ze de nieuwe modelijn kan passen, haar eigen modeshows kan houden, waar ze „als maagd, dichteres, waternimf en baby-doll alle rollen uit de mannelijke fantasie kan vervullen”. Eenmaal opgedoft kan de moderne vrouw zich terugtrekken in het Body en Soul Boudoir, waar ze in bed kan dromen, haar psych of haar coach kan ontvangen en kan mediteren.

Je zou willen dat

het één grote grap was, deze tentoonstelling, dat de architecten je bij de uitgang gierend van de lach zouden opwachten en zich vrolijk maakten over de ongelovige verontwaardiging die zich al kijkend van je meester maakt. Maar nee. Het lijkt erop dat het gedachtengoed van Simone de Beauvoir geen sporen heeft nagelaten. Wie leest er nog De tweede Sekse, het revolutionaire standaardwerk over de vrouw waarin zij een compleet beeld geeft van de geschiedenis, de biologie, de mythen, de opvoeding en de seksualiteit van de vrouw? Wie leest haar romans nog: Uitgenodigd, De mandarijnen, Een zachte dood? En niet te vergeten haar filosofische werk, zoals Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid?

Ruim vijftig jaar geleden al zette De Beauvoir de vrouw op de agenda. Ze schreef over haar ondergeschiktheid aan de man, het moederschap, het meten met twee maten als het ging om intellectuele waardering en de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt. Nog steeds zijn het hete hangijzers. Vrouwen in de directie of raad van toezicht? Nauwelijks. Vrouwen als hoogleraar? Zuinigjes. Gelijke behandeling? In theorie misschien. Studentes die carrière willen maken? Ach, als het erbij kan naast vriend en vriendinnennetwerk.

Samen met Jean-Paul Sartre vormde De Beauvoir het ‘couple mythique’ dat het traditionele huwelijk op losse schroeven zette: geen huwelijk, geen kinderen, geen knellende banden, maar losse loyaliteit. Voor de een was de ander de ‘noodzakelijke liefde’, terwijl ze er ieder nog andere, zijdelingse relaties op na hielden. Het filosofenstel genoot wereldfaam. Als het prototype van de geëngageerde intellectueel hielden ze zich intensief bezig met binnenlandse en buitenlandse politiek en waren zij voortdurend op reis: China, Rusland, Cuba nodigden hen uit voor een officieel bezoek. Samen namen zij stelling tegen de ‘mythe’ van een Frans Algerije.

De Beauvoir was wars van ieder compromis en ging voor ‘l’absolu’. Had zij zelf aan Ayaan Hirsi Ali de De Beauvoirprijs uit kunnen reiken, dan had ze, bij die gelegenheid een gedegen analyse gemaakt van de situatie waarin jonge, ambitieuze migrantenvrouwen in Europa zich bevinden, en een pleidooi gehouden voor de absolute vrijheid van meningsuiting.

De stellingen van De Beauvoir, kortom, zijn actueler dan ooit en haar strijdlust, analytisch vermogen en ambities zouden een inspiratiebron zijn voor vrouwen van nu. Die mening is ook de Franse schrijfster en uitgeefster Geneviève Brisac toegedaan. „De Beauvoir streed voor een basispakket voor de vrouw dat wat mij betreft nog steeds geldt”, zegt ze. „De vrouw heeft recht op onafhankelijkheid, een positie die ze moet kunnen verwerven door werk en een eigen inkomen. Verder betoogde ze dat de vrouw recht had op het verwerven van kennis en op het plezier en zelfvertrouwen dat dat met zich meebrengt. Bovendien eiste ze voor de vrouw het recht op seksueel genot. ”

Natuurlijk is er inmiddels veel veranderd, meent Brisac: „Onze tijd is een stuk materialistischer dan de periode waarin De Beauvoir leefde. Hoe vaak hoor je niet: ‘ik ga dood van verveling’ – en dan gaan vrouwen hun huis opnieuw inrichten. Of als ze dat net hebben gedaan hun tweede huis, à la campagne. In tegenstelling tot wat Sartre, De Beauvoir en Camus beoogden, beleven we nu een periode waarin het aan moraal ontbreekt. We zijn de ideologieën kwijtgeraakt en steeds meer gericht op het individu. We zijn extreem gaan consumeren.”

Wat volgens Brisac ook meespeelt is de voortdurende angst om het uiterlijk. „Zie ik er wel goed uit, heb ik wel de juiste kleren aan? Geen vrouw in het 7de arrondissement in Parijs zal het in haar hoofd halen zonder make-up de deur uit te gaan. Wat dat aangaat is Frankrijk een veeleisend land. In al die opzichten is het gedachtegoed van De Beauvoir hard nodig en nog steeds actueel”, concludeert Brisac.

Publicist, econoom en jurist Heleen Mees ziet dat ook zo. „Er is nog zoveel te winnen! De emancipatie is een unfinished evolution, het is voor vrouwen nog steeds zo lastig om autonoom te zijn. Het huidige neo-seksisme gaat ervan uit dat het natuurlijke bestaan van de vrouw draait om baren, zich mooi maken en dat soort typisch vrouwelijke zaken.” Volgens Mees hamert het biologisch determinisme op de biologische verschillen tussen man en vrouw en baseert daarop de verschillen in leefwereld tussen beide seksen. „Maar zelfs als er natuurlijke verschillen zijn, zijn die niet los te zien van sociale verschillen. Tegenwoordig zijn we onze alertheid kwijt. Vrouwen denken dat ze er zijn, dat ze een keuzevrijheid hebben, maar het is een schijnvrijheid. Natuurlijk, er is de afgelopen decennia veel verbeterd, maar de denkbeelden van De Beauvoir zijn nog steeds actueel.”

Vorig jaar meldde NRC Handelsblad dat nergens in Europa zoveel vrouwen in deeltijd werken als in Nederland, namelijk 61 procent van de werkende vrouwen. In Duitsland en Engeland is dat 39 procent. Nederlandse studentes zijn niet per definitie van plan te gaan werken als er kinderen komen. „En als we nu gewoon zin hebben om thuis te blijven om appeltaart te bakken?”, werd Mees onlangs bij een lezing op uitnodiging van de studentenvereniging ASVA voor de voeten geworpen. „Studentes maken zich nergens meer druk over”, meent Mees. „De vrouw heeft tegenwoordig een vaststaande vrouwelijke identiteit, er zijn wetten die gelijkheid garanderen, dus waar hebben we het over.”

In het onlangs in Frankrijk

herdrukte voorwoord van De tweede sekse, schrijft De Beauvoir dat zij de existentialistische moraal als uitgangspunt neemt van haar denken: ieder ‘sujet’ verwezenlijkt zich door transcendentie, door steeds nieuwe fasen van ontwikkeling in te gaan. De kansen van het individu definieert De Beauvoir niet in termen van geluk, maar in termen van vrijheid. Brisac: „Je moet altijd de kans hebben opnieuw geboren te worden. Het zijn een soort proeven die je moet afleggen, zodat je verder kunt.”

Mees: „Alleen geluk nastreven is zo beperkt. Het heeft te maken met je zelfbeeld. Je moet het beste uit jezelf halen. Strijd leveren om iets te bereiken doet pijn, maar er zit ook schoonheid in. We leven in een tijd waarin dit soort strijd en dit soort pijn niet meer wordt geaccepteerd.”

In haar voorwoord stelt De Beauvoir ook dat vrouwen onderling weinig solidair zijn. In tegenstelling tot andere onderdrukte groepen zeggen ze nooit ‘wij’ als ze het over vrouwen hebben. Brisac: „De vrouwelijke solidariteit is een utopie gebleken. Vrouwen worden onderling tegen elkaar opgezet. Als de ene schrijfster succes heeft, wordt dat haar collega die minder succesvol is meteen onder de neus gewreven. De vergelijking is een oude patriarchale wet, de wet van de harem: ben je degene die wordt uitgekozen, of niet?”

Een van de bekendste uitspraken van De Beauvoir is dat je niet als vrouw wordt geboren maar tot vrouw wordt gemaakt. Mees: „Dat is nog steeds zo. Omdat we de tweede sekse zijn, blijven we de tweede sekse. Als je geleerd hebt dat je klein bent, dat je weinig ruimte krijgt, dan leer je geen aanspraak maken op topfuncties. Ook vrouwen kijken op zichzelf neer, vrouwen hebben dat gevoel geïnternaliseerd. Daarom durven ze niet met hun vuist op tafel te slaan.”

Brisac onderstreept dat De Beauvoir filosofisch gezien wel degelijk ideeën had die tot op de dag van vandaag waardevol zijn. „Haar filosofie van de vrijheid, waarbij je jezelf steeds overstijgt en in een andere fase terechtkomt, is interessant. Als die groei verdwijnt, wordt het leven een stuk minder leuk. De Beauvoir had ook bredere ideeën over het functioneren van de samenleving, ze pleitte voor waardigheid, voor goed gedrag”.

Schrijfster en filosofe Joke J. Hermsen, die een binnenkort te verschijnen bundel essays over het werk van De Beauvoir samenstelde, benadrukt het actuele belang van De tweede sekse en Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid, een essay waarin ze haar filosofische uitgangspunten toelicht. „In tegenstelling tot Sartre verdedigt De Beauvoir het standpunt dat morele beslissingen niet louter rationeel zijn. Emotionele overwegingen, die vaak als vrouwelijk worden gezien, zijn in ethisch opzicht net zo waardevol als rationele, ‘traditioneel mannelijke’ overwegingen. Dat uitgangspunt was in haar tijd volledig nieuw.”

Ook De ouderdom vindt Hermsen van grote actuele waarde. Lang voor het tijdperk waarin we nu leven, waarin niemand oud wil worden, waarin de jeugdcultus triomfeert, waarin de plastische chirurgie epidemische vormen heeft aangenomen, schreef De Beauvoir een diepgaand standaardwerk over de ouder wordende mens, dat tot op de dag van vandaag door geen andere studie wordt geëvenaard.”

Toch wordt er nooit aan De ouderdom gerefereerd. Waarom niet? Hermsen: „Misschien omdat de vrouw, zoals De Beauvoir in De tweede sekse stelt, nog altijd als ‘de ander’ wordt gezien, als degene die niet kan denken, niet kan scheppen, zodat de man daarvan de andere, positieve pool kan zijn.”

Het feit dat De Beauvoir ook romans publiceerde en politieke en feministische teksten schreef, heeft ervoor gezorgd dat haar filosofische werk in de academische wereld niet serieus is genomen. Haar romans zullen vooral waardevol blijven door het tijdsbeeld dat ze erin geeft.

„Simone wilde alles doen en in alle disciplines het knapste meisje van de klas zijn”, zegt Brisac. „Zo was haar verhouding tot de tijd. Haar eerlijkheid was haar grootste deugd. Maar inmiddels is alles en iedereen veranderd. Nu is vulgariteit de basis geworden van onze samenleving. De Beauvoir blijft een uitstekende remedie tegen de platheid.”

‘Une ville pour mademoiselle B.’ is vanaf maart weer te zien, in Ljublana, Slovenië. De bundel ‘Alles welbeschouwd. Over Simone de Beauvoir’, onder redactie van Joke J. Hermsen, verschijnt voor de boekenweek bij uitgeverij Klement. Heleen Mees publiceerde onlangs ‘Weg met het deeltijdfeminisme’. Van Geneviève Brisac verscheen recent ‘52 ou la seconde vie’ (Ed. L’Olivier)

    • Margot Dijkgraaf