De toekomst als een schroef om zijn keel

Otto de Kat: Julia. G.A. van Oorschot. 192 blz. € 17,50

Otto de Kat: Julia. G.A. van Oorschot. 192 blz. € 17,50

Zoals in veel detectives draait het in Julia, de derde roman van Otto de Kat, om een lijk. Een oud lijk, oneerbiedig gezegd, van 72 jaar. In het eerste hoofdstuk wordt het gevonden, in het laatste wordt het afgevoerd. In de tussenliggende hoofdstukken lezen we hoe het Chris Dudok tijdens zijn leven verging. Waarom maakte hij er zelf, met pillen geprakt door havermoutpap, een eind aan?

Er wordt veel teruggeblikt in deze roman, steeds vanuit een opvallend bejaard en bedaagd perspectief. Hier komt een man aan het woord die nooit jong was en zich als kind al bewust was van zijn verscheurdheid. Hij wilde het liefst wonen op de boerderij van zijn opa in een weids landschap, maar hij wist dat hij zijn vader ooit zou moeten opvolgen als fabrieksdirecteur, in de stad. Ooit was hij een paar maanden gelukkig, rond zijn dertigste, toen hij verliefd was. Heel even voelde hij zich bevrijd van zijn familieverplichtingen. Met de vrijgevochten Julia had hij in 1938 in het Duitse Lübeck een kortstondige verhouding. Maar de oorlogstroebelen, familieomstandigheden en Julia zelf dwongen hem terug naar Nederland. Waar hij tegen zijn zin zijn vader opvolgde en waar hij, eveneens tegen zijn zin, trouwde met een vrouw die in de roman geen naam krijgt.

Het is wel begrijpelijk dat zo’n zwaarmoedig type ooit kon vallen op een vrouw die bekend stond om haar druistige inslag en haar lichtvoetigheid – al krijgen we van Julia’s dadendrang niet veel meer dan een schimmig beeld. Maar het is jammer dat die dartelheid in de roman zelf niet terug te vinden is. De Kat heeft een onpersoonlijke manier van vertellen: een eindeloos gerebbel dat maar niet wil blijven hangen, met veel komma’s, opsommingen en herhalingen. Oninteressante bijzonderheden over vriend ‘Stoetje’, een nietszeggende uitweiding over een broer die gedesillusioneerd uit Indonesië terugkeert, genante inkijkjes in het Lübeckse artiestenmilieu, waar men elkaar in de huiskamer opzweepte tot vurig toneelspel. De enige frivoliteiten die De Kat zich toestaat zijn uitspraken van een butler, Van Dijk genaamd. Hij is aanvankelijk zeer verbolgen over de ‘zelfmoord op stand’ van ‘die verdomde meneer Dudok’. Nu die er zomaar zonder enig bericht ‘tussenuit geknepen’ is, heeft hij geen baan meer.

Verder treft in Julia vooral een fatalistische toon. ‘Hij was 37 jaar oud, de toekomst als een schroef om zijn keel’, heet het ergens halverwege, over hoofdpersoon Chris. Steeds maar weer krijgen we te horen hoe leeg hij zich voelt, hoe verscheurd, hoe misplaatst en hoe hij ernaar verlangt er niet meer te zijn. En ondanks al deze ontboezemingen blijft hij maar steeds dezelfde houten klaas, winter en zomer gestoken in een driedelig kostuum: ‘het harnas van een ontheemde’. In dat harnas sterft hij ook, deze zelfverklaarde balling. Geen lijk om speciaal te betreuren.

    • Janet Luis