Culturele urologie

Nooit eerder las ik een zo smakelijke beschrijving van de Spaanse kraag en zijn behandeling als die van Atte Jongstra (Boeken 29.02.08). En dat terwijl ik er tekstboeken op heb nageslagen, het internet ervoor heb afgeschuimd en mijn medisch gevormde vrienden heb geraadpleegd om een juiste voorstelling van zaken te kunnen geven in mijn biografie van Aletta Jacobs. Wat was het geval?

In februari 1899 stond een voorstel op de agenda van de gemeenteraad van Amsterdam om vrouwen te benoemen in de functie van assistent in de beide gasthuizen (nu AZM). Voorafgaand aan het debat keerde de latere hoogleraar H. Burger zich in een ingezonden brief in het Nederlandsch Tijdschrift voor de Geneeskunde tegen dit voorstel en nog voor het tijdschrift was verschenen verspreidde hij overdrukjes daarvan onder de raadsleden. Op grond van eigen ervaring kon hij zeggen dat vrouwen niet geschikt waren voor de Wachtkamerdienst, en dat echt niet alleen omdat er ’s nachts natuurlijk allerlei dronken lieden konden worden binnengebracht: ‘Erger – met het oog op de vrouwelijke dokter, die midden in den nacht voor deze zaak door de wachtkamerbroeder uit den slaap wordt gewekt – is bijv. het geval van een half ontnuchterd jong mens, die, ontwaakt ter plaatse waar hij zich niet te slapen had moeten leggen, door pijn en angst naar het gasthuis wordt gedreven en waarbij repositie van paraphimosis onmiddellijk noodig is,’ zo hield hij zijn lezers voor. Over kiesheid had hij het niet, nee een jonge vrouw kon een dergelijk geval gewoon niet helpen. Sterker nog, de proef was genomen en het was bewezen dat in de enkele gevallen dat een vrouw de helpende hand had geboden, zij de oorzaak was van het mislukken van de behandeling. Aletta Jacobs was niet onder de indruk van Burgers gezwollen taal: ‘Op niet-medici moet zoo’n geval een diepen indruk maken en misschien denken eenige raadsleden nu wel dat een verzuim werd gepleegd met zoo’n bezwaar niet onder hun aandacht te brengen.’ Medici zouden het toch niet in hun hoofd halen om de belangen van vrouwelijke artsen ondergeschikt te maken aan ‘die van half-ontnuchterde jonge mensen die zich ’s nachts begeven op plaatsen waar zij niet behooren.’

Mineke Bosch, hoogleraar aan het Centrum voor Gender en Diversiteit van de Universiteit Maastricht