Bij mama de pijnlijke stiltes volbabbelen

Annette Pehnt: Huis van de schildpadden. Vertaald door John Breeschoten. Contact, 143 blz. € 19,90

Er is een knutselclub, een dansgroep en een cafetaria met versgebakken taart. Het bejaardentehuis ‘Haus Ulmen’ biedt zijn bewoners meer dan alleen de dagelijkse verzorging. Je zou haast zeggen dat die bewoners er in luxe leven. En toch druipt de melancholie er vanaf, van de aan een lange draad geregen herfstbladeren, van de polkalessen en ja, zelfs van de taart.

De Duitse schrijfster Annette Pehnt (1967) ontmaskert dergelijke verwenarrangementen als wanhopige verdedigingslinies tegen de dood. De façade van vrolijkheid kan het totale verval niet verbergen. Neem nu, in de roman Haus der Schildkröten, de stokoude mevrouw Von Kanter. Soms mag zij naar de vogels kijken. Dan zet een verzorger haar zó voor het raam dat het licht recht in haar ogen schijnt. Dat doet pijn, maar haar hoofd afwenden kan mevrouw Von Kanter niet, want ze is door een beroerte getroffen.

Niet of nauwelijks meer kunnen bewegen, niet meer kunnen praten, niet meer kunnen zien en niet meer kunnen denken: het zijn maar een paar van de kwalen waar de bewoners van Haus Ulmen, en van elk verpleeg- of bejaardentehuis, onder lijden. Pehnt zegt het niet met zoveel woorden, maar wie haar beschrijvingen van zulke bijbelse plagen leest, die schaamt zich voor uitspraken als: „Ma moet niet zo zeuren” of: „Pa moet zijn ziekte maar accepteren.”

Zoons en dochters hebben geen oren naar de klachten van hun bejaarde ouders. Ze voelen zich er ongemakkelijk onder, medeplichtig, schuldig tot op het bot. Zo zit dat in elk geval met de kinderen in het boek van Pehnt. Ernst en Regina bezoeken Haus Ulmen elke dinsdagavond. Opgelucht roken ze na het zware corvee op de parkeerplaats een sigaretje.

Deze veertigers proberen hun ouders heus wel te begrijpen. Maar angst, ergernis en het valse verlangen naar harmonie weerhouden hen van echt contact. Mevrouw Von Kanter is Regina’s moeder. Zelfs door mama’s sprakeloosheid heen voelt dochterlief de kritiek op haar. De kribbige, eigenzinnige vrouw kan maar weinig van haar enige kind velen. Nerveus babbelt Regina de pijnlijke stilte vol. Ernsts vader is De Professor, die net als vroeger de hele dag leest en schrijft. Dat zijn notities uit nietszeggende streepjes bestaan moet je hem niet vertellen. Hoe dement hij ook is, hij heeft het direct door als je hem voor de gek wilt houden.

Het pleit voor Pehnt dat zij die oudjes in hun waarde laat door al hun eigenaardigheden te memoreren. Ondanks hun verwardheid bezitten zij nog zoiets als een karakter, een onverwisselbare kern. Een beetje anders ligt dat bij hun kroost. Vooral waar Pehnt Ernsts leven schildert vervalt zij in tragikomische clichés: de gescheiden vader van een kleuterdochter maakt steeds de verkeerde hapjes klaar, koopt steeds de verkeerde knuffels en stelt steeds de verkeerde spelletjes voor. Hier wordt de treurnis voorspelbaar en nog knulliger dan bij de alleenstaande, wegkwijnende Regina.

Dat dit tweetal een liefdesrelatie krijgt kan er best mee door, maar dat het stel uitgerekend naar Maleisië op vakantie moet, met alle gemeenplaatsen over ongelukkige westerlingen van dien, dat doet trendy aan. Pehnts keuze voor actuele lifestyle-thema’s heeft een commerciële component en niet alleen in dat opzicht lijkt haar proza op de vlotte fictie van de Duitse bestsellerschrijfster Doris Dörrie. Te diep gaat hun laconiek genoteerde droefenis niet – maar Pehnts bejaardentehuisscènes zetten je door rake details toch aan het denken.

    • Anneriek de Jong