Belligerent gesnuif

President Chávez van Venezuela gebruikt steeds grotere woorden uit zijn toch al opgeblazen vocabulaire. Volgens hem maakt president Uribe van Colombia zich schuldig aan „oorlogsmisdaden” en zelfs „ genocide”. Aanleiding is de militaire operatie die de Colombiaanse krijgsmacht zaterdag uitvoerde op het grondgebied van buurland Ecuador. Daarbij werd de tweede man van de FARC gedood, met wie Chávez onderhandelde over de vrijlating van gijzelaars.

Het lijdt geen twijfel dat Colombia zich met de grensoverschrijdende actie tegen de FARC schuldig heeft gemaakt aan het schenden van de territoriale integriteit van Ecuador. De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft die operatie woensdag dan ook in die termen gekwalificeerd. Onder druk van de VS, een trouwe bondgenoot van Colombia, werd daaraan overigens geen harde veroordeling verbonden.

Maar de terminologie van Chávez raakt kant noch wal. Niet alleen omdat de FARC een terreurbeweging is die zo in haar eigen geweld is opgegaan, dat de R van ‘revolutionair’ in haar naam nu synoniem is voor drugshandel en moord. Maar ook omdat Chávez zich in de kaart laat kijken. Voor Chávez, die intussen 9.000 troepen heeft samengetrokken bij de grens met Colombia, is zijn bemiddelaarsrol bij de FARC een politiek wapen van jewelste. De operatie van het Colombiaanse leger dwarsboomt de Venezolaanse president. Bovendien dreigt hij zijn aureool in gematigder kringen te verliezen als het waar is dat hij de FARC met 300 miljoen dollar zou gaan steunen, zoals Uribe zegt op basis van een buitgemaakte laptop. De opgewonden toon duidt erop dat Chávez zich minder zeker van zijn zaak voelt. Vorig jaar december verloor hij in Venezuela, dat ondanks de hoge dollarinkomsten uit de olie-export wordt geteisterd door een hoge inflatie en een laag gewaardeerde munt, een referendum dat hem absolute macht had moeten verschaffen. Vorige maand verloor hij Fidel Castro als ideologisch plechtanker. In dat soort omstandigheden is voor politici die alleenheerser willen zijn de vlucht naar voren vaak een uitlaatklep.

Door president Correa van Ecuador, die inderdaad wat te klagen heeft over Colombia, daarin mee te slepen, drijft hij de toch al gepolariseerde politieke verhoudingen in Latijns-Amerika op de spits en komt het redelijke midden tussen Bush en Chávez in de knel omdat het moet kiezen.

President Uribe van Colombia is namelijk ook niet brandschoon. Colombia is zestig jaar in de greep van een burgeroorlog waarbij cocaïne meer en meer de financieringsbron is geworden. Ook is niet uitgesloten dat Uribe, net als vele tientallen ministers, banden heeft met paramilitaire eskaders die door VS en EU, net als de FARC, als terroristisch zijn bestempeld.

Maar de dubbele strategie van Uribe tegen de FARC, waarbij hij militaire actie gepaard laat gaan met een eerlijk programma om spijtoptanten uit de guerrilla weer een kans te geven in de burgerlijke maatschappij, is wel redelijk succesvol gebleken. Uribe verdient daarom vooralsnog, niet enthousiast maar sceptisch, het voordeel van de twijfel.