Alsof je in een droom zit

Deze week worden de opnames van boekverfilming ‘De brief voor de Koning’ afgerond. „Als je gaat haasten, gaan de emoties verloren.”

Regisseur Pieter Verhoeff 07-02-2008, VIANDEN LUXEMBURG. OPNAMEN FILM BRIEF VOOR DE KONING. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Monic Hendrickx draagt een middeleeuwse robe en knalroze moonboots – die ze snel aantrekt als ze geen scène heeft. Het is koud in het Luxemburgs kasteel waar de film ‘De brief voor de Koning’ wordt opgenomen. Derek de Lint speelt koning Dagonaut. Hij ontdoet zich zodra het even kan van zijn zware, koninklijke mantel. „Dat ding weegt wel dertig kilo!” Een assistent houdt hem voorlopig even voor hem vast. Victor Reinier, die ridder Ristridin speelt, staat buiten met wat crewleden te roken, en zwaait op verzoek met zijn zwaard.

Dit is de werkelijkheid achter de film: wachten, kou lijden, snel een sigaretje roken.

Het plaatsje Vianden in Luxemburg, normaal een toeristenoord, is overspoeld met figuranten. Honderden zijn het er, en ze dragen allemaal middeleeuws ogende kleding. Ze rinkelen en ruisen verkleed langs het ontbijtbuffet van hotel Belle-Vue, waar achter een afscheiding honderden kostuums hangen in genummerde rijen. Na het verkleden melden de figuranten zich bij de benauwde haar- en make-upruimte in het hotel, waar ze littekens, pagekopjes of pijpenkrullen krijgen aangemeten.

In de ontbijtzaal duiken ook vijf opgeschoten jongens op. Ze lijken niet ouder dan zestien – pubers met een pruik. Over hun eenvoudige witte gewaden dragen ze lange plastic jurken, tegen regen, modder of stof. Witte taxibusjes brengen acteurs, figuranten en crewleden beurtelings naar boven op de berg, waar de massieve toren van Chateau Vianden fier uitsteekt boven een dichte pluk mist.

Het kasteel is een van de locaties waar regisseur Pieter Verhoeff (Nynke) werkt aan de verfilming van De brief voor de Koning van Tonke Dragt. Verhoeff: „Zeven jaar geleden las ik het voor aan mijn zoon, en toen wist ik al: dit boek wil ik verfilmen. Het is een groot cultuurgoed.”

Het klassiek geworden jeugdboek uit 1962 gaat over de jonge schildknaap Tiuri uit het rijk van koning Dagonaut, die in de nacht voordat hij tot ridder zal worden geslagen wordt weggeroepen voor een gevaarlijke opdracht. Zijn avonturen brengen hem door bossen en over bergen, naar het aangrenzende land, het rijk van koning Unauwen, en weer terug.

Verhoeff: „Ik vond het mooi omdat het zoveel meer is dan een avonturenverhaal. Het gaat eigenlijk over waarneming, over een jongen die leert kijken, en die ontdekt dat niet alles is wat het lijkt. Mensen die goed leken blijken slecht, en andersom. Ik wil graag dat de film voelt alsof je in een droom zit – in een droom weet je ook vaak niet wie wie is, en wie goed is of slecht.”

In de hoge, grauwe ridderzaal van het kasteel wordt vandaag eerst een van de laatste scènes in de film opgenomen, waarin Tiuri (Yannick van de Velde) zijn koning (Derek de Lint) weer onder ogen komt, voor het eerst na te zijn weggeslopen. Op lange houten tafels prijkt tinnen servies. Er wordt een sober feestmaal van noten, vruchten en vlees geserveerd. Het aangesneden varken is echt. Aan een van de tafels zitten ook Monic Hendrickx, die de moeder van Tiuri speelt, en Raymond Thiry, zijn vader.

Regisseur Verhoeff, gestoken in een dikke wollen kabeltrui en comfortabele bergschoenen, zit op een klapstoeltje achter een beeldscherm. Hij geeft geduldig maar gedecideerd aanwijzingen. „Nog een keer, jongens. Nee, vanaf het begin. Stilte daar achterin graag! En... actie!” Derek de Lint moet als de koning statig de zaal in schrijden. Zwijgend, vorsend, neemt hij zijn onderdanen, inclusief Tiuri, op. De Lint oogt streng en koninklijk, met grijze baard en een wijnrode mantel met een voering van vossenbont. Maar zijn entree moet nog eens, en nog eens. De regisseur is hier heel precies.

Verhoeff: „Dit is een sleutelscène, het is een heel emotioneel moment. Tiuri is net herenigd met zijn familie, de zaal zit vol met mensen die hij op reis heeft ontmoet, en met wie hij veel heeft meegemaakt. Maar hij weet nog niet hoe de koning over hem zal oordelen. Die spanning wil ik vastleggen. In blikken, kleine gebaren, ingehouden emotie. Bij zoiets moet je de rust nemen om eruit te halen wat erin zit. Als je gaat haasten dan gaat het verloren.”

Van haast of stress is bij cast en crew op de set weinig te merken. Verhoeff werkt eigengereid en onverstoorbaar, ook al moeten de opnames begin maart al zijn afgerond. „We hebben behoorlijke tegenslagen gehad, bij het filmen in het begin. Werd het om drie uur ’s middags al donker, of werkten de paarden niet mee. Maar nu gaat het goed. Iedereen heeft er zin in.”

Derek de Lint vindt het vooral mooi om eindelijk met vriend Pieter Verhoeff te werken. Maar zodra hij daar meer over wil vertellen, stort een visagist met make-upkist zich aan zijn voeten, en snoert hem de mond met een poederkwast. Daarna moet de koning prompt weer aan het werk; de mantel om, en hup, streng de zaal in schrijden.

De volgende scène die Verhoeff vandaag opneemt, zit aan het begin van de film. De vijf schildknapen, waaronder Tiuri, worden daarin toegesproken door hun koning, aan de vooravond van hun ridderslag. Hij wijst ze plechtig op hun plichten en verantwoordelijkheden, straks, als ze ridder zijn. Vier van de jongens luisteren ernstig, geconcentreerd. Tiuri niet. Die wipt ongeduldig op zijn tenen op en neer, spiedt voortdurend om zich heen, lijkt afgeleid en verveeld.

In deze scène wijkt het scenario, dat Verhoeff schreef met Maarten Lebens, af van het boek. Verhoeff: „Hoe goed ik het boek ook vind, één ding klopte niet: Tiuri is vanbegin af aan een held. Dat moest anders. Ik wilde dat er bij hem meer ontwikkeling zichtbaar zou zijn. Daarom heb ik een scène ingelast waarin je hem ziet zwaardvechten met de andere jongens. Hij is heel goed, maar je ziet dat hij nog aan het spelen is. Deze scène moet dat ook illustreren: Tiuri is nog een kind. Hij is te jong om al ridder te zijn. Tijdens zijn avontuur wordt hij pas volwassen.”

Het is één van een paar kleine veranderingen in het verhaal die Verhoeff doorvoerde. Toen hij in juli 2007 aan dit project begon, lag er al een scenario van Maarten Lebens en Pieter Kuijpers, die eerst als regisseur was aangetrokken. Kuijpers’ scenario dreef echter steeds verder weg van het boek, tot onvrede van Tonke Dragt. Ze kwamen er niet goed uit, en Kuijpers koos ervoor eerst TBS te maken. Producent Hans de Weers kende Pieter Verhoeff nog van Nynke, en wist dat die het boek graag wilde verfilmen. Verhoeff: „Maar toen ik ‘ja’ zei, heb ik bedongen dat ik het script naar eigen inzicht mocht wijzigen. Ik heb de meeste ingrepen weer teruggedraaid en ben dichter bij het boek gebleven.” Mede hierdoor klikte het beter tussen Verhoeff en Tonke Dragt. „Tonke had Nynke ooit gezien, en de sfeer in die film beviel haar. Bovendien vond ze mijn interpretatie van het boek mooi.”

De film is een grote internationale co-productie geworden en met een budget van 7,5 miljoen euro is het de op één na duurste Nederlandse jeugdfilm ooit (Kruistocht in spijkerbroek kostte 11 miljoen euro). Dertig procent van het benodigde geld komt uit Duitsland. Daar staat tegenover dat in Duitsland moet worden gefilmd, en dat een deel van crew en cast Duits zijn. Zo speelt Hanna Schwamborn (Goodbye Lenin) Tiuri’s eerste liefde Lavinia. Uwe Ochsenknecht is heer Rafox, haar vader. Zowel koning Unauwen als zijn tweelingbroer worden gespeeld door Rüdiger Vogler, bekend van films van Wim Wenders.

De betrokkenheid van de Duitse acteurs leidt wel tot enige complicaties. Ze moeten hun teksten in het Nederlands uitspreken en dat is lastig, zegt Hanna Schwamborn. „In een gesprek weet ik niet wat het antwoord van de ander betekent.”

Het Nederlands spreken van de Duitse acteurs dient alleen de lipsynchronisatie. Over hun teksten – met zwaar Duits accent – worden straks andere Nederlandse stemmen opgenomen. Rüdiger Vogler wist dit van tevoren niet, en weigerde in eerste instantie. Inmiddels zijn de gemoederen weer bedaard. Groot voordeel voor de Duitsers: in eigen land kunnen ze straks hun Nederlandse teksten weer zelf in het Duits inspreken.

Het klinkt allemaal onnodig omslachtig, maar Pieter Verhoeff maakt zich niet druk. „Rüdiger Vogler is een topacteur, ik ben blij dat hij erbij is. En Lavinia, dat meisje is een droom! Zij kan zó goed kijken.”

Blij is Verhoeff ook met zijn Nederlandse acteurs, al is de keuze voor sommigen verrassend. Zo moet de studentikoze, melkblonde Daan Schuurmans de zwaar bebaarde rouwdouwer ridder Bendoe gestalte geven. Verhoeff: „Dat was een suggestie van Job Gosschalk, die de casting deed. Ik kies nooit iemand om de naam, maar Daan kan echt heel veel. Hij doet hier op de set ook steeds allerlei typetjes na. Hij heeft een groot komisch talent. Bovendien hou ik wel van een beetje tegencasten; het is mooi als er een zeker contrast zit in zo’n rol. En als je hem nu ziet, dan is hij het toch?” Inderdaad, Schuurmans komt met zijn woeste donkere pruik en slechte humeur op de set – er wordt gefluisterd dat hij zijn vriendinnetje mist – verrassend dicht bij zijn personage.

Een andere verrassing is Victor Reinier – de voormalig Lucky Letters-presentator en gladgeschoren detective Dick Vledder uit Baantjer. Hij speelt de mysterieuze, imposante ridder Ristridin. Hoe kwam Verhoeff op het idee om Reinier als Ristridin te casten? „Ik heb met hem gewerkt aan de telefilm Maten, en daarin vond ik hem steengoed. Victor is de meest onderschatte filmacteur in Nederland. Hij heeft een ongelofelijke power, een bijna vulkanische kracht. Toen ik hem hier zo zag dacht ik meteen: Sean Connery.”

De Nederlandse James Bond heeft voor de gelegenheid een woeste baard laten staan. Hij oogt opgetogen in zijn zware maliënkolder. „Dit is toch geweldig? Als kind speelde ik riddertje op straat. Ik ging naar de toneelschool om ooit een keer cowboy of ridder te zijn. En nu sta ik hier. Ik hoop maar dat ze rond de ridders nog een aparte serie willen maken.”

In juli wordt ‘De brief voor de koning’ in de bioscoop verwacht.