Als verliezen oplopen, belt de bank

Slecht nieuws volgt slecht nieuws op. Beleggers zijn angstig. Op het Damrak dreigt een Amerikaanse financiële speculant kopje onder te gaan.

Oude angsten, nieuwe verliezen.

De financiële markten gleden gistermiddag en vanochtend rap onderuit. De stemming op de markten is onrustig. Opnieuw.

De kredietcrisis die afgelopen zomer om zich heen greep na stijgende verliezen bij tweederangs Amerikaanse woninghypotheken en banken op twee continenten in grote problemen heeft gebracht rammelt opnieuw aan de koersen van aandelen en aan de koersen van effecten met een vaste rente. De verliezen schudden beleggers door elkaar.

In Amsterdam zakte de aandelenmarkt over een breed front in. Rond het middaguur hield de beursgraadmeter AEX de verliezen beperkt, met een daling van een procent tot een stand van 433. In New York was de S&P 500 index, een breed samengestelde beursgraadmeter, gisteravond gesloten met een verlies van 2,2 procent. De index zakte naar zijn laagste slotstand in achttien maanden.

De markten worden overvallen door een serie van op zichzelf kleinere ongevallen bij financiële firma’s die samen wel een onrustbarend beeld schetsen. De Amsterdamse beurs speelt daarin een rol van betekenis. Vorig jaar kreeg een specialistisch beleggingsfonds van de Amerikaanse private-equityfinancier en vermogensbeheer Carlyle hier een beursnotering. Beleggers staken toen 682 miljoen dollar in dit fonds, genaamd Carlyle Capital Corporation. De dollar is de valuta van het fonds.

Carlyle Capital speculeert met massa’s geleend geld op de markten waar woninghypotheken en andere effecten met een vaste rente (obligaties) worden verhandeld. Wie met geleend geld werkt, maakt zijn winsten groter als zijn beleggingen gunstig uitpakken.

Een voorbeeld: een belegger koopt voor 10 miljoen euro obligaties. Hij legt zelf 1 miljoen euro op tafel en leent de rest bij zijn bank. Als het de belegger voor de wind gaat en de koersen stijgen naar bijvoorbeeld 10,5 miljoen euro, boekt hij 50 procent winst op zijn inleg. Hij verdient (even afgezien van rente en handelskosten) 0,5 miljoen euro op een eigen investering van 1 miljoen.

Maar gaat de markt de andere kant uit en zakt de koers van de obligaties, dan lijdt hij snel verlies. Hoe groter de hoeveelheid geleend geld, hoe meer verliezen. In het voorbeeld is de verhouding tussen geleend geld en eigen geld negen. Bij Carlyle Capital was de verhouding eind vorig jaar bijna 32, zo blijkt uit het gisteren gepubliceerde jaarverslag.

Wanneer de koersverliezen achter elkaar oplopen, zoals de laatste dagen gebeurde, krijgt de belegger snel zijn bank aan de lijn. De bankmanager is bang dat met de koersverliezen ook de waarde van zijn lening van 9 miljoen een klap krijgt. Een margin call noemen bankiers en juristen dat. De bank vraagt, nee eist, dat de klant meer harde garanties of zekerheid geeft dat hij de lening ook gaat terugbetalen. Lukt dat niet, of verloopt het te langzaam, dan kan de bank de obligaties uit de handen van de belegger grijpen en zelf op de markt verkopen.

De margin calls volgden elkaar snel op bij Carlyle Capital de afgelopen dagen, zo blijkt uit persberichten van het fonds. Zeker één bank had donderdag al gedreigd met een faillissementsaanvraag. De koers van Carlyle Capital kelderde met 60 procent. Vanochtend legde beurstoezichthouder AFM, de Autoriteit Financiële Markten, voor het openen van de beurs de handel in de aandelen stil, in afwachting van een persbericht van Carlyle. Toen het bericht rond half elf kwam bleek het beeld nog weer slechter dan gisteren: meerdere banken zijn al bezig delen van de beleggingen van Carlyle op de markt te verkopen. Meerdere banken dreigen inmiddels ook met een faillissementsaanvraag.

Het nieuws over het naderende einde van Carlyle Capital versterkte de nervositeit over ongelukken met andere financiële firma’s, zoals hedgefondsen, die met grote sommen geleend geld werken. De afgelopen dagen bleken twee hedgefondsen opeens in dusdanige problemen te verkeren dat zij hun beleggingen van samen 3 miljard euro moesten verkopen.

En dan is er nog de stroom van cijfers van tientallen banken en verzekeraars die de afgelopen weken op gang is gekomen. Wie heeft hoeveel geld verloren op tweederangs hypotheken, op andere effecten, op leningen aan bedrijven, of op de meer exotische financiële producten? En waar loeren de gevaren nog tussen de verschillende posten op de bankbalans?

Amerikaanse beleggers zijn extra huiverig omdat zij nog steeds wachten op de aangekondigde kapitaalinjecties voor een paar tot voor kort volstrekt onbekende specialistische verzekeraars. Zij verzekeren onder meer effecten tegen eventuele verliezen die beleggers lijden.

Tussen de druppels slecht nieuws die het beurssentiment uithollen zit een relatief nieuw element waar Carlyle Capital melding van maakt. Het fonds constateert dat ook zijn woninghypotheekeffecten met de hoogste kredietwaardigheid én een impliciete garantie van de Amerikaanse overheid nu getroffen zijn door een „plotselinge en scherpe prijsdaling”. Het gaat om leningen van de twee grootste Amerikaanse hypotheekbanken: Fannie Mae en Freddie Mac. Hun aandelenkoersen leden verliezen tot 10 procent. De koersval van hun obligaties weerspiegelt de oude angsten in een nieuwe vorm: een erosie van vertrouwen en een wilde vlucht naar staatsobligaties.

    • Menno Tamminga